Onze gids deze week

'Van kleren krijg ik geen genoeg, van mode wel'

Hij zorgde ervoor dat de mannenmode van het Franse modehuis Lanvin tot de top behoort, maar als ontwerper blijft Lucas Ossendrijver het liefst op de achtergrond. Puur handwerk, dat staat bij hem centraal. En zijn modellen mogen best flaporen hebben of een raar loopje.

Beeld Viviane Sassen

Dat de mannenmode van Lanvin in een adem wordt genoemd met die van Saint Laurent, Dior en Givenchy - de top van de mannenmodemerken - is de verdienste van Lucas Ossendrijver. Toen hij tien jaar geleden debuteerde, stelde de mannenmode van Lanvin nog niet zoveel voor. Het was een ingeslapen afdeling met een paar vaste klanten die jaarlijks terugkwamen voor een nieuw pak en een paar goed passende overhemden. Kortom: maatwerk, niks modieus aan.

Ossendrijver (46) werkte eerder voor Hedi Slimane bij Dior Homme en kreeg bij Lanvin de opdracht om de mannenmode nieuw leven in te blazen. Hij begon met een kleine collectie: een stuk of vijf jassen, drie colberts, twee paar schoenen en drie tassen. Inmiddels zijn de collecties enorm uitgebreid en behoren zijn shows - altijd op zondagochtend - tot de drukst bezochte van de Parijse mannenmodeweek. Zijn kleding is gewild. Klassiek en subtiel, dat zijn de woorden die steeds weer vallen als het om zijn werk gaat.

Zijn ontwerpen stoelen op doordachte constructies die op de hanger niet direct de aandacht trekken. Pas bij het voelen en passen valt op hoe ingenieus de kleding in elkaar steekt. Het is mode van het fluisterende soort, zoals Ossendrijver zelf. De ontwerper staat niet graag in de spotlights. Recepties en openingen mijdt hij zo veel mogelijk. Interviews geeft hij zelden. Het idee dat een merk een ontwerper nodig heeft die als een filmster in de publiciteit staat, vindt hij pervers.

Ossendrijver is een stille kracht. 'Het gaat niet om mij. Het gaat om de kwaliteit van de kleren en om het merk.'

CV

31 januari 1970 Geboren in Amersfoort

1988-1992 Opleiding tot ontwerper aan modeacademie ArtEZ in Arnhem

1993-1995 presentaties met Le Cri Néerlandais in Parijs

1997 begint als ontwerper bij modemerk Kenzo in Parijs

2000 begint als ontwerper bij Kostas Murkadis in München

2002 gaat als assistant van Hedi Slimane aan de slag bij Dior Homme in Parijs

2006 begint als mannenmodeontwerper bij modemerk Lanvin in Parijs.

Hij is lang en dun, tanig. Een spijkerbroek, sneakers, een geruit overhemd. Stijlvol, maar niet opvallend. 'Ik ben de slechtste consument die je kunt bedenken. Ik heb mezelf een soort uniform aangemeten. Ik ben 24 uur per dag met kleding bezig - ieder garen, iedere kleur, iedere knoop en iedere lengte is een beslissing - dus voor mezelf wil ik niet te veel keuzes hoeven maken. Bovendien trekt uitgesproken kleding de aandacht. Mijn uniform is voor mij ook een manier om mezelf te laten verdwijnen.'

Ja, hij is trots op wat hij de afgelopen tien jaar met Lanvin heeft bereikt. Maar hij kijkt liever vooruit dan terug. Zijn jubileum en de situatie in de modewereld - de verkoop van luxeproducten staat wereldwijd onder druk - hebben hem aan het denken gezet over wat hij doet en waarom hij dat doet. 'Tijdens het ontwerpen van de nieuwe collectie was ik op zoek naar een antwoord. Natuurlijk was er vanwege het economisch belang de verleiding om op safe te spelen en met bestaande codes aan de haal te gaan. Maar ik heb het tegenovergestelde gedaan: ik heb geprobeerd zo creatief mogelijk te zijn. Juist in moeilijke tijden is creativiteit belangrijk.'

1. Kledingstuk: sneaker

'De sneaker is misschien wel het meest iconische product dat ik heb gemaakt. In mijn eerste collectie voor Lanvin zat al een paar. Voor mij zijn sneakers altijd een vanzelfsprekend onderdeel van mijn garderobe geweest. Ik draag ze bijna altijd, ook onder een pak. Toen ik ze voor het eerst op de catwalk presenteerde, had ik niet voorzien dat de populariteit van de sneaker zo'n vlucht zou nemen. Ze bestaan immers al veel langer. Maar ik denk dat ik er op een goed moment mee kwam: net toen de mannenmode wat minder formeel begon te worden.

De sneakers van Lanvin zijn veel gekopieerd. En onze eigen collectie is veel groter geworden: die telt momenteel bijna tweehonderd modellen. Wat een sneaker Lanvin maakt? De rijkheid van het materiaal en de intensiteit van de kleur. De eerste sneakers die ik voor Lanvin maakte, waren van zijde. Nu worden in sommige sneakers wel acht of negen materialen verwerkt. Dat zie je zelden, omdat het erg kostbaar is om zoiets te laten maken. Maar het past bij een exclusief merk als Lanvin, de kwaliteit van het materiaal is belangrijk. Materiaal is altijd een van de belangrijkste uitgangspunten tijdens mijn ontwerpproces. Als ik mooie materialen zie, krijg ik zin om aan de slag te gaan.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld .
Beeld Viviane Sassen

2. Fotograaf: Chris Killip

'Ik verzamel fotoboeken met documentairefotografie. Een van de inspirerendste boeken uit mijn verzameling is In Flagrante van de Britse fotograaf Chris Killip. Daarin staan portretten die hij maakte in Noordoost Engeland in de late jaren zeventig en tachtig, net na het sluiten van de mijnen. Het zijn sombere foto's in zwart-wit. De gezinnen op de foto's zijn arm. Killips beelden raken mij, ik heb er meer mee dan met glossy beelden van modetrends. Ik haal er inspiratie uit over hoe mensen zich kleden. Want deze mensen dragen geen kleding omdat het mode is: wat ze dragen is alles wat ze hebben. Eigenlijk heeft mijn interesse in mode meer met kleding dan met trends te maken. Soms sta ik verbaasd dat kleren me na twintig jaar nog steeds zoveel interesseren. Maar van kleren krijg ik geen genoeg, van mode wel.'

Fotograaf: Chris Killip.'Het zijn sombere foto's in zwart-wit. De gezinnen op de foto's zijn arm. Killips beelden raken mij, ik heb er meer mee dan met glossy beelden van modetrends.' Beeld Chris Killip

3. Architectuur: Philharmonie de Paris

'Ik heb lang niet geweten wat ik moest vinden van de Philarmonie, het nieuwe concertgebouw in Parc de la Vilette, in het noordoosten van Parijs. Het is een ontwerp van Jean Nouvel en is sinds begin dit jaar officieel open. De bouw is een stuk duurder uitgevallen dan was begroot en er zijn veel mensen die het niet mooi vinden. Het gebouw ziet eruit als een in elkaar gezakte pudding, in zilverachtige tonen. Nog niet zo lang geleden kwam ik erlangs, toen ik over de périférique reed: ik werd gegrepen door de kracht van het gebouw. Ik vind het mooi dat het grote gebaar niet wordt geschuwd in de Parijse architectuur. Als er een nieuw gebouw bijkomt, wordt er echt uitgepakt. Denk aan het Louvre of de nieuwe bibliotheek in het dertiende arrondissement. Dat zijn ook moderne en in het oog springende gebouwen.'

'Ik heb altijd getwijfeld tussen architectuur en mode. Ik was van jongs af aan geïnteresseerd in kleding, maar mode was voor mij geen logische stap. Ik kom niet uit een milieu waarin mode belangrijk was: mijn vader had een bouwonderneming in Amersfoort. Architectuur was logischer geweest. Maar toen ik naar de kunstacademie in Arnhem ging, was het evident dat het mode moest zijn. Het prettige aan werken in de mode vind ik de snelheid. Daarover wordt momenteel veel geklaagd, en het is ook wel extreem geworden met al die tussencollecties. Maar het traditionele model met twee collecties per jaar bevalt mij goed. In welk ander beroep kun je jezelf nou elke zes maanden opnieuw uitvinden? Elk seizoen begin ik op nul, met het idee dat het nog beter kan.'

Architectuur: Philharmonie de Paris.'Het gebouw ziet eruit als een in elkaar gezakte pudding, in zilverachtige tonen.' Beeld AFP

4. Muziek: Einstürzende Neubauten

'Ik ga niet veel uit. Maar ik hou van elektronische muziek. Ik heb vrienden die in die scene werken en ik vind het prettig af en toe naar een club te gaan. Daar sta ik dan niet tot zeven uur 's ochtends te dansen hoor, ik sta liever een paar uur in een hoek te observeren. Het nachtleven is een andere wereld, waarin ik nauwelijks modemensen tegenkom. Dat vind ik inspirerend. Voor mijn shows is elektronische muziek niet altijd bruikbaar. Muziek beïnvloedt hoe mensen naar de kleren kijken, en elektronische muziek kan hard overkomen, terwijl mode voor mij over intuïtie en verleiding gaat. Maar tijdens de laatste show heb ik het wel gebruikt. Van Einstürzende Neubauten, een Duitse performancegroep uit de jaren tachtig. Hun elektronische muziek is niet keihard. Ze maken ook gebruik van zang en instrumenten, waardoor het vrij zacht en zelfs een soort sensueel klinkt. Heel mooi.'

5. Vakantie: Griekse eilanden

'Ik hou niet van reizen. Ik hoef niet zo nodig overal naartoe om me te laten inspireren. Maar ik ga wel elke zomer weg uit Parijs. Want het is hier in de zomer, vooral in augustus, bloedheet en erg druk. Meestal huur ik met vrienden een huis op een van de Griekse eilanden, zoals Tinos of Paros. Als het maar een kalme plek is, met niet te veel toeristen. Tijdens de vakantie doe ik niet zoveel. Ontbijten, koffiedrinken in een nabijgelegen dorp, naar het strand, wat lunchen, zwemmen en 's avonds met zijn allen eten. Dat is het wel. Na een week of twee ben ik helemaal uitgerust en heb ik zin om echt weer aan het werk te gaan. Voor mijn werk reis ik trouwens wel geregeld, dat hoort erbij. Het fijnste vind ik de reistijd zelf, omdat het dan lijkt alsof de tijd stilstaat. Neem de vlucht naar New York: lekker zes uur zonder telefoon of andere afleiding. Dan ga ik lezen of schetsen, soms verveel ik me. Maar ik vind verveling niet erg. Verveling is zelfs een motor voor mij. Juist als ik mijn gedachten de tijd geef om te meanderen, kom ik op nieuwe ideeën.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Viviane Sassen

6. Stad: Parijs

'Ik woon nu bijna twintig jaar in Parijs en ik kom niet meer zo vaak in Nederland. Ik voel me hier inmiddels meer thuis dan in Nederland, omdat mijn vrienden hier zijn. Toen ik hier net woonde, ging ik vaker terug. Maar mijn leven heeft zich langzaamaan verplaatst. Ik hou van Parijs. Ik woon in het tiende arrondissement. Dat is een levendige buurt, met veel fijne en niet al te dure restaurants.

's Ochtends loop ik naar mijn werk. Dat is een mooie wandeling, langs Palais-Royal. Vaak stop ik onderweg even om ergens een kop koffie te drinken. Het is ongeveer 25 minuten lopen. Dat vind ik niet te lang, ik loop graag en maak nauwelijks gebruik van de metro.

Mijn atelier zit boven de winkel, die ligt in het chique deel van winkelstraat Rue Saint-Honoré, in de buurt van Place Vendome, waar veel luxemerken zitten. Het is een mooie plek, op de zevende verdieping. En ik vind het prettig om boven de winkel te zitten. Ik zie de klanten, ik zie wat ze kopen. Dat beïnvloedt mijn proces: een show is een ding, maar uiteindelijk gaat het om wat er in de winkel hangt en of dat goed verkoopt.'

7. Schoonheidsideaal: flaporen

'Ik bemoei me altijd intensief met de casting van de modellen voor de show, omdat ik het belangrijk vind hoe mijn ontwerpen worden getoond. Iemand moet de persoonlijkheid hebben om de looks die ik ontwerp, te kunnen dragen. Op het verkeerde model werkt het gewoon niet. Tijdens de casting zie ik binnen twee dagen honderden gezichten. De modellen die mij aanspreken, zijn altijd de jongens waar volgens anderen iets mis mee is.

'Ik heb een groot zwak voor flaporen. Maar ook voor een afwijkende manier van lopen of een specifieke manier van kleden. Als het maar niet te glad of te mainstream is: mijn modellen zijn nooit perfect. Tijdens de laatste show heb ik zelfs twee modellen gevraagd hun eigen bril op te houden, omdat die hen zoveel karakter gaf. En er was een Engelse jongen met kort haar en flaporen die zo goed paste binnen het beeld dat ik wilde neerzetten dat hij twee dagen langer is gebleven en ook als showroommodel heeft gewerkt. Ik ben altijd wel benieuwd naar wat mijn modellen verder met hun leven doen. Deze jongen was student.

'Eigenlijk is modellenwerk heel ondankbaar: veel wachten, vaak omkleden en uiteindelijk maar een klein stukje lopen.'

Schoonheidsideaal: flaporen.'Er was een Engelse jongen met kort haar en flaporen die zo goed paste binnen het beeld dat ik wilde neerzetten dat hij langer is gebleven.' Beeld Team Peter Stigter

8. Kunstenaar: Oscar Tuazon

'Ik heb Oscar Tuazon leren kennen via zijn vrouw, een vriendin van mij. Een paar maanden geleden was ik in Los Angeles voor research en toen ben ik bij hem langsgegaan in zijn atelier. Dat is me heel erg bij gebleven. Hij maakt grote, monumentale werken van een combinatie van natuurlijke en industriële materialen zoals beton en hout. Zijn werk is krachtig, maar tegelijkertijd poëtisch en zacht. Die combinatie spreekt mij aan.

'Ik heb het geluk dat ik een van zijn werken heb: een klein schilderwerkje, dat hangt thuis aan de muur. Ik neem de tijd om dingen buiten mijn vakgebied te zien. In Parijs is veel te doen op cultureel gebied. Behalve in de bekende musea komt ik ook graag in wat minder bekende musea zoals Musée de la Vie Romantique en Musée national Gustave Moreau.'

Kunstenaar: Oscar Tuazon. 'Hij maakt grote, monumentale werken van een combinatie van natuurlijke en industriële materialen zoals beton en hout.' Beeld Getty Images

9. Fotograaf: Viviane Sassen

'Viviane en ik zaten bij elkaar in de klas aan de modeacademie in Arnhem. Ze heeft zelfs een keer als model een show voor mij gelopen, toen ik nog studeerde en ook kleding voor vrouwen ontwierp.

'Ik ben een liefhebber van haar werk. Tien jaar geleden heeft ze de eerste officiële portretfoto's van mij gemaakt voor Lanvin. En onlangs heeft ze me opnieuw gefotografeerd. 'Ik ga niet zo graag op de foto, maar bij Viviane voel ik me wel op mijn gemak.'

10. Mode: handwerk

'Ik ben een liefhebber van handwerk. Dat is toch een vorm van haute couture, het hoogst haalbare in de mode. De mannenmode van Lanvin is begonnen met op maat en met de hand gemaakte pakken. Boven de winkel zit nog steeds een speciale afdeling: made-to-measure. Daar kom ik graag: ik bewonder de vakmensen die daar werken. Ik ben verantwoordelijk voor de prêt-à-porter, maar ik laat nog steeds veel met de hand maken. Voor de collectie van komende zomer heb ik bijvoorbeeld sneakers met de hand met schuurpapier bewerkt om ze oud te laten lijken. En ik heb ook de mouwen van de colberts met de hand laten vormen. Dat is een ingewikkeld proces waarbij ik de mouwen eerst met de hand plooi, dan stik en dan pers. Ten slotte haal ik de stikdraad eruit, zodat alleen de gefixeerde plooien overblijven. Zo'n artisanaal proces kost veel tijd, maar het resultaat is prachtig. Voorgevormde mouwen geven karakter en beweging aan een kledingstuk. Dat is precies waarnaar ik op zoek was: ik wilde mijn ontwerpen een zekere nonchalance meegeven. De consequentie van mijn manier van werken is dat de kleding van Lanvin over het algemeen vrij kostbaar is. Het is een nicheproduct, maar er is een markt voor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden