Van muis tot luis: het meesterlijke dagboek van de natuurvriend

Boekenweek

De muizen zijn terug in de Frietsteeg, leest Arjan Peters. Hermans vogelkop is gevonden en het museum herbergt luizen.

Foto Io Cooman

In de tijd dat auteur Marieke Groen midden in Amsterdam boven een vermaard friethuis woonde, hield ze een blog bij. Op de middag dat de patatbakker beneden meedeelt dat hij na 26 jaar teruggaat naar Marokko, hangt er net feestverlichting aan de buitenmuren: 'Er zijn maar twee seizoenen in de Frietsteeg: de feestdagen, die hier twee maanden duren, en het toeristenseizoen, dat de rest van het jaar duurt.' Volgt de kennismaking met de nieuwe eigenaar, een oer-Hollander die verklaart 'niet echt de baas' te zijn, maar 'iets eronder'. Bovenbuurvrouw geeft onderbaas onwennig een hand. Wat een mooie en soms herkenbare scènes ('De muizen zijn terug') bundelde Groen in De Frietsteeg, dat tot stand kwam via crowdfunding en bij haar is te bestellen (mariekegroen.nl).

In het even vrolijke als verfijnde tijdschrift Furore wordt eindelijk onthuld waar Willem Frederik Hermans de vogelkop vandaan haalde die hij gebruikte voor de collage op het beroemde omslag van Mandarijnen op zwavelzuur (1963), zijn roemruchte bundeling met knetterende polemieken.

Met geduld en humor werkt de minstens zo explosieve schrijver annex vogelkenner Lodewijk Henri Wiener in zijn Hermans-bijdrage toe naar het moment dat Furore-redacteur Piet Schreuders met de verbluffende bewijzen op de proppen komt (Furore nr 23; euro 12,50).

Van muis, via vogel, naar luis. Toen dierenliefhebber Bruce Frederick Cummings in 1912 eindelijk bij het British Museum mocht werken, plaatsten ze hem op een suffe afdeling waar hij luizen moest bestuderen. Dat was een van de decepties die hij moest slikken. Het meesterlijke dagboek dat de natuurvriend en lijder aan multiple sclerose bijhield, doopte hij The Journal of a Disappointed Man (1919), als schrijversnaam koos hij Barbellion met als voornamen Wilhelm, Nero en Pilatus, 'de grootste mislukkelingen die de wereld heeft gekend'.

Vertaler Harry Oltheten werkte jaren aan De dagboeken 1903-1919 van W.N.P. Barbellion, die nu het licht ziet met foto's, annotaties en leeslinten (Dulce et Decorum; euro 49, 90).

Notitie van 19 december 1916, als de dominee is langs geweest om over de doop van Cummings' baby te praten. 'Ik zei hem dat ik een agnosticus was. 'Er zijn verschillende interessante denkrichtingen in dit dorp', zei hij vermoeid terwijl hij met zijn hand over zijn ogen streek. Ik ken verscheidene mensen die enthousiaster zijn over vlooien en wormen dan deze flegmatieke priester over Jezus Christus.'

Daarop zeggen wij amen.