Column

Van mij zijn ze af in Allochtonië

Met de moed der wanhoop heb ik staan schreeuwen op het schip dat ons allemaal naar een onzekere toekomst dreef. Aan lucht had ik geen gebrek in mijn jonge, gezonde longen. 'Met touwen of met jonge slangen zijn we vastgebonden. Op onze lichamen de striemen van het verleden. Op het vasteland zijn ze aan het dansen, daar liggen de kansen,' schreeuwde ik. Mijn eigen mensen brachten me naar het dek, ik verheugde mij op een platform en was blij met mijn grote bek. De plank boven het water was echter wat zij in gedachten hadden, in mijn billen prikten de puntjes van de zwaarden. In het luchtledige hoorde ik die donderstenen nog lachen. Het vasteland was op een armlengte, vlakke grond zonder bergen en toch sloeg ik een tijd aan het zigzaggen.

Van mij zijn ze af. En daar, in het dolende schip 'Allochtonië' is het eerste lid van de vierde generatie al geboren. Na dit heugelijke nieuws snelden ze op elkaar af en beminden elkaar. Dat weet ik, tenslotte leefde ik dertien jaar en vijf maanden daar. Ze zijn blij met het nieuwe kind dat hopelijk geen kritische vragen stellen zal. De orde is er namelijk van een simpele aard: blijf trouw aan de tradities en het geloof. Eer je ouders, sluit je oren voor misstanden en wees zo nodig doof. Een obsessie met de geschiedenis van het moederland is een must, ben je dwars dan deel je het lot van die verstotene bij de kust.

Voordat ik verder ga met dit verkorte verhaal wil ik jullie verwittigen over de geluiden vanuit de kamers en de grote zaal. Als het donker werd, liep ik door de gangen. Voor iedere deur stond ik stil en hoorde ik het huilen aan. Marokkaanse moeders snikten jarenlang, want de dochter wilde met een Turk zijn. Wat een verdriet en wat een pijn.

Bij de Hindoestanen had je vijftig tinten bruin. Iedere keer kwam de zoon met een meisje dat te donker was voor hun stam en rang. En zo zwol het verdriet in het schip aan. De Turken wensten hun dochter een voortijdige dood toe. Ze had een halve Surinamer gebaard, de baby was zwart, en hoe.

Een extra alinea voor het Hollandse bezoek is op zijn plaats. Omdat het op het eerste gezicht een vriendelijke geste betrof en er dus geen sprake was van iets kwaads. Voor deze gasten bereidde mama sliertjessoep, koekjes en baklava van zelf gerolde deeg. Ze leefden zich uit op het eten, verblijdden Allochtonië door over het vasteland zwart te spreken, aaiden de kleine meisjes over de bol die net uitgehuwelijkt werden en luisterden nimmer naar de vervelende feiten. Bijwijlen deden ze zelfs een hoofddoek op, om te laten zien dat er niks mis was met de onderdrukking van onze vrouwen. Even later voeren ze weg op hun bootjes en zwaaiden naar ons, ik wilde weten wanneer wij een keer mee mochten en gaven zelfs de analfabeten mij de bons.

Het leven was daar aangenaam, beste mensen. Met uitzondering van de dagen waarop een ontspoorde het schip verliet om zichzelf en wat andere mensen op te blazen. Kort na die incidenten klommen de fijnproevers ons schip weer op, maakten de kinderen blij met meegebrachte drop, garandeerden dat er helemaal niets aan de hand was met onze tradities en ons geloof en klopten de gestreelde harten van onze voormannen als die van paarden in galop.

Ons schip had delen die Overvecht, Transvaalkwartier, Feijenoord en Bijlmer heetten. Ik geef toe, met het zicht op de schitterende zonsondergangen had ik genoegen kunnen nemen. Maar op het nieuws had men het over de dood en over het leven. Op de radio kwamen de onderwerpen isolement, taalachterstand en armoede aan bod. En meldde de deskundige dat de wij op het schip gemiddeld tien jaar minder leefden.

Ook dit bericht werd in Allochtonië met de nodige vreugde omarmd. Tenslotte, de allerbesten nam God snel tot zich en vergde het tijd eer de hel werd verwarmd. Maar ik, de zonderling, vond het leven te zoet. Laf was ik doorgaans, maar verzamelde toch nog wat moed. Wanhopig schreeuwde ik mijn keel schor in de grote zaal van het schip. De prikkende zwaarden wezen mij de weg naar een nieuwe levenstrip.

Voor mijn levensonderhoud tik ik op het vasteland wat woorden, die draag ik dan graag op aan echte helden. Deze is voor Shirin Musa, de dame die zich met posters van zoenende mensen op het vasteland èn op het schip laat gelden.

Shirin Musa. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden