Van ontheemd meisje tot verzetsheldin

Na het overdonderende succes van haar debuut, een biografie van een katholiek gezin met twaalf kinderen, heeft Judith Koelemeijer in haar tweede boek, Anna Boom, hetzelfde procedé toegepast....

Aleid Truijens

In gewone en uitzonderlijke levens speelt toeval de hoofdrol. Vaak blijkt achteraf een overbezorgde moeder, botte pech of stomme mazzel een ontmoeting op een terras met een toekomstige geliefde van beslissender invloed op het verloop van een leven dan studie- of beroepskeuze. Toeval kan een ambitie aanwakkeren of een passie ontketenen, maar ook een stok in het wiel steken, zodat een leven een rommelig verhaal wordt.

In romans valt daar wel een mouw aan te passen. In een fictief of geromantiseerd levensverhaal kan drama, noodlot of voorbestemdheid met effectieve scheutjes worden toegediend. Saaie episodes worden ingedikt, sleutelmomenten opgerekt. Het mag nooit onwaarschijnlijk worden, maar een leven als een hecht, onontkoombaar verhaal rond een strong character maakt de lezer gelukkig. De chaos is weer even bedwongen.

Wie een biografie schrijft, is gebonden aan de feiten. De waarheid mag niet worden gemanipuleerd, maar er moet wel een verhaal verteld worden, liefst een samenhangend verhaal. Op één punt is de biograaf echter in het voordeel: meestal weet hij of zij zich van de belangstelling voor zijn onderwerp verzekerd. De lezers zijn op voorhand geïnteresseerd in de beroemde of bijzondere hoofdpersoon, anders begonnen ze er niet aan.

In verhalende non-fictie moet de belangstelling voor de hoofdpersoon in het verhaal zelf worden opgewekt, en dat is moeilijker. Judith Koelemeijer lukte dat in haar vorige, eerste boek, Het zwijgen van Maria Zachea. Dat boek was niet alleen een terugblik op het leven van de stervende moeder uit de titel, Koelemeijers grootmoeder, maar vooral de biografie van een groot, katholiek gezin uit Noord-Holland.

In twaalf hoofdstukken vertelde Koelemeijer het verhaal, steeds uit het perspectief van een van de kinderen, gebaseerd op interviews, maar in de derde persoon. Dat leverde een panoramisch verhaal op over het opgroeien en de emancipatie van de naoorlogse jongeren, over de verslappende greep van kerk en gezag, en de tragiek van ouders die hun kinderen maatschappelijk zien stijgen en daardoor van hen vervreemden. Dat strak gestructureerde verhaal was herkenbaar voor veel lezers van veertigplus – dat verklaart voor een deel het overdonderende succes van het boek. Maar het begon ermee dat Koelemeijer scherp ‘de roman’ had gezien die verborgen lag in een zee van feiten.

In haar tweede boek is het procedé in grote lijnen hetzelfde, maar nu zocht Koelemeijer haar stof verder van huis. Via een oom ontmoette ze een 82-jarige vrouw die ‘een fantastisch levensverhaal’ te vertellen had. De schrijfster was terecht op haar hoede, maar de vrouw, Anna Boom, wekte haar nieuwsgierigheid toen bleek dat ze veertig jaar lang niet had willen praten over haar ervaringen in Boedapest tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Koelemeijer voerde gesprekken met Anna en met mensen die haar hadden gekend. Ze kreeg inzage in brieven uit Anna¿s archief en reisde met Anna naar plaatsen waar ze had gewoond. Om zich een beeld te vormen van de tijd en de politieke context las ze veel historisch werk. Zo kon ze de open plekken invullen waar Anna’s geheugen haperde.

Op het leven van Anna Boom past zeker het etiket ‘veelbewogen’. Tot zo’n leven leek ze niet voorbestemd. Ze werd in 1920 geboren in Freiburg als kind van welgestelde, oude ouders. Kort na haar geboorte overleed haar vader. De moeder, die ziekelijk en melancholisch was, reisde met kind en kindermeisje door Europa, naar pensions aan zee en in de bergen. Een vast huis kende Anna niet, eigenlijk ook geen thuisland.

In 1939 komen ze in Boedapest terecht, waar ze in het prachtige Gellért-hotel logeren. Anna leert kostuums maken voor de opera. Ze ontmoet Géza, een charmante getrouwde man, met wie ze een verhouding krijgt. In 1942 moeten ze terug naar Nederland, omdat haar moeder door de Devisensperre geen geld meer kon krijgen. Maar na een paar maanden in het natte Nederland wil Anna terug, naar Géza. Ze reist per trein door Duitsland, dat bestookt wordt door de Geallieerden. Terug in Hongarije, dat aanvankelijk bondgenoot is van Hitler, merkt ze voor het eerst dat het echt oorlog is. In maart 1944 wordt Hongarije bezet door de Duitsers. Een vriendin vraagt of ze illegaal werk wil doen, voor de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg.

En zo wordt Anna, iemand met weinig politiek benul, een ontheemd meisje dat graag Duits praat, een verzetsheldin. Ze helpt Joden met beschermpassen, bewaart hun spullen en biedt hun een vluchtadres. Ze filmt de dodenmarsen: een lange stoet Joden die 200 kilometer naar de Hongaars-Oostenrijkse grens moeten lopen – de een na de ander bezwijkt.

Ze wordt gearresteerd en ontsnapt ternauwernood aan een executie. Ze is geschokt, maar bang is ze niet. De opdrachten geven haar, voormalig prinsesje, een doel in haar leven: ‘Misschien kon ook zij iemand worden door er voor anderen te zijn.’

Als de Russen Boedapest bezet houden en er vele doden vallen, werkt Anna als verpleegster in een ziekenhuis. Zij, die geen plasje bloed kon zien, assisteert bij amputaties. Ze doet, en denkt weinig na. Alleen één herinnering drukt ze blijvend weg: er was iets met een revolver.

Na de oorlog wordt Anna’s leven rustiger. Ze trouwt, eerst met een saaie Zwitser, en daarna met haar grote liefde Jan. Veertig jaar na de oorlog wordt Anna in een boze droom bezocht door het verhaal van de revolver, dat ze aan haar interviewster vertelt.

Koelemeijer noteerde het allemaal, nauwgezet, soms in schrille kleuren, maar meestal in een rustige, beeldende stijl. Toch maakt dit verhaal minder indruk dan haar eerste boek. Hoe aangrijpend en vol grootse, ware gebeurtenissen het ook is, op de een of ander manier blijft Anna Boom een vlak personage.

Het is oneerbiedig om te zeggen over iemand die zo moedig was haar levensverhaal te vertellen, maar Anna Boom was een beter boek geworden als de hoofdpersoon óf overleden was, of verzonnen. Dan had de schrijfster meer de vrije hand gehad. Nu lijkt haar geïnterviewde, tevens hoofdpersoon, haar een beetje in de weg te zitten: kritiek op Anna en twijfel over de juistheid van haar oordelen of de ware toedracht van de gebeurtenissen lijken niet goed mogelijk. Dit levensverhaal is boeiend, maar sleurt je niet mee. Het lijkt of de schrijfster het verhaal dat verborgen lag in de feiten, niet durfde los te hakken, los van de over haar schouder meekijkende bron.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden