Column

Van Jorgos leerde ik dat seks licht, loom en leuk kan zijn

Zes Volkskrant-auteurs over hun vakantieliefde.

Aleid Truijens
Jorgos. Beeld .
Jorgos.Beeld .

Hij heette Jorgos. Natuurlijk heette hij Jorgos, zo heten Griekse jongens. Ik herinner me verbazend weinig over hem, behalve dat hij een zachte, lispelende stem had, donker haar, een gebronsde huid, trouwhartige bruine ogen, grote dotten borsthaar en een charmant accent. Mijn vakantieliefde was een wandelend cliché. Beschamend: ieder meisje van 20 met een rugzak ontmoette in Griekenland wel zo'n Jorgos. Maar van míjn Jorgos, die lieve schat, was er maar één.

Zijn vriend heette Kostas - zo heet de andere helft van de Grieken. Kostas was heel ongrieks blond, en ook al zo leuk. Vriendin S. en ik kwamen hen tegen in een café in Plakias, een plaatsje aan de zuidkust van Kreta. We hadden elkaar veel te vertellen, die eerste avond. Zij dronken ouzo, wij retsina. Zij waren studenten, net als wij. Waarover ging het? Op de foto's vallen we alle vier om van het lachen.

Plakias was een plaatje waar Kretenzische tokkelmuziek als vanzelf opklonk. Drie taveernes, drie huizen met rooms to rent. Veel kromgetrokken, tandeloze vrouwtjes, die als we langsliepen kirrend in ons Hollandse vlees knepen; knoestige grijsaards met turquoise, stinkende vissersboten. Griekser kon het niet.

Plakias mocht willen dat het er nog zo uitzag. Op Google Afbeeldingen zie ik suffe flats met gifblauwe zwembaden, op het strand rijen ligbedden. Alleen die rots, in de vorm van een vooruitgestoken paardekop, is nog dezelfde. Zoiets etst zich in een hersenkwab als je een week lang, in het maanlicht, met dat decor de liefde bedrijft.

Wij sliepen niet in een room, veel te duur. Wij hadden ons eigen tentje op het strand. Omdat het tentje telkens door rukwinden werd weggeblazen, sliepen we maar op het strand. Plaats genoeg voor Jorgos en Kostas onder Zeus' hemel. Na een tijdje vertrokken we met zijn vieren. De jongens hadden een auto, die 'Willy de Brandt' heette. Met onze grote oranje rugzakken vol zware tentstokken, butagaz-branders en steelpannen hoefden S. en ik niet meer te zeulen.

Volgens de foto's doorkruisten we imposante landschappen en bezochten we culturele hoogtepunten. Maar ik herinner me alleen dat ik elke nacht in Jorgos' armen wegzonk. Hij rook zo lekker, dat was het. En dat verlegen grijnsje. Alsof hij zich net als ik schaamde voor die vreemde, oceanische lust.

Je hebt de liefde die niet mocht zijn, de liefde die blijft en de liefde die had gekund. Jorgos was de laatste categorie. Het had best wat kunnen worden, maar ons vliegtuig vertrok.

Drie jaar later kwam de grote liefde in mijn leven, de liefde die bleef. Misschien had ik die niet herkend als ik Jorgos nooit had gekend. Van Jorgos leerde ik dat liefde niet een kwestie was van looiige, religieuze ernst, van gesprekken vol jaloezie en verwijt, maar zomaar zichzelf in bloei kon zetten. Dat seks niet gelijkstond aan onderhandelen en dwingelandij, maar licht, loom en leuk kon zijn. Dat je er, als technisch van alles misging, om mocht lachen.

Het naderende vertrek gaf onze laatste nacht een zoete, smartelijke weemoed. Jorgos huilde. Een man die huilde, om mij! Op weg terug, naast een net zo stille S., tintelde de liefde door mijn lijf. Zelfs mijn vliegangst vergat ik.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden