Van Keulen naar Engeland in 47 hondse dagen

Het Verdrag van Versailles wilde dat na de Eerste Wereldoorlog delen van Duitsland tijdelijk zouden worden bezet. De Engelsen namen het Rijnland voor hun rekening en gebruikten daar ook een flottielje van kleine, gewapende motorboten voor de controle van de Rijn....

Het nieuwe jaar is ruim een week oud. De Britse bezetters zijn dolblij naar huis te mogen. Matroos Ward noteert op 10 januari 1926 een 'mooie afscheidsparade' in Keulen, maar 'hadden wel pech toen een van de auto's het opgaf. Gelukkig konden we 'm met een touw in de parade blijven voorttrekken.' Ook aan boord ging het meteen al fout, want 'terwijl we stroomopwaarts stuurden, kreeg de 291 motorpech door water in de brandstof en moest op sleeptouw door de 473 terug naar het bootshuis. De machinekamerbemanning probeerde de zaak te repareren, maar kreeg dit niet snel voor elkaar, zodat om 16.00 uur op sleeptouw om de rest van het flottielje, dat voor anker lag, op te pikken. De bemanning van de 291 heeft de hele nacht gewerkt, de machines zijn gerepareerd en weer klaar voor hun plicht.'

Meteen de tweede dag was het nog erger mis. Er was dichte mist en de loods zei dat ze beter konden stoppen. Maar 'de commandant zei nee en we gingen door totdat we vastliepen op de bodem van de rivier. Met behulp van een Franse sleepboot kwamen we los en legden aan voor de nacht. De hele bemanning had er de buik vol van en het was steenkoud.'

Al bij Boppard, na nauwelijks zestig kilometer, moesten ze anderhalve dag blijven liggen met een gebroken drijfstang. In Mainz stond de Britse consul (plus Union Jack) het flottielje op te wachten, een eerbetoon dat twaalf saluutschoten vereiste. Daar moest de 287 oneervol naar de werf met een gat in de romp, opgelopen door een botsing met een sleepboot.

Bij Straatsburg werden de problemen heviger. 'Na het passeren van sluis 1 bleek dat we opgesloten zaten in de haven van het kanaal.' De Britten moesten een week in Straatsburg blijven, omdat ijsschotsen varen onmogelijk maakten. Daarna werd er gesleept door paarden. Het was acht graden onder nul. Via Saverne en Arzviller ging het, 'door een vijf kilometer lange tunnel met behulp van onze schijnwerpers en nog steeds getrokken door de paarden. We geraakten tot sluis nummer 0 nadat we al 52 andere sluizen waren gepasseerd.' Even later noteert Ward: 'Iedereen heeft z'n buik vol van sluizen. We kwamen in Einville om 19.15 uur aan.

Op 3 februari legde het flottielje aan in Nancy: 'Na de lunch werden de schepen opengesteld voor het publiek. Oh, wat een menigte, de boten zakten bijna onder water bij tijd en wijle. Goed de pest in. Ging van boord, nam een bad, diner en sliep in het Hotel Central.' Ward gaat dan voort:

7 februari - 'Van start om 7.00 uur, getrokken door de paarden, liepen aan de grond om 7.30 uur. Kreten naar de andere boot hadden geen gevolg, moeizaam weer vooruit en legden aan in Mauvage naast een cafeetje. Einde van een zondag - 'rustdag', maar niet bij deze Marine.

8 februari - Om 12.00 uur werden alle boten achter elkaar gelegd. Per vier motorboten wachten tot we door een tunnel zouden worden getrokken door een machine met een grote ketting. Na ongeveer vijf kilometer kwamen we aan het andere eind van de tunnel en rond 16.00 uur pikten we twee ezels op (witte ditmaal) en gingen door sluis nummer 1. Hierna voeren we naar Demage-aux-Eaux en legden vast voor de nacht. De voerman van onze ezels heeft een stijf been en past goed bij z'n ezels. Een kreupele in een strandstoel had ons makkelijk kunnen inhalen, zo langzaam waren we.

10 februari - Bar-le-Duc. Nick en ik gingen aan wal om rustig te passagieren, deden een cafeetje of twee aan, maar rond 23.00 uur was het zo mistig geworden dat we niks meer zagen (konden vinden).

11 februari - Per auto naar de slagvelden van Verdun. Hier zag ik het meest verschrikkelijke, maar tegelijk wonderbaarlijkste vergezicht van mijn leven. Kilometers in het rond geen plekje grond dat gelijk was of natuurlijk aandeed. Gaten en kuilen door granaten. Dit was het verste punt dat de Duitsers bereikten. De resten van geweren, bajonetten, laarzen en ontplofte en niet-ontplofte granaten lagen bij honderden in de rondte. Ik zag een dichtgegooide loopgraaf waar de lopen van de geweren met de bajonetten nog bovenuit staken.

12 februari - Micky bezwoer dat hij nooit meer iets zou vieren, want zijn verjaardag was gisteren door iedereen, inclusief hemzelf, vergeten. Ik geloof niet dat het zo'n vaart zal lopen, want hij lust ze wel.

14 februari - De hele dag in touw. In Châlons kregen we nachtpermissie. De bovenzijde van het stuurhuis is afgebroken toen we onder een zeer lage brug doorvoeren. Micky's belofte om niets meer te vieren is natuurlijk verbroken, zoals we al gedacht hadden.

16 februari - Stopten bij Ay voor de nacht. Twee pogingen om wilde eenden te vangen, maar vingen alleen maar wind. De jongens trapten een balletje naast onze ligplaats. Drie bemanningsleden van elke boot bezochten de Champagne-fabriek. Passeerden een boel wijngaarden op de noordelijke oevers van het kanaal. Kon 's middags een uiltje knappen. Nog maar een paar kilometer naar de Marne, gelukkig.

17 februari - Vertrek uit Ay. Alle boten goed op vaart, maar wij op de 291 hadden pech. Na een boel gepruts kregen we de stuurboordmotor aan de praat, maar die aan bakboord bleef onbruikbaar. Het regende de hele dag gruwelijk, om mistroostig van te worden. Maar we geraakten tot Chateau-Thierry. Het regent nog steeds.

19 februari - Vertrokken om 8.30 uur, dreven de rivier af, maar geen van beide machines sloeg aan. We gooiden het anker uit en maakten beide motoren schoon. Na een reeks knallen sloeg de stuurboordmachine aan en we voeren ruim een kwartier stroomopwaarts, om zeker te zijn dat ze zou blijven lopen. Keerden toen langzaam om. Na een tijdje etteren kregen we ook de bakboordmachine aan de praat. Alles ging goed tot de loods ons aan de grond liet lopen. Zachte bodem, gelukkig geen schade. Kwamen los en zagen de 8 vastzitten in de modder. We trokken haar los. Plotseling stopten onze beide motoren en we dreven vast in een boom die over de rivier hing: weer geen schade, de boom niet meegerekend. De loods voer ons toen bijna tegen de sluismuur. Van wie hij z'n diploma heeft gekregen, die is een beetje geschift. Inmiddels zijn we er van overtuigd, dat deze schuit slecht aan z'n eind komt. Een rotdag. Zijn nog vijf uur varen van Parijs.

22 februari - De filmster Buster Keaton die toevallig in Parijs was, is bijna de hele dag aan boord geweest. Moe, vroeg naar kooi.

24 februari - 's Morgens de boot vastgelegd aan de Alexandra-brug en de beide motoren laten lopen om ze op te warmen. De Britse ambassadeur aan boord voor een rondleiding. Om 10.30 uur voeren we de Seine af temidden van juichkreten. We verlieten Parijs snel, maar hebben er een aangename tijd gehad. We schoten redelijk op, maar opeens vloog de stuurboordmachine in brand, we schrokken ons rot. Maar met behulp van een brandblusapparaat was de boel snel weer gedoofd. De kok viel met ontbijt en al van de trap van de kombuis toen de stuurboordmotor onverwachts pakte. Helaas geen ontbijt vanochtend.

26 februari - Laatste ruk richting Le Havre. Alleen de 8 bleef wat achter. Toen begonnen de problemen pas goed. We moesten de 542 op sleeptouw nemen want beide motoren uitgevallen. Nadat we haar Le Havre hadden binnengesleept, moesten we weer terug om de 287 op te halen. Die lag ook te dobberen met kapotte machines. Toch nog een lollige avond aan wal.

27 februari - Le Havre verlaten. Na enkele uren vielen beide motoren stil en we kregen ze niet meer aan de gang. Raakten op drift met een behoorlijke zuidwesterstorm. Schoten noodvuurpijlen af. De 8 probeerde ons op sleeptouw te nemen, maar de tros brak. Micky en ik werden bijna overboord geslagen. Metershoge golven. De 8 kreeg zelf ook problemen, draaide van ons weg en seinde dat ze op weg ging naar land. Toen waren we weer overgeleverd aan de genade van de zee. We kregen de stuurboordmotor aan de gang en bleven voortgaan zonder onze positie te kennen. Opeens kregen we een ander vaartuig in de gaten. We seinden met handvlaggen om onze koers te weten te komen. Zij seinden ons de koers en onze positie terug.

Toen we eindelijk in het zicht van de haven van Portsmouth waren, begaf de stuurboordmotor het nogmaals en weer dreven we twee uur lang hulpeloos rond. Om half vijf 's morgens kwamen we de haven van Portsmouth binnen. Eindelijk veilig. We troffen de 473 en de 8 ook binnen. De 542 werd binnengesleept door de sleepboot Swarthy. Van de 287 hoorden we niets, totdat om 18.00 uur een destroyer binnenliep met de bemanning van de 287 aan boord. Hun schip was gezonken, maar gelukkig geen slachtoffers. Nou, dit was het einde van onze tocht, maar wel een die we nooit zullen vergeten! Geen admiraal kan mij ooit nog overhalen Het Kanaal over te steken in Motor Launch 291.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden