Van Lecrevent naar Lekkerwijn

Mesnard werd Minnaar en Le Long veranderde in De Lange. Strenge Hollandse bestuurders werkten in het Zuid-Afrikaanse Franschhoek de Franse taal en gewoonten er effectief uit....

Wankele ijzeren tafeltjes in een verschoten blauw kleurtje, onder een oude boom die schaduw biedt tegen de zon. Een elegante lunch, vergezeld van een koele chardonnay uit de kelders van La Motte. Uitzicht op machtige bergen, die in het scherpe licht paarsblauw lijken.

Ah oui, la vie est belle!

Het terras van restaurant Le Quartier Français had ergens in het zuiden van Frankrijk kunnen liggen. Maar het ligt in het achterland van Kaapstad, voorbij de Groot Drakensteinbergen, in een dorp dat zijn naam en faam te danken heeft aan een handvol Franse hugenoten die de boot naar Afrika namen.

Welkom in Franschhoek, een village verdwaald in Zuid-Afrika.

Pierre Joubert was een van die landverhuizers. De wijnboer uit La Motte d'Aigues bij Avignon kwam in 1688 op een VOC-schip in Kaapstad aan, als een van de Franse gereformeerde vluchtelingen die door de Verenigde Oostindische Compagnie naar Zuid-Afrika werden gebracht.

Joubert en de zijnen waren religieuze asielzoekers. Vele tienduizenden hugenoten weken destijds uit naar het protestantse Holland en andere buurlanden om aan de onderdrukking van hun katholieke vorst in Frankrijk te ontkomen. Een kleine tweehonderd besloten hun geluk te beproeven op de zuidpunt van Afrika, waar de VOC enkele decennia eerder de verversingspost Kaapstad had gesticht, ter bevoorrading van de handelsschepen die voeren op de Oost.

De nieuwe kolonisten waren welkom in de Kaap, mits ze zich nuttig maakten voor de Compagnie en Nederlands leerden. Zo kreeg Pierre Joubert in een vallei die eerst nog Olifantshoek heette – de beesten kwamen vroeger de berg over om te drinken in de Bergrivier – een mooi stuk grond.

Het was een van de eerste boerderijen die VOC-gouverneur Simon van der Stel uitgaf aan de hugenoten en andere vrijburgers. Fransen en Nederlanders kwamen om en om naast elkaar te wonen, om Franse kliekvorming te voorkomen, en in ruil voor de grond moesten ze hun oogst verkopen aan de Compagnie. De lage prijzen leverden veel gemor en sluikhandel op.

Joubert doopte zijn boerderij La Provence, naar zijn geboortestreek. Ook andere hugenoot-landerijen getuigden van een heimwee naar de Franse streek die ze ontvlucht waren. Pierre de Villiers noemde zijn land Bourgogne, Matthieu Amiel had La Terra de Luc, Jean Jourdan La Motte en Abraham de Villiers Champagne. :

Ze bestaan anno 2003 nog steeds, die boerderijen. De olifanten, neushoorns en zebra's zijn allang verdwenen uit de vallei; alleen hoog in de bergen wordt nog wel eens een luipaard waargenomen. In 1713 stond Olifantshoek al bekend als France Hoeck, vanwege de tientallen hugenoten die er woonden. Ze maakten van hun eenvoudige nederzetting in de loop der eeuwen een welvarend paradijsje met een paar van de beste wijngaarden van Zuid-Afrika.

Wie met de auto door de omgeving van Franschhoek rijdt, door de lieflijke valleien naar Stellenbosch en Paarl, komt de oude hofsteden vanzelf tegen. De meeste zijn al vele malen van eigenaar gewisseld, maar vaak zitten er nog wel hugenoten op de boerderij. Het zijn gerespecteerde wijnproducenten geworden die bijdragen aan de reputatie van het dorp als brandpunt van het goede leven in het Kaapse wijnland.

Sommigen betreuren het dat het moderne Franschhoek steeds meer een speelplaats voor miljonairs aan het worden is. Zo was La Provence, dat aan het begin van het dorp rechts van de weg ligt, tot 1995 nog eigendom van Paul Roux, een nazaat van een dorpsgenoot van Pierre Joubert uit La Motte d'Aigues. Toen kocht opeens de Italiaanse graaf Riccardo Agusta, een man met vrienden uit mafiakringen, het historische landgoed. Hij wil zijn belegging nu weer te gelde maken, zo gaat het verhaal in het dorp.

Dat het grote geld de charme van de streek heeft ontdekt, is zichtbaar aan de twee grote, foeilelijke golf estates langs de Sonstraalweg naar Paarl. Ze hebben zich genesteld tussen de huisjes van landarbeiders en kleine wijn- en vruchtenboerderijen met namen als Le Paris en St Croix. De belofte van een rustig, luxueus leven aan de golfbaan – met huizen vanaf 180 duizend euro – heeft opvallend hoge muren nodig.

Ook het oude dorp is zeer in trek. De huizenprijzen zijn de lucht ingegaan. Een eenvoudige bungalow aan de Krugerstraat moet al zestigduizend euro opbrengen, een aardig Victoriaans huisje tachtigduizend, en wie zich echt een beetje wijnboer wil wanen, kan aan de rand van het dorp een boerderij met drie hectare wijngaarden kopen. Vraagprijs; 3,75 miljoen rand, ofwel vierhonderdduizend euro. In Nederlandse ogen misschien een koopje, maar voor Zuid-Afrika zijn het forse prijzen.

Het zijn bedragen die daarom vooral buitenlanders trekken. Maar wie zou denken dat het speciale erfgoed van het dorp nieuwe Fransen aantrekt, heeft het mis. De rijke nieuwkomers zijn een bont allegaartje, van Engelsen, Duitsers en Zwitsers tot die Italiaanse graaf.

Zelfs de jonge chef die met de keuken van Le Quartier Français furore maakt, komt niet uit la douce France. Ze heet Margo Janse, en ze komt uit Nederland.

Het komt misschien ook omdat la Francophonie in Franschhoek en omgeving geen weerklank meer heeft. Een Joubert of een Du Plessis die nog een woord Frans spreekt, of die ' s ochtends aan de toog een croissant verorbert en nog snel un rouge achterover slaat alvorens naar het werk te gaan? Vergeet het maar.

Alain Juppé mag in 1994 het plaatselijke Hugenotenmuseum bezocht hebben, gevolgd door Jacques Chirac in 1998, een renaissance van het Franse cultuurgoed op het zuidpuntje van Afrika heeft het niet opgeleverd. De Franse taal en gewoonten zijn er destijds effectief uitgewerkt door strenge Hollandse dominees en bestuurders. En een dependance van de Alliance Française om de schade een beetje te repareren ontbreekt in het dorp.

De teloorgang van het Frans zorgde er ook voor dat namen soms wonderlijk zijn verhaspeld. Zo werd de boerderij Lecrevent herdoopt tot het – overigens zeer toepasselijke – Lekkerwijn. Charles Marais noemde zijn landgoed le Plessis Marly, naar zijn geboortedorp bij Parijs. Het is tot Plaisir de Merle omgebogen. La Brie werd Laborie, Bellinchamp heet tegenwoordig Bellingham.

Ook familienamen werden vaak verafrikaanst. Zo is Pinard Pienaar geworden, Mesnard Minnaar, Le Clerq De Klerk, Jourdan Jordaan, Guillaimé Gilliomee, Le Long De Lange, Rousseau Rossouw, Villion Viljoen, du Buisson Basson.

Franschhoek treurt er niet om. Natuurlijk, het dorp is thuisbasis van de Zuid-Afrikaanse Hugenotenvereniging, die vorig jaar de eer had de harde kern van de gereformeerde diaspora, de Internationale Hugenotenconferentie, te gast te hebben. Maar het verleden is bijgezet in een museum annex monument, en verder geniet men kalm van het aangename leven in de vallei.

Want ondanks de entrée van rijke buitenlanders is Franschhoek een knus dorp gebleven. 'Miskien is dit die gemoedelikheid van plase so na aanmekaar, sommer in die dorp', noteerde de schrijfster Elsa Joubert, een bekende telg uit de grote Joubert-familie, 'binnen ' n paar minute se stap van die kerk; die intiemheid van ' n werf wat sommer uitloop op straat.'

Er is geen woord Frans meer bij, hoogstens wat heimwee naar een verstild dorpsplein in de Provence.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden