Van mijn stokje

Michiel Romeyn, Brecht van Hulten en Kleine Viezerik leren dirigeren in het nieuwe tv-programma Maestro. Hoe wanhopigstemmend moeilijk dat is, ondervond mediaredacteur Julien Althuisius.

JULIEN ALTHUISIUS

Met het houten dirigeerstokje in mijn ene hand en de bladmuziek van de Serenade voor Strijkers van Dvo¿ák in de andere, loop ik naar het kleine podium voor het orkest. Ik vouw de bladmuziek over de standaard voor me. De strijkers van het Holland Symfonia orkest verwelkomen me door met hun strijkstok licht op de snaren van hun instrument te tikken: 'tak, tak, tak, tak, tak', klinkt het. Ik kijk van links naar rechts over de tientallen gezichten die me glimlachend aankijken en probeer terug te lachen. Eigenlijk gaat het daar al mis: ik vergeet de eerste violist (de 'aanvoerder' van het orkest) met een handdruk te begroeten.

'Nou, laten we dan maar beginnen hè', mompel ik onverstaanbaar. Ik had me voorgenomen om eerst in mijn handen te wrijven, dat heb ik dirigenten wel eens zien doen en dat ziet er professioneel uit. Ook dat vergeet ik. Ik hef mijn rechterarm omhoog, het stokje wijst naar het plafond van de betonnen zaal, daar gaan we. Ik hoor niets. Arm weer naar beneden en arm weer omhoog.

Dan hoor ik de eerste klanken: de violen. Ik ga door en zwiep het stokje vanuit een polsbeweging naar boven en naar beneden, van links naar rechts. De cello doet nu ook mee. Er is geluid, maar daar is alles mee gezegd. Verschillende ogen kijken me vragend en verward aan. Ik probeer me te concentreren op het complete raadsel dat bladmuziek heet. Waar in het stuk ben ik? Wat betekenen al die boogjes? Wat is een vierkwartsmaat? Kan iemand me neerschieten?

In de uitnodiging die ik een week eerder kreeg, stond: 'Het is een lyrisch stuk, waarbij lange gebonden lijnen belangrijk zijn. U bepaalt of er piano (zacht) of forte (sterk) wordt gespeeld, wanneer een crescendo of diminuendo wordt uitgevoerd. Dvo¿ák heeft zijn bedoelingen op dit punt voor u in de partituur geschreven.'

Dank u Dvo¿ák, maar misschien had u beter kunnen opschrijven wat ik nou precies met mijn handen moet doen. Ik probeer nog wat dirigententrucjes: wenkbrauwen omhoog en vriendelijk knikken naar een van de violisten. Ik krijg een empathieloze glimlach terug. Ook het wenken met mijn linkerhand zet geen zoden aan de dijk.

Ik ben op het punt in het stuk aangekomen dat ik nu echt heel graag naar mijn moeder wil. De Serenade voor strijkers van Dvo¿ák in E, Opus 22, die ik in aanloop naar vandaag op YouTube beluisterde, klonk fris, meeslepend en romantisch. Het is weemoedig en opgewekt tegelijk. De versie die ik uit het Holland Symfonia trek, zou niet misstaan als bonustrack op The Very Best Of Guantánamo Bay. Het is overduidelijk dat ik een probleem heb met het tempo. De ramp voltrekt zich in een vicieuze cirkel: het tempo dat ik met mijn stokje aangeef, is te langzaam. Dus speelt het orkest te langzaam. Maar ik ben in de veronderstelling dat ik moet meegaan in het tempo van het orkest (in plaats van andersom), dus ik ga op een nog lager tempo dirigeren: nu klinkt alles als een vertraagde, valse langspeelplaat.

Ik sla een bladzijde van de partituur om, puur voor de vorm. Om me heen klinkt gelach. Eigenlijk moet ik overgeven. Om mezelf en het orkest nog meer lijden te besparen, stop ik. Het duurde precies één minuut.

Op het moment dat ik me omdraai om van de verhoging af te stappen klinkt een stem 'Where do you think you're going?' Het is Dominic Seldis, voormalig jurylid van BBC Maestro en ook bij de Nederlandse versie van het programma betrokken. Hij dirigeert me vriendelijk doch dwingend terug voor het orkest en komt naast me staan. 'Dit heb ik nog nooit meegemaakt', zegt hij. 'Een dirigent die midden in het stuk stopt. Hoe vond je het zelf gaan?', vraagt Seldis. 'Horrible', antwoord ik. 'Zo klonk het ook. Je weet wat een dirigent moet doen, toch? Je wist toch dat je hier kwam om te dirigeren? Heb je dan helemaal niet op internet gekeken wat een dirigent doet?' Het zijn retorische vragen.

'Het idee is dat je zorgt dat de muziek blijft doorgaan. Als je stopt met dirigeren, dan zal het orkest stoppen met spelen en dan gebeurt er dus dit.' Aan het eind van elke zin die Seldis zegt, klinkt een lachsalvo uit het orkest en krimp ik meer in elkaar. Ik wil het dirigentenstokje op mijn knie doormidden breken en in Seldis' borstkas steken. Maar het is nog niet klaar: ik krijg een cijfer. Seldis draait zich even om naar een paar van zijn collega's en na amper beraad, krijg ik een 3. 'Out of 10.' Mijn handen klemmen zich om het houten stokje. 'Maar', zegt Seldis, 'je kunt er nog een punt bij krijgen van het orkest.'

Hij vraagt de musici aan te geven of zij nog wel iets in mij zien. Aarzelend gaan er een paar strijkstokken omhoog. Het worden er steeds meer. Uiteindelijk krijg ik op een enkeling na de sympathy vote van het orkest. Ik eindig op een 4.

Als ik naar buiten stap, staan vier leden van het orkest met hun instrumenten op de rug een beetje na te praten. Ze lachen wat. Haastig knik ik ze toe en spring op mijn fiets. Nee wacht. Springen klinkt te vrolijk: ik stap op mijn fiets en rij weg. Een violiste komt naast me fietsen. 'Ga je hierover iets schrijven?'

MAESTRO, VANAF VANAVOND OM 20.30 UUR OP NEDERLAND 1

Extra: Nieuwe Jaap van Zweden?

Bij Maestro strijden acht bekende Nederlanders met elkaar om dirigent van het Holland Symfonia orkest te worden. Het programma komt oorspronkelijk van de BBC en werd al eerder in Noorwegen, Zweden en Denemarken uitgezonden.

De kandidaten van de Nederlandse versie zijn (op de foto van links af) Michiel Romeyn, Brecht van Hulten, Kleine Viezerik, Frits Sissing, Catherine Keyl, Lenette van Dongen, Wolter Kroes, Joep Sertons en Tanja Jess.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden