Column

Van Mersbergen is smaakvol, intelligent en een groot technicus

Frederik Baas, revisited.

Van links naar rechts schrijvers Jan Van Loy, Ivo Victoria, Miquel Bulnes en Jan van Mersbergen. Beeld anp

Vorige week had ik het over mijn allergie voor stapels papier, een defect dat ik opgelopen heb tijdens mijn Arbeitseinsatz bij Uitgeverij L.J. Veen, waar ik romans assembleerde voor De Slegte. Ten kantore liep ene Grietje Harde Returns rond, een qua naam en misschien ook wel geslacht kundig versleutelde collega. Net als ik zwol Grietje op van manuscripten, maar in werkelijkheid van pinda's. In het echt was het ook een man, trouwens. En heette hij Hans Enters - ik hou niet van sleutelcolumns.

Die apennootjes, daar was Enters serieus allergisch voor. Als Frans de Waal binnenkwam, begonnen zijn longen al te piepen. Wat zeg ik, Bram Bakker was al te veel. Wij moesten dus wel lachen toen Hans redacteur werd van Peanuts, de beroemde strips over het hondje Snoopy.

Maar nu even serieus. Al is er voor Hans Enters weinig serieuzer dan een pinda. Mogen we niet vergeten. Voor de pinda-intolerant is een smeuïge pot Calvé een pot cyaankali. Zien wij Petje Pitamientje, dan ziet Hans Magere Hein die met zijn zeis een kleuter heeft uitgebeend en in het schilletje is gekropen.

Oké, nóg serieuzer dan maar. Literatuur. Vorige week beloofde ik Dagboek uit de rivier te lezen, de thriller van Frederik Baas aka Jan van Mersbergen. Op de kaft had ik namelijk al gezegd dat Baas 'spanning en suggestie opbouwt zoals een bever een dam: gestaag, waterdicht, met verbluffend resultaat.'

Kom maar door, dus. Daar lag ik, gestrekt op de chesterfield, maar eigenlijk in de Ardennen, waar Mersbergens personages zich ophouden. Hoewel ik de streek aardig ken, was dit andere koffie, stérkere koffie, geuriger; goeie taal is beter dan de Ardennen. Daarom lees ik, snap je? We hebben Floortje Dessing om door trieste bossen te sjouwen. Ik laat mijn België liever even fermenteren in een schrijverskop.

Maar wel een goeie s.v.p. Van Mersbergen is een groot technicus. Gehaaid, smaakvol, intelligent, lenig schrijfwerk, met behoud van de typische Van Mersbergen-toon, die masculien is, boerenslim, en, geef ik knarsetandend toe, wijs.

Ja.

Voor wie zelf punnikt, is Dagboek uit de rivier een genoegen. Het vertelperspectief is listig. Elegant hoe de intrige rond een bestsellerschrijver en zijn uitgever zich ontspint, bijna als een mopje kamermuziek, of een wiskundesom. En als je er een sneetje in maakt, komt er nog bloed uit ook. Best een lul, die Jan. Wie zou dit ook kunnen, vroeg ik me lezende af. Ian McEwan? Tim Krabbé? Van die plank moet het komen, vrees ik.

Ach, wist ik wel. Toen ik die blurb eruit kakte, bedoel ik. Ik heb de Mers al jaren op de korrel. Hij is ongeveer de schutspatroon van Venlo, mijn eigen hometown, dus wat wil je. En hij komt er niet eens vandaan.

Nou goed, wat ik wel gewild had, was een iets beter einde. Hoe verrassend, atypisch en ontroerend ook: daar had meer ingezeten. Daar was ik nog een jaartje bovenop gekropen, denk ik.

Maar ja. Makkelijk lullen, natuurlijk. En wie weet was Van Mersbergen dan gaan lijken op de schrijver in zijn boek, een tobber met een vastloper tot over de Eifel, in wie ik contouren van mezelf meende te herkennen, trouwens - maar dat zal wel weer toeval zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden