Van Kokkiaanse reflectie tot Kokkiaans kattig: Sheila geniet van het interview met Wim Kok

Foto de Volkskrant

Nederland is gebouwd op de polder, op mannen en vrouwen die in zaaltjes met de jasjes uit rollebollen over de notulen van de vorige keer, belangentegenstellingen overbruggen in nota's van 26 kantjes gestolde strijd, en van deze polder was Wim Kok lange tijd koning, keizer en admiraal tegelijk.

Later zou hij premier worden, de eerste Paarse, óók een opwindende en invloedrijke functie, maar ik durf de stelling aan dat hij als hoogste arbeider van het land - tussen 1961 en 1985 was hij vakbondsmedewerker, stakingsleider, vakcentralevoorzitter - de ingrijpendste maatschappelijke omwentelingen op zijn conto heeft staan.

Over zijn kwarteeuw bij de vakbond liet het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis hem interviewen. Een fraai mondelinge-geschiedenisproject. Het resultaat, gesprekken van in totaal vijftien uur en een kwartier met de journalist Leonard Ornstein, werd deze week online gezet.

Twee mannen aan een tafeltje die praten in meanderende zinnen, drie camerastanden, er wordt spaarzaam gelachen (bij Wim Kok is lachen: trekken met de ogen waardoor bij het linkeroog enkele rimpeltjes ontstaan en er een heel klein lichtje aangaat in de pupil), het gaat niet over de PvdA of over Marleen Barth met haar huurverlaging en haar Maldiven, het gaat niet over de polder van nu met zijn balsturige bazen en zijn leeglopende bonden. Het gaat over toen, over de geleide loonpolitiek, over de tijd dat Nederland de mooiste verzorgingsstaat ter wereld had vervolmaakt dankzij het Groningse aardgas, en over de tijd dat er nog gerust in het ganse land twee weken werd gestaakt om iets met geld en macht.

En het is heerlijk. (Vooruit, met doorscrollen en versneld afspelen en hele episodes overslaan, dingen die Wim Kok zelf vermoedelijk nooit zou doen.)

Hij toont Kokkiaanse reflectie: 'Misschien zijn we te lang ervan uitgegaan dat de sociale zekerheid goed was voor de mensen en hebben we te weinig oog gehad voor de effecten: de hoge kosten, sommige mensen die te makkelijk gebruik maakten van voorzieningen. Daar ben ik misschien wat naïef in geweest.'

Kokkiaans kattig wordt hij ook. Wanneer de interviewer ongemakkelijke vragen gaat stellen over hoe bonden en bazen jarenlang overtollige arbeiders onterecht als 'arbeidsongeschikt' aanmerkten, om ze via de royale WAO-regeling te kunnen afvoeren in plaats van via de karigere werkloosheidsvoorziening, op kosten van de samenleving. Dan worden de zinnen kort en krijgt de vragensteller de schuld: 'Ónbedoeld verkeerd gebruik.' 'Ik kan de vraag op deze manier niet beantwoorden.' En: 'Moet ík dat hier nu gaan uitleggen?'

Het meest Kokkiaans is hij wanneer hij uitlegt welke verantwoordelijkheid bij macht hoort: 'Als je een massabeweging leidt, moet je weten waar dat redelijkerwijs toe kan leiden. Je kan wel een vuurtje aansteken, maar je moet ook weten hoe het gedoofd kan worden. Het winnen van een conflict lijkt leuk, maar er komt een dag na het conflict dat je weer verder moet met elkaar. Je kunt beter met 1-0 winnen dan met 6-0.'

Het mooist is het Kokkiaanse plichtsbesef. Als de interviewer 'Vond u het léuk?' vraagt, de Dam vol actievoerders, de plek op de eerste rang bij politieke besluiten die de maatschappelijke orde in Nederland voor decennia zouden bepalen, dan valt er een stilte. Kok vraagt zich zichtbaar af of hij zich een frivoliteit als 'leuk' kan veroorloven. 'Het was nódig', zegt hij dan.