Van lezen word je beter

De jaren dat kunst vooral nutteloos moest zijn liggen achter ons. Een boek heeft nut, werd dit jaar duidelijk, al is het maar therapeutisch.

Verkoudheid is zo ongeveer de enige aandoening waartegen geen boek is gewassen. Maar, schrijven Ella Berthoud en Susan Elderkin: 'Verkoudheid is wel een prachtig excuus om met een warme kruik en een verkwikkend boek onder de wol te kruipen.'


En terwijl je daar ligt, onder die wol, kun je via zo'n verkwikkend boek volop werken aan andere, serieuzere aandoeningen. De auteurs van het in november verschenen De Boekenapotheek hebben er een paar honderd verzameld, en hoewel ze in ergheid behoorlijk variëren - verlamming, kanker en het missen van een lichaamsdeel worden losjes afgewisseld met de midlifecrisis en het maandagochtendgevoel - is de remedie die de schrijvers aanbevelen steeds dezelfde: lees een boek. Geen medisch handboek, ook geen zelfhulpboek, maar een literair werk.


Van boeken word je beter, is een van de dingen die boeken ons het afgelopen jaar hebben geleerd.


Lees en genees, luidt de wervende ondertitel van De Boekenapotheek. Het is een les die ook de branche zelf bijzonder goed uitkomt, in een tijd waarin uitgeverijen saneren en boekwinkels de deuren sluiten. Maar daar hoor je de schrijfsters van De Boekenapotheek niet over. Liever dan over de crisis in het boekenvak buigen ze zich over zaken als stress, werkverslaving, de menopauze en vooral alles wat met de liefde te maken heeft.


Liefde, geen zin meer in de.


Liefde, klaar met de.


Liefde, noodlottige.


Liefde, op zoek naar.


Liefde, ziek door de.


Liefdeloos huwelijk, vastzitten in een.


Voor de laatste aandoening bevelen Berthoud en Elderkin Middlemarch van George Eliot aan: 'Probeer om te beginnen te voorkomen dat je eindigt met iemand die niet de Ware is. De ellende die de lezer voelt als de ongeëvenaarde Dorothea Brooke zich vergooit aan de suffe, oude Casaubon in George Eliots meesterlijke en baanbrekende Middlemarch - een meedogenloos ongevoelige analyse van het huwelijk en de trieste uitkomst die het gevolg is van een slechte match -, geeft een duidelijk beeld van de consequenties van zo'n fout.'


Het boek als medicijn.


Helemáál nieuw is het verschijnsel niet. Eigenlijk is het stokoud. Plaats ter genezing van de ziel, luidde het opschrift op een bord in de Koninklijke Bibliotheek van Alexandrië; honderdduizenden boekrollen lagen daar tot de verwoesting van de bibliotheek in de vierde eeuw opgeborgen in lange nissen. Dat boeken je beter maken, was aan het begin van de jaartelling een gangbare opvatting. De Romeinse filosoof en senator Seneca (4 voor Chr.- 65 na Chr.) ried zijn jonge vriend Lucilius aan zichzelf met een beperkt aantal boeken te omringen en daaruit 'elke dag iets te verzamelen wat je helpt tegen armoe, tegen de dood en evengoed tegen andere ellende.'


Een echo daarvan klinkt door in de brief die Niccolò Machiavelli vijftien eeuwen later aan zijn vriend Francesco Vettori schreef. Hij vertelt onder meer hoe hij zijn avonden doorbrengt: 'Bij de deur ontdoe ik me van mijn kleren van alledag die vol modder en smurrie zitten, en ik steek me in een koninklijk en rijk gewaad. En als ik me dan zo passend heb aangekleed, treed ik binnen in de gemeenschap van grote mannen uit de Oudheid, door wie ik liefdevol ontvangen word en bij wie ik het voedsel tot me neem waarvoor ik op de wereld ben gekomen. Ik schaam me dan niet om met hen te spreken en naar het motief van hun daden te vragen. En in hun goedwillendheid geven zij mij antwoord. En vier uur lang voel ik geen enkel verdriet, vergeet ik al mijn zorgen, heb ik geen angst voor de armoede en word ik niet verontrust door de dreiging van de dood: met hart en ziel geef ik me aan hen over.'


Maar het soort boeken waarmee Seneca en Machiavelli zichzelf therapeutisch onder handen namen, waren vooral filosofische werken en geen romans - de roman in zijn huidige vorm is nog maar een paar eeuwen oud. Volgens de cultureel-correcte opvatting is een roman in de eerste plaats een kunstwerk en moet dus ook als zodanig worden beoordeeld. Het woord 'nut' was daarbij nooit aan de orde. 'Het aardige van veel kennis is haar volstrekte nutteloosheid', zei literatuurcriticus Kees Fens in 1982 tegen Max Pam, in een interview voor weekblad De Tijd. 'Hoe nuttelozer, hoe interessanter. Zojuist heb ik een boek gelezen met de titel Colf-Kolf-Golf, over het edele golfspel. Daar staat alles in, tot de postzegels aan toe, waarop ooit een golfbal is afgedrukt. Dat is in wezen kunst.'


Daar denken Mary Anne Schwalbe en haar zoon Will uit New York anders over. In 2007 richtten ze een leesclub op die alleen uit hen tweeën bestaat. Will Schwalbe is dan nog uitgever bij Hyperion, zijn moeder Mary Anne is gepensioneerd maar nog altijd actief in het vluchtelingenwerk - ze is de oprichtster van de Women's Commission for Refugee Women and Children.


En ze is doodziek. Mary Anne Schwalbe heeft alvleesklierkanker en krijgt van haar artsen te horen dat de ziekte niet te genezen, maar wel te behandelen is. De leesclub geeft moeder en zoon iets te doen tijdens de talloze bezoeken aan het ziekenhuis, waarbij veel en lang moet worden gewacht. In anderhalf jaar tijd bespreken ze tientallen boeken - sommige zijn net uit, andere zijn klassiekers. Als zijn moeder bijna dood is, besluit Will Schwalbe een boek over haar laatste jaren en vooral over hun gezamenlijke leesclub te schrijven. The End of Your Life Bookclub, noemt hij zijn boek. Het verscheen afgelopen juni in Nederlandse vertaling onder de titel De leesclub voor het einde van het leven.


Over de vraag of boeken nut hebben, zijn moeder en zoon Schwalbe duidelijk: ja. En of boeken kunnen worden ingezet als therapeutisch middel? Will Schwalbe: 'Haar hele leven lang had mam wanneer ze verdrietig was, in de war of gedesoriënteerd, zich niet op de televisie kunnen concentreren, zei ze, maar had ze haar toevlucht gezocht tot een boek. Boeken leidden haar gedachten af, kalmeerden haar, deden haar buiten haarzelf treden.'


Of je nu doodgaat of nog even door blijft leven: met boeken gaat het beter, luidt tot slot ook het oordeel van Roman Krznaric, van wie in oktober De Wonderbox verscheen. Krznaric, medeoprichter van de School of Life in Londen, gaat nog wat verder dan Ella Berthoud, Susan Elderkin en Will Schwalbe. Hij ziet niet alleen literatuur maar de hele geschiedenis als één grote tovertrommel vol levenslessen. Wie zichzelf bijvoorbeeld wil leren hoe hij langzamer moet leven, kan een voorbeeld nemen aan de 19de-eeuwse Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens levensmotto was dat alles interessant wordt als je er maar lang genoeg naar kijkt, of naar de Oostenrijkse schrijver Robert Musil, die vanaf 1921 bijna dagelijks aan Der Mann ohne Eigenschaften schreef, maar het boek desondanks nog niet had voltooid toen hij in 1942 overleed. Ook de auteurs van De Boekenapotheek bevelen Musil van harte aan bij mensen die de neiging hebben jachtig te leven: die moeten één pagina per keer lezen, en de gedachten die Musils schitterende inzichten op gang brengen, rustig laten doordringen 'tot steeds diepere krochten in je binnenste.'


Daar knapt een mens van op.


Ella Berthoud en Susan Elderkin: De Boekenapotheek. Lees & genees.

Podium; euro 27,50.


Roman Krznaric: De Wonderbox. Verrassende geschiedenissen in levenskunst.

Ten Have; euro 22,95. Will Schwalbe: De leesclub voor het einde van het leven.


Ambo, euro 19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.