Van hysterische sportcouture naar commerciële lijn

Fashion Week..

amsterdam Een paar shows geven vol opvallende, niet noodzakelijkerwijs draagbare kledingstukken. Opgemerkt worden door de media, gevraagd worden voor leuke eenmalige projecten en vervolgens, gesteund door een grote commerciële partij, een collectie maken die daadwerkelijk in de winkel terecht komt.

Dankzij Amsterdam Fashion Week is dit de gedroomde manier geworden om in Nederland een succesvolle modeontwerper te worden. Het leverde de achtste Fashion Week een aantal bijzondere shows op van ontwerpers die nog in het begin van hun carrière zitten, zoals Iris van Herpen (beeldschone Mad Max-creaties van leer, metaal en raffia) en de damesduo’s End (mooi gemaakte, vrouwelijke streetwear) en Lew (grappige, maar verzorgde kleren gemaakt van stukken felgekleurde tricot).

Daryl van Wouw heeft het traject inmiddels helemaal doorlopen. Hij wordt gesteund door pakkenmerk Suitsupply, werkt tegenwoordig voornamelijk vanuit China en opent dit voorjaar een eigen winkel. Maar vanuit hysterische sportcouture tot een interessante commerciële lijn komen, is nog niet zo eenvoudig, zo bleek zondagavond uit de presentatie van zijn tweede echte confectiecollectie.

Het was verstandig van de ontwerper om eindelijk het zelfportret-met-koptelefoon – waarmee zijn kleren al vanaf het begin zijn bedrukt – los te laten, en ook goed om eens een show te geven zonder applaus garanderende spektakelstukken.

Toch is de nieuwe koers nog niet helemaal overtuigend. Van Wouw had zijn kenmerkende sportswear dit keer versierd met Chinees satijn, batikstof en details van de klassieke parka. Er zat een aantal heel aardige vrouwenstukken in de collectie, zoals de patchwork tops, en een wijde, lange, mouwloze ‘parkajurk’. Maar de mannenkleren zagen er nogal gewoontjes uit, en als show wilde het niet echt sprankelen.

Ook Joline Jolink is een ontwerper die voet aan de grond begint te krijgen. Zonder hulp van een groot bedrijf, maar met haar vriend als zakelijk partner breidt ze haar merk stapje voor stapje uit.

Jolinks show was gedurfd langzaam: uit vijf, rond een bank van Eileen Gray gegroepeerde tableaux vivants, liepen de modellen een voor een rustig de catwalk op. Maar Jolink wist met haar sportieve, elegante collectie de aandacht vast te houden. Opmerkelijk strakke jurkjes en rokken, jumpsuits met zwierige pijpen en jassen met dramatisch wijde mouwen in mooie kleuren: roomwit, grijs, zalmroze, zwart en een roestig oranje. De grillige vormen van taillebanden, sieraden en halsaccenten verwezen naar een sleuteltje in de lade van een Eileen Gray-tafeltje.

De derde grote naam van de achtste Amsterdam Fashion Week was couturier Jan Taminiau, die een reprise hield van de show die hij vorige week gaf tijdens de Parijse coutureweek. Hij begon zaterdagavond sterk met tien modellen in korte tutu-jurkjes – ieder jurkje weer wat dieper roze, de uitbundig versierde rokjes steeds wat voller. Wat daarop volgde, was even verrassend als poëtisch: het eerste model kwam weer op, met naast haar een model in een recht beige jurkje. Midden op de catwalk hielden ze stil. Het meisje in het beige knoopte de buitenste laag van de tutu-rok los, waarna het andere model die omdraaide en om haar schouders hing – omgekeerd bleek de rok een korte, beige cape.

Maar bij de derde herhaling werd het al minder opwindend. Ronduit teleurstellend was dat, nadat het kunstje tien keer was vertoond en de tien complete beige jurken nog een keer voorbij waren gekomen, de finale al volgde.

Milou van Rossum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden