Nieuws

Van naaktslak tot veenbesblauwtje: dit zijn de winnaars en verliezers van de natte zomer

Ze lijken opeens overal vandaan te komen: naaktslakken. Volgens kenners zijn het er niet meer dan andere jaren, maar komen ze vaker tevoorschijn door de regen. Want na twee droge zomers kunnen de weekdieren eindelijk weer ronddwalen in de natte tuinen. Welke dieren profiteren daar nog meer van? En wie zijn de verliezers?

DE WINNAARS

Naaktslakken hebben het uitstekend naar hun zin in Nederland deze zomer. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Naaktslakken hebben het uitstekend naar hun zin in Nederland deze zomer.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Naaktslak

Als je de gemiddelde tuinier naar naaktslakken vraagt deze zomer, zullen de woorden ‘invasie’ en ‘plaag’ snel vallen. Maar volgens Adriaan Gmeling Meyling valt het allemaal wel mee. ‘De naaktslakken zijn dit jaar alleen zichtbaarder’, stelt de voorzitter van stichting Anemoon, die onderzoek doet naar land-en zoetwaterweekdieren. Het vochtige weer is ideaal voor alle slakken. Om zich voort te bewegen, gebruiken de naaktslakken slijm, legt Gmeling Meyling uit. ‘Daarvoor hebben ze vocht nodig.’ Als het te warm is, kruipen de diertjes dan ook onder een steen, een boomschors of zelfs onder de grond. ‘Maar tijdens of na een regenbui kunnen ze mooi ronddwalen op zoek naar eten.’

Er zijn volgens stichting Anemoon dus niet opeens veel meer naaktslakken dan voorgaande jaren. Al sluit Gmeling Meyling niet uit dat de populatie zich wel beter kan voortplanten als het regenachtige weer nog een tijdje aanhoudt. Concrete cijfers zijn er in ieder geval niet. ‘De naaktslakken in Nederland worden niet geteld, omdat ze niet beschermd worden.’ Voor geplaagde moestuinhouders heeft Gmeling Meyling nog wel een diervriendelijke tip: ‘Maak een slotgracht rond de planten van 10 tot 20 centimeter diep.’ Zwemmen kunnen de weekdieren namelijk niet.

Ook vlinders, zoals het koevinkje, zijn liefhebbers van vochtige zomers. Beeld Getty Images
Ook vlinders, zoals het koevinkje, zijn liefhebbers van vochtige zomers.Beeld Getty Images

Het koevinkje

De jaarlijkse vlindertelling van afgelopen juli kwam op zo’n 110 duizend vlinders, meer dan in de voorgaande jaren. Dankzij het regenachtige voorjaar stonden de meeste planten er goed bij en dus was er eten in overvloed voor de rupsen. Vooral de soorten die van oudsher in Nederland voorkomen profiteerden daarvan. ‘Dat zijn liefhebbers van vochtige zomers zoals wij die altijd hebben gehad in Nederland’, zegt van Chris van Swaay van de Vlinderstichting.

Zo ook het koevinkje, dat houdt van vochtige bossen. ‘Door de hitte van de afgelopen drie jaar is die soort met 80 procent afgenomen. Vorig jaar stond hij zelfs op het laagste punt ooit’, zegt Van Swaay. De voornaamste boosdoener is droogte. ‘Warmte is tot daaraan toe, maar droogte is echt slecht’, zegt Van Swaay, die zich zorgen maakt om het verdwijnen van vlindersoorten die leven in de Drentse en Groningse hoogvenen. ‘De veenbesparelmoervlinder en het veenbesblauwtje komen nog maar op twee plekken voor, in aantallen van hooguit honderden in een goed jaar. Bij insecten stellen zulke aantallen niks voor.’

Of het voorzichtige herstel van het koevinkje en andere vochtminnende soorten deze zomer betekent dat ze een betere tijd tegemoet gaan, is nog niet duidelijk. ‘We moeten de opleving van dit jaar in perspectief zien’, zegt van Swaay. ‘Volledig herstel duurt een paar jaar.’

De Limosa limosa, in Nederland bekend als de Grutto, floreert in flutweer.  Beeld Universal Images Group via Getty
De Limosa limosa, in Nederland bekend als de Grutto, floreert in flutweer.Beeld Universal Images Group via Getty

Weidevogels

Terwijl de meeste mensen er niet erg blij mee zijn, geniet boswachter Thomas van der Es volop van de regenachtige zomer. De wulp, tureluur en de kieviet: in ‘zijn’ natuurgebied De Biesbosch ziet hij de weidevogel eindelijk weer floreren. ‘Die groep kan wel een zetje in de rug gebruiken, want de populatie loopt al jaren terug.’

Het broedsucces is te verklaren door de late oogst dit jaar op het land. ‘Het gras wordt later gemaaid voor het hooi’, zegt Van der Es. ‘Zo hebben de kleintjes in hun meest kwetsbare levensfase nu meer bescherming en een hogere overlevingskans.’ Toch zijn er ook vogels die minder profiteren van het slechte weer. Twee weken geleden vielen tijdens een storm nog twee bomen om met nesten van roofvogels, en verschillende broedgebieden zijn door de hevige regenval onder water gelopen. ‘Of het een goede zomer is, verschilt dus wel per vogelsoort.’

DE VERLIEZERS

De processierups profiteert niet van de natte zomer. Beeld De Agostini via Getty Images
De processierups profiteert niet van de natte zomer.Beeld De Agostini via Getty Images

De eikenprocessierups

Na een vliegende start ligt de eikenprocessierups achter op schema. De eerste rupsen werden dit jaar uitzonderlijk vroeg gesignaleerd, tijdens de warme dagen begin april. Sindsdien blijft het angstvallig stil rond de zomerse plaaggeest. ‘Het is een warmteminnende soort die oorspronkelijk uit het zuiden is opgekomen. Dat zijn meestal opportunisten, die niet te moeilijk doen’, zegt Chris van Swaay van de Vlinderstichting. ‘Maar een voorjaar zoals we dat nu hadden, daar wordt-ie minder blij van.’

Normaliter verpoppen de rupsen vanaf begin juli in eikenbomen, waarna hun brandharen achterblijven in de lucht en zorgen voor huiduitslag en jeuk. Maar door het koude weer krijgen de eiken deze zomer later blad dan voorgaande jaren. Uit een eerste onderzoek van het Kenniscentrum Eikenprocessierups vorige maand bleek zelfs dat de rups in slechts 17 procent van de eikenbomen nestelde, bijna een halvering ten opzichte van vorig jaar.

Maar wie denkt dat dat betekent dat we ons volgend jaar geen zorgen hoeven te maken over de harige rups, vergist zich. ‘Dit koude voorjaar betekent niet dat ze verdwijnen. Als het volgend jaar warm is, zijn ze zo terug. Zo zijn insecten, die kunnen heel makkelijk toe- en afnemen.’

De ooievaar

De ooievaars hadden het deze zomer vooral zwaar toen het op reproductie aankwam.  Beeld Getty Images
De ooievaars hadden het deze zomer vooral zwaar toen het op reproductie aankwam.Beeld Getty Images

Het echte gevaar is voor de meeste jonge ooievaars geweken, denkt Frits Koopman. Bij zijn ooievaarsstation De Lokkerij zijn de meeste jonkies inmiddels ‘vliegvlug’, maar de afgelopen maanden hadden ze het zwaar. ‘Toen ze in maart begonnen met broeden was het nog behoorlijk koud.’ Dat is volgens Koopman geen probleem zolang de ouders op de eieren zitten, maar zodra de kuikens uit het ei kruipen wordt het lastiger. ‘De jonge ooievaars raken snel onderkoeld als de ouders even het nest verlaten. En hoe groter ze worden, hoe moeilijker het is voor de ouders om alle kleintjes warm te houden.’

Door de aanhoudende kou en regen is het aantal jonge ooievaars dat tijdens de zomermaanden sneuvelde bijna verdubbeld ten opzichte van vorig jaar. ‘We werden overstelpt met telefoontjes van teleurgestelde mensen met nesten’, zegt Koopman. Soms hielden de ouders het zelf voor gezien: ‘Door het wisselvallige weer kunnen sommige ooievaars minder voedsel vinden voor hun kuikens. Naaktslakken zijn er wel in overvloed, maar die lusten ze niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden