Van nature geen boegbeeld

Het wordt zijn laatste festival. Na acht jaar vertrekt de Brit Simon Field als directeur van het International Film Festival Rotterdam....

Simon Field is geen man van het grote gebaar. Ook niet nu zijn afscheid van het International Film Festival Rotterdam (IFFR), na acht jaar directeurschap, nadert. Met genoegen vertelt hij over de samenstelling van het festivalprogramma, in volzinnen die zich een weg banen langs regisseurs als Tsai Ming-liang, Sofia Coppola, Ken Jacobs en Catherine Breillat.

Zodra het gespreksonderwerp richting zijn eigen sentimenten gaat, voert diplomatie de boventoon. Dan zegt hij dat vertrekken altijd zwaar valt, en dat de komende dagen 'zeker emotioneel' gaan worden, maar 'die gevoelens doen niets af aan de vaststelling dat het tijd is om te gaan'. Over het bestuur, dat in de Volkskrant op zijn vertrek preludeerde voordat Field zijn beslissing officieel kenbaar had gemaakt, geen kwaad woord. 'Ik vind dat er ruimte gemaakt moet worden voor anderen.'

Bij zijn aanstelling in 1996 wist niemand m over Field te vertellen dan dat hij in Londen de filmafdeling had geleid van het Institute of Contemporary Arts (ICA). Maar na de eerste kennismaking met filmjournalisten gold Field meteen als een gouden greep. Een 'op en top Engelsman' (Trouw) werd hij genoemd. Een cinefiel, en ook nog sociaal vaardig. Toch voelde Field ook hoe met argusogen naar zijn eerste beleidsstappen werd gekeken. De schaduw van oprichter Huub Bals hing nog met dwingende kracht over Rotterdam. 'Het festival is van een heleboel mensen. Ik had het gevoel dat ik andermans handschoen aantrok. Dat heb ik voorzichtig gedaan, zonder iets te forceren.'

Fields contractperiode viel samen met een woelige periode in de Nederlandse maatschappij. Tolerantie maakte plaats voor angst, en commerci belangen wonnen in de kunsten en de media veel terrein op experimenteerdrift. Field, die gedurende zijn directeurschap voortdurend heen en weer pendelde tussen Rotterdam, Londen (waar zijn vrouw bleef wonen) en tal van filmfestivals in alle delen van de wereld, vindt zichzelf 'niet in de positie' een analyse van Nederland te geven, al zijn enkele culturele verschillen met Engeland evident. 'De vergadercultuur, vanzelfsprekend. En op een grotere schaal viel me op dat Nederlanders gepreoccupeerd zijn met hun identiteit. Dat zal zeker te maken hebben met de recente verschuivingen. Ik heb Nederland altijd geroemd om zijn open houding. Het is een land dat openstaat voor buitenstaanders als ik. Een land dat buitenlanders aanstelt op sleutelposities in zijn cultuurlandschap. Aan de andere kant groeit nu, op straat, het verzet tegen het vreemde. Dat is een merkwaardige discrepantie.'

Meer dan aan de Nederlandse codes en omgangsvormen moest Field in zijn eerste jaar wennen aan zijn nieuwe rol. 'Ik was voor het eerst directeur van een groot festival. Ik moest rekening houden met veel belangen. Daarbij was ik plotseling het boegbeeld van een organisatie. Het gezicht. Dat is een rol waarmee ik van nature moeite heb. Ik laat het liefst mijn inhoudelijke keuzes voor zichzelf spreken. Dat was in deze positie niet mogelijk.'

Onder het bewind van Field en co-directeur Sandra den Hamer werd de groei, die onder voorganger Emile Fallaux had ingezet, voortgezet. Jaar na jaar kwamen er meer mensen naar het IFFR; in 2003 stopte de teller bij 355 duizend betalende bezoekers, meer dan de Huishoudbeurs of de TT van Assen.

'Ik hoor geluiden dat de rek er nu wel uit is. Daar kijk ik van op. De groei van het festival is een gecompliceerde zaak. Het is een halszaak de identiteit te bewaken. Aan de andere kant is het fantastisch dat steeds meer mensen kiezen voor films die afwijken van het gemiddelde aanbod. Het zou vreemd zijn die ontwikkeling te stoppen.'

De populariteit van Rotterdam is niet het resultaat van inhoudelijke compromissen, benadrukt Field. Sterker: de minder toegankelijke onderdelen, zoals de video-installaties in Boijmans Van Beuningen, Witte de With en TENT, bewegen zich meer en meer naar het hart van de programmering. 'Het IFFR heeft daardoor een speciale positie in het festivallandschap. Het is een groot publieksfestival en tegelijkertijd een specialistisch festival. Het lukt steeds beter het publiek ook enthousiast te krijgen voor de programma's die minder vanzelfsprekend in het blikveld liggen. Ik laat voor mijn gevoel een festival achter waar het accent, net als in de allereerste jaren, ligt op het doen van ontdekkingen. Een festival met een cinefiele sfeer.'

Field zette tussen 1996 en 2004 tradities voort, zoals de aandacht voor de Aziatische cinema, en hij initieerde, met de dagelijkse What (is) Cinema-discussies, het debat over de stand van zaken in de film. Ook toonde Field een scherp gevoel voor ondergewaardeerde en onterecht onbekende regisseurs. In het Filmmaker in Focus-programma ontsluierde hij de oeuvres van onder anderen Catherine Breillat, Abolfazl Jalili, Zacharias Kunuk en Guy Maddin op een podium dat door buitenlandse festivalprogrammeurs nauwlettend wordt gevolgd.

'De concurrentie tussen de festivals is harder geworden. Films die vroeger vanzelfsprekend in Rotterdam in premi zouden gaan, worden nu geclaimd door Cannes, Berlijn of VenetiIn die wedstrijd ben ik niet gei¿nteresseerd. Rotterdam verliest die strijd ook; Nederland is als distributieplatform te klein. De ruimte ligt in de hoek van de vernieuwing. In de selectie van het werk van beginnende makers voor de Tiger Competitie. Dat is de geest van ons festival.'

Na de 33e editie van het IFFR keert Field terug naar 'de kleinschaligheid'. Hij wordt directeur van Illuminations Films, de Britse producent van experimentele filmmakers als Jan Svankmajer, Chris Petit en Patrick Keiller. Ook gaat hij zich als uitvoerend producent bemoeien met een serie films voor het New Crowned Hope-project van theater-en opera-regisseur Peter Sellers, dat wordt uitgevoerd in opdracht van het Weense Mozartjaar 2006. En Field blijft, als adviseur, verbonden aan het IFFR.

'Ik ben hier volgend jaar weer. In een andere rol. Dat zal zeker wennen zijn. Het is een luxe om onbekend werk te kunnen presenteren op een festival met een schaal als dat van Rotterdam. Die luxe moet ik loslaten. Ik troost me met de gedachte dat ik er veel vrijheid voor terugkrijg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden