Van mythe naar werkelijkheid

EERSTE VERHAAL. Vlak voordat in het New Yorkse Yankee Stadium een match tussen twee zwaargewichten zal beginnen, deelt de speaker het rumoerige publiek mee dat The Spirit of St....

JAN BLOKKER

Tweede verhaal. Als Charles Augustus Lindbergh na gedane arbeid veilig terug is in New York, wordt in Manhattan voor achttienhonderd ton papier uit de ramen gesnipperd, en dat zegt wat voor wie weet dat

er na de wapenstilstandsparade van november 1918 slechts 155 ton is opgeveegd.

Derde verhaal. Het weekblad Time zou anders misschien nooit op het idee zijn gekomen, maar eind 1927 - de hype is nog lang niet voorbij - dringt het zich als het ware op, en Lindbergh wordt als eerste uitgeroepen tot Man van het Jaar.

Voor miljoenen Amerikanen was hij toen eigenlijk al de man van de eeuw: eindelijk weer een onversneden vaderlandse held in een decennium dat dan wel de roaring twenties heette, maar waarin de natie volgens een tijdgenoot 'spiritueel uitgehongerd' was geraakt: de jaren van misdaad en bombast, van geld, schandalen en superlatieven, van onverschilligheid, scepsis en cynisme, of wellicht

eenvoudig van verzadigdheid. Amerika was immers klaar, de Manifest Destiny was vervuld, en voor het ideaal om de hele wereld 'safe for democracy' te maken was nog wel even een overzeese oorlog gevoerd, maar daar wilde de meerderheid van de natie al gauw niet meer aan herinnerd worden.

In de onuitgesproken behoefte aan een nieuwe, all-American hero voorzag ineens die keurige, bescheiden, aantrekkelijke jongen uit Detroit, die zonder veel poeha de uitdaging van een al oude weddenschap aanging, en een eenmotorig vliegtuigje bouwde om de sprong over de oceaan te wagen - zeg maar op zoek naar een nog niet eerder verkende of zelfs maar overwogen nieuwe frontier.

Geen geld, geen bombast, geen scepsis, maar eenvoud en geloof: daar wilden de veertigduizend in het boksstadion met graagte een minuut voor bidden, en daar konden de Amerikanen nog maanden- en zelfs jarenlang geen genoeg van krijgen. Ze kochten jongensbroeken die 'Lindy' heetten en dameshoeden met vleugeltjes en een pen in de vorm van een propeller. Ze koesterden potloden, polshorloges, speelgoedvliegtuigjes, sigarenbandjes en taartjes met het kostbare logo. Ze wilden hun held als het even kon ook zien, horen of op z'n minst lezen, en gewiekste theaterdirecteuren, grammofoonplatenproducenten en Hearst-achtige dagbladmagnaten overboden elkaar met honderdduizenden dollars om de vliegenier onder contract te krijgen. Zijn huwelijk met de ambassadeursdochter Anne Morrow zou in 1929 een nationale bruiloft worden, hun eerste kind werd van Boston tot San Francisco geadopteerd als 'Amerika's baby', Charles' eerste boek droeg de toepasselijke titel We en sierde miljoenen nachtkastjes.

Tegen die tijd was bij natuurlijk allang als het ware buiten zichzelf

getreden: dusdanig overbelicht door de media en de publieke aandacht dat er sprake moet zijn geweest van grote vervreemding tussen de jongen die op de avond van 20 mei 1927 uit New York vertrok, en het beeld dat een aantal weken later van hem was gevormd.

Achteraf zeg je dat de biografie van Lindbergh natuurlijk ook had moeten eindigen op het moment dat hij na 33 uur vliegen zijn toestelletje neerzette te midden van een Franse mensenzee op Le Bourget: als een Arthurridder die zijn graal, als een Odysseus die zijn Ithaka had bereikt. Op het moment, met andere woorden, dat de werkelijkheid ophield en de mythologie zou beginnen.

Zo had Hollywood het leven ook 'ingekort' toen aan het eind van de jaren vijftig de vlucht nog eens werd gedramatiseerd, in een film (The Spirit of St. Louis) die zich voor driekwart afspeelde in de kleine cockpit (James Stewart, onder regie van Billy Wilder) en die inderdaad afgelopen was zodra de geslaagde landing zich had voltrokken.

In zekere zin zou je de geruchtmakende ontvoering van de 'nationale baby' (in 1932) nog haast tot een verlengstuk van de mythologie rekenen: de glorieuze mythe had - wat je op zichzelf niet eens ongewoon kunt noemen - een criminele uitgelokt. De proporties waarin de kidnapping openbaar werd gemaakt, hadden meteen iets buitenaards -

net als de wijze waarop het verdriet van de jonge ouders door de halve wereld werd opgeëist, of vriendelijker gezegd: werd gedeeld.

Pas halverwege de jaren dertig zijn de symbolen van roem en rouw voorgoed verbleekt, en in het Amerika van depressie en New Deal begint Charles Lindbergh zijn tweede leven. Hij blijft een gerespecteerd man, is intussen rijk geworden, adviseert luchtvaartmaatschappijen en onderneemt reizen door Europa. Daar ontmoet hij in Berlijn eerst Hermann Goering (ex-vlieger, dus een vakbroeder), dan ongeveer alle stafofficieren van de Luftwaffe, en ten slotte zelfs even kort, maar krachtig, Hitler zelf.

Hij is meteen diep onder de indruk van de zijns inziens onoverwinnelijke slagkracht die de Duitsers hebben ontwikkeld, maar al snel blijkt dat zijn bewondering verder reikt dan een zekere vakidiotie: hij bewondert de ideologie waarop het militaire machtsvertoon is gebaseerd. Misschien wordt - of was - hij nog geen fascist of nationaal-socialist. Maar het scheelt weinig.

Z'n dubieuze voorkeur kost hem vooralsnog nauwelijks z'n reputatie in

de Verenigde Staten. Europa is ver weg, Amerika heeft genoeg aan z'n eigen hoofd, het isolationisme heeft een breed maatschappelijk draagvlak. Maar Lindbergh laat het niet bij stille sympathieen, hij roept ze van de daken, laat zich interviewen, schrijft stukken, houdt

radiocauserieën. wordt de spreekbuis van de America First-beweging en

de eerste woordvoerder van een 'zwijgende meerderheid' van Amerikanen, die geen inmenging wil in een tweede Europese oorlog.

De sprookjesachtige verhalen van weleer zijn vergeten. Lindbergh voert actie als een extreem-rechtse politicus, berijdt antisemitische

stokpaarden ('de joden domineren de filmindustrie, de pers, de radio en de regering'), prijst Hitler die als enige in Europa in staat is een dam op te werpen tegen de Aziatische horden van Stalin, en waarschuwt voor de heilloze gevolgen van Roosevelt's vriendschap met Churchill.

Zo eindigt binnen een tijdspanne van amper tien jaar de opgewonden idylle tussen Amerika en z'n vliegende pionier. Liberale kranten beginnen hem consequent aan te duiden als 'Herr von Lindbergh', Roosevelt noemt hem een gifslang, allerlei steden en stadjes die in 1927 straten en pleinen naar hem hebben vernoemd, verhangen de bordjes - met hetzelfde vuur als waarmee hij na z'n solovlucht tot onverbiddelijke held werd verheven, wordt hij ten slotte verguisd als

een onmiskenbare verrader.

Hij is 39 als zijn land alsnog bij de oorlog betrokken raakt - en natuurlijk biedt hij zijn diensten aan: als het erop aankomt, is iedere Amerikaan een patriot. Vanzelfsprekend kunnen ze zijn expertise bij de Air Force uitstekend gebruiken, maar voor de zekerheid wordt hij toch maar niet ingezet aan het front in Europa. Over Japan is hij nooit zo vriendelijk geweest als over Duitsland - dus in de Pacific kan hij geen kwaad.

Was hij een Icarus, die zijn vleugels had gebrand aan de verzengende publiciteit? Maar je mag veilig aannemen dat hij ook zonder de heiligverklaring wel de steile, autoritaire conservatief was geworden

die met welgevallen opkeek naar de sterke mannen aan wie in zijn jaren nou eenmaal een hardnekkig soort behoefte heeft bestaan.

De biografie van de jonge Amerikaanse historicus Scott Berg is keurig, schools en aan de schuchtere kant voorzover het gaat om Lindbergh's flirt met het Derde Rijk. En wat er vooral aan ontbreekt,

zijn de geuren en kleuren van het Amerikaanse en Europese interbellum

vanwaaruit zoveel van het heldenleven kan worden verklaard en moet worden begrepen.

A. Scott Berg: Lindbergh. Macmillan, import Nilsson & Lamm; 624 pagina's; * 91,-. ISBN 0 333 73578 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden