Van hot naar haar 'En nu niet piepen als ik er niet ben'

Aan het eind van het parlementaire jaar waarin hun kabinet viel, blikken bewindslieden terug. Ze hadden nergens tijd voor, zeggen ze. Volgende keer toch maar weer een paar ministers en staatssecretarissen erbij.

Op 11 oktober 2010 nadert de formatie van het kabinet-Rutte z'n einde. Henk Bleker komt langs bij formateur Mark Rutte. Hij wordt staatssecretaris! En niet zomaar eentje. Rutte vertelt hem dat hij een dubbel takenpakket krijgt. Een pakket waar tot voor kort twee bewindslieden voor tekenden. 'De trap moet van bovenaf worden schoongeveegd', zegt Rutte. Minder overheid begint immers bij jezelf. Het kabinet zal daarom 12 ministers hebben. In plaats van 16. En het aantal staatssecretarissen gaat van 12 naar 8.


Bleker krijgt landbouw, natuurbeleid en de buitenlandse handel. En o ja, zou hij zo vriendelijk willen zijn om in elk geval twintig handelsmissies per jaar te volbrengen? Dat ging dus niet, stelt Bleker nu, twee jaar later, vast. 'Het werden er elf. Het knelt enorm in de agenda als je binnenlandse dossiers hebt die energie vreten. Dat natuurdossier heeft heel veel tijd genomen. Voor dit jaar wilde ik me revancheren. Met twintig missies. Maar nu is het kabinet gevallen.'


Hans Hillen overziet zijn agenda soms niet meer. Als minister van Defensie heeft hij 60 duizend manschappen onder zijn hoede. Hij reorganiseert, het veroorzaakt onrust. Zijn voorgangers hadden een staatssecretaris. Zij konden de taken verdelen. Hillen niet. En dat is te merken, vindt hij. Het komt te weinig van goede relaties onderhouden, de smeerolie van de internationale politiek. Hillen: 'En onze mensen zitten overal op de wereld. Er is onrust onder de manschappen over de bezuinigingen. Eén op de zes banen staat ter discussie. Ze willen mij zien. Maar als ik naar Kunduz ga, kost dat een paar dagen. Beam me up Scotty, het kamertje van mister Spock, dat hebben we nog altijd niet, helaas. Terwijl er weken zijn dat ik dertig uur in de Tweede Kamer sta. Dus ik moet prioriteren.'


Edith Schippers dan, de minister van Volksgezondheid, de portefeuille die vaak als de zwaarste van het Binnenhof wordt gezien. Maar over volksgezondheid gaat het niet als Schippers dit voorjaar vijf uur in de Tweede Kamer moet debatteren over een vertrouwelijke ambtelijke notitie. Die rept over de kosten van de Olympische Spelen in Nederland: acht miljard. Dat bedrag staat niet in de openbare stukken, zo verwijt een deel van de Tweede Kamer haar. Het gaat niet goed met Schippers in het debat. Ze lijkt soms even niet te weten waarover het gaat. Is ze wel goed voorbereid? Opeens is daar een motie van wantrouwen. Die haalt het niet, maar een vlekje op haar blazoen is toch gemaakt. Bovendien: over de ambities om de Olympische Spelen in 1928 naar Nederland te halen, hangt opeens een politieke schaduw.


Urenlang in Tweede Kamer

Voormalig secretaris-generaal van VWS Roel Bekker, tot juni 2010 de rechterhand van de minister van Volksgezondheid, keek er niet van op. Schippers' voorgangers hadden een staatssecretaris van Sport, voor dit soort dingen. Schippers niet. Bekker: 'Het leek haar leuk ook sport te doen. Maar het gevolg is dat ze urenlang in de Tweede Kamer moest staan om over de Olympische Spelen te praten, terwijl ze zwaarste portefeuille heeft.'


Het was in 2010 een van de mantra's van Rutte: 'De trap van bovenaf schoonvegen.' Met daarachter onmiddellijk de haast heilige drieëenheid 'minder overheid, minder ministeries, minder bewindslieden'.


Voor een deel werd dat een succes. Kort gezegd: het aantal rijksambtenaren loopt inderdaad terug, dit jaar met 9.000. Een aantal ministeries is gefuseerd, zoals Economische Zaken met Landbouw, en Verkeer en Waterstaat met de poot Milieu van het voormalige VROM. Volkshuisvesting zit bij Binnenlandse Zaken. Maar de reductie van het aantal bewindslieden - 12 ministers en 8 staatssecretarissen, tegen in totaal 28 in het vorige kabinet - is ronduit een mislukking. Zeggen vooral de betrokkenen zelf. De klacht kinkt steeds luider vanuit de Trêveszaal: we zijn te krap bezet.


De klachten komen vooral uit christen-democratische hoek, want de last van een kleinere ploeg treft vooral CDA'ers. Nog voor de val van het kabinet eerder dit jaar, spraken ze erover bij een broodje op het ministerie Algemene Zaken. Dat moet toch anders in een volgend kabinet, zo concludeerden ze. Rutte roept het soms op Algemene Zaken: 'Met minder bewindslieden kan het niet!' Zij voelen niet alleen de werkdruk, maar zien vooral schade voor het landsbelang. Minister Hans Hillen van Defensie: 'Het punt dat we tekort schieten, leeft al langer onder ons.'


Maxime Verhagen is vicepremier en minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI). Tot voor kort had hij nog een derde baan: leider van het - onrustige - CDA. 'Dat wringt wel eens natuurlijk', zegt Verhagen. 'Ik heb in het begin vaak aan Wouter Bos gedacht, die tijdens de bankencrisis PvdA-leider was, vicepremier en minister van Financiën.'


Verhagen vindt de samenvoeging van Economische Zaken en Landbouw een gouden greep. 'Daar werd al langer over gesproken. Met alle economische bedrijfstakken onder een dak hebben we de innovatie voor het eerst echt kunnen aanpakken.'


Maar waar vroeger vier bewindslieden het werk deden, zijn het er nu twee. 'Een aparte staatssecretaris van Buitenlandse Handel hadden we er wel bij kunnen hebben. Dan kun je vaker meereizen met het bedrijfsleven. Ook bij inkomende bezoeken is het belangrijk dat een bewindsman uit een ander land op gelijkwaardig niveau wordt ontvangen. Neem de Floriade, daar hebben we nogal wat aanloop de laatste tijd. Ministers uit Mexico, Turkije, noem maar op. Ik moet flink drukken bij collega's dat er dan altijd een bewindspersoon beschikbaar is.'


Meerdere zielen

De staatssecretaris op ELI is Henk Bleker (CDA). Ook hij verenigt meerdere zielen in zijn borst. Buitenlandse handel, landbouw en natuurbeleid. 'Vaak knelt het. Als bewindslieden praten we er in de wandelgangen zo over: je moet oppassen dat zo'n streven naar reductie geen doel op zichzelf wordt. En dat is het wel geworden, hebben we met elkaar geconcludeerd. Want we hebben ook de Tweede Kamer nog, waar ik, met alle respect, vele uren doorbreng. Mijn Duitse collega heeft een staatssecretaris die vijf keer per jaar naar de Bonsdag moet. Die kijkt heel verbaasd als ik zeg dat ik de afgelopen anderhalf jaar 127 maal in het parlement was. Dan heb ik het nog niet over de voorbereiding. '


Hans Hillen: 'De inkrimping is achteraf bezien gewoon geen verstandig besluit geweest. Het was een snelle beslissing. Even de spierballen laten zien. Vijf minuten dapper en daarna jarenlang de tol betalen.'


Wat er bij inschiet? 'Ik kom niet aan denken toe. Ik ben alleen maar aan het uitvoeren. Want dit is nog altijd een heel grote winkel. Het tekort aan mankracht in de politieke top gaat ten koste van de kwaliteit en creativiteit die je als politieke bestuurder geacht wordt te leveren. Ik ben niet aangesteld omdat ik de beste ambtenaar ben, die hebben we al, heel goede zelfs. Ik ben politicus.'


Internationaal zegt Hillen zijn positie te bewaken door veel bilaterale contacten. 'Dat kan ook telefonisch, en als ik dan iemand in levenden lijve zie gaan we een kwartiertje in een hoekje zitten.' De positie van Nederland in de Raad van Europese ministers en de NAVO-raad is niet verzwakt, zegt Hillen. 'Maar als je internationaal gezag wilt opbouwen, moet je toespraken houden, in internationale kranten staan. Ook daaraan ben ik niet toegekomen.'


Nog een bewindsman die dubbel werk doet: Ben Knapen, van Europese Zaken én Ontwikkelingssamenwerking, voorheen twee portefeuilles. 'Als je al je huiswerk in je vrije tijd maakt, is het wel te doen', zegt Knapen (CDA). 'Maar ik stuit wel op praktische problemen. Als ik naar ontwikkelingslanden ga, moet ik in de nacht van donderdag op vrijdag terugvliegen om op tijd in de ministerraad te zijn om Europese Zaken te doen. Dan moet ik zorgen dat ik in het vliegtuig goed slaap. En als ik in een ontwikkelingsland ben, kan ik hier geen bewindspersoon uit Europa ontvangen. Ik moet soms nee zeggen.'


Liesbeth Spies (CDA) zit zonder staatssecretaris op Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 'Ik heb een heel robuuste portefeuille.' Spies kwam eerder dit jaar in praktische problemen toen ze voor twee vergaderingen non-stop tien uur in de Kamer werd verwacht. Spies: 'Toen heb ik gedreigd een plaszak te gebruiken. Zelfs in mijn pauze hadden ze nog even een ander debatje gepropt.'


Het zijn niet alleen bewindslieden die zeggen dat Nederland zichzelf met een zo klein kabinet tekort doet. Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad: 'Ik hoor vaak van diplomaten dat een terugkeer van de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel goed zou zijn. Zowel Bleker als Knapen moet twee functies in één doen, dat is natuurlijk buitengewoon lastig. Mijn advies aan het volgende kabinet is: leer van deze ervaring.'


De slag missen

In de ministerraad is het onderwerp rond Pinksteren aan de orde geweest. CDA-staatssecretaris Ben Knapen maakte een punt dat er steeds meer besluiten in Brussel vallen, terwijl Nederlandse bewindslieden daar te vaak de slag missen, zo bevestigen ingewijden. Eind mei van dit jaar ontving het kabinet het bericht duidelijk dat Eurocommissaris Neelie Kroes aan ING-topman Jan Hommen had laten weten dat Nederland veel beter vertegenwoordigd zou moeten zijn aan de Europese vergadertafels.


' We zijn er te weinig, en als we er wél zijn', zo zegt een bewindspersoon, 'dan hebben we geen impact, omdat we altijd wat hebben te brommen en alleen maar ons geld terug willen'. Rutte spoorde zijn bewindslieden aan vaker acte de présence te geven in Brussel. Zo gaat minister Henk Kamp van Sociale Zaken nu vaker naar Brussel, ook als hij geen vergadering heeft.


Maxime Verhagen: 'De premier heeft het relatief makkelijk, met één raad in Europa. Ik heb er vier. Dus ik heb gezegd: oké Mark, maar dan niet piepen als ik niet in de ministerraad ben.'


VVD-europarlementariër Hans van Baalen noemt het 'begrijpelijk' dat er minder bewindslieden moesten komen. 'Maar nu blijkt: het oude plaatje was goed. Je hebt toch die bewindslieden in het buitenland nodig. Neem de staatssecretaris van Defensie, die heeft een sterkere positie bij de wapenverkoop dan een topambtenaar. Een aparte staatssecretaris voor buitenlandse handel en een aparte staatssecretaris voor Europese Zaken: voor de internationale slagkracht is het belangrijk dat je meer bewindspersonen hebt die over de grens kunnen opereren.'


Roel Bekker: 'De doelstelling om minder ministers en staatssecretarissen te willen hebben is op zichzelf nietszeggend. Dat kan alleen met minder werk. Maar er is geen minder werk. Zittende bewindslieden raken overbelast en het teveel aan werk wordt doorgeschoven naar topambtenaren die dingen gaan doen die ze niet behoren te doen. En alle Europese landen hebben nagenoeg allemaal minstens 15 ministers, zodat ze in Brussel aan alle tafels zitten.'


Terugkijkend zegt Verhagen: 'Het was natuurlijk ook symbolisch, die inkrimping. We moesten als politici het voorbeeld geven.' Hillen heeft een raad voor het volgende kabinet: 'De beeldvorming was: we vegen de trap van bovenaf schoon. Maar in de praktijk stuit je op grenzen. Wij hebben de kritische ondergrens geraakt.'


BOVENAAN

Overzicht ministers/lid Kabinet (inclusief minister-president)


Nederland 12


België 13


Oostenrijk 14


Duitsland 16


Finland 19


Japan 19


Denemarken 20


Nieuw Zeeland 20


Noorwegen 20


Zweden 24


VK 29


Australië 30


Canada 38


Frankrijk 39


Bij alle landen is de minister-president meegeteld. Bij het Verenigd Koninkrijk zijn de leiders van House of Commons en House of Lords ook cabinet ministers, En voor Schotland, Wales en Noord-Ierland zijn er drie ministers. Dit overzicht is gemaakt door oud-topambtenaar Roel Bekker.


WAAR HET WEL GOED GING

Het experiment om ministers en staatssecretarissen van dezelfde politieke kleur op een departement te zetten, is geslaagd. De 'koppeltjes van een kleur' voorkomen politieke strijd op de gang. Ivo Opstelten en Fred Teeven op Veiligheid en Justitie, net als dat andere VVD-koppel Henk Kamp en Paul de Krom op Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het CDA had Verhagen/Bleker op ELI en 'Maar maak er geen regel van', zegt Hans Hillen. 'Het gaat altijd om de persoon.' Voorbeelden van de klassieke kruisbestuiving had dit kabinet ook, op Onderwijs en Infrastructuur en Milieu, zonder noemenswaardige problemen.


Geen projectministeries is ook goed bevallen. Minister Gerd Leers voor Immigratie, Asiel en Inburgering, de enige projectminister, is ingebed op Binnenlandse Zaken. Verhagen: 'In het verleden liep dat met Roger van Boxtel voor Grotestedenbeleid en Andre Rouvoet voor Jeugd en Gezin toch niet echt lekker. Je moet doorzettingsmacht hebben als minister.' Voormalig topambtenaar Roel Bekker: 'Ze worden in de wandeling minister zonder portefeuille genoemd, terwijl het enige wat ze nou juist wel hebben een portefeuille is. Een departement om leiding aan te geven, hebben ze niet.'


De fusies van departementen gelden als geslaagd, al zijn ze nog niet voltooid. Iedereen adviseert voorlopig geen nieuwe herschikkingen door te voeren, maar het huidige aantal departementen intact te laten. Oud-topambtenaar Tjibbe Joustra, die meeschreef aan het verkiezingsprogramma van de VVD in 2010: 'Wat in de komende kabinetsformatie niet zou moeten, is dat alles weer op zijn kop gaat. De periode van anderhalf jaar is veel te kort om dit proces te laten uitkristalliseren. Meer staatssecretarissen is een goede oplossing. Daar wordt de ministerraad niet groter van. En als het erop aankomt, is de minister de baas.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden