Van Hooijdonk heeft de UEFA Cup al eens gekust

Liefde voor voetbal en volharding brachten Pierre van Hooijdonk (32) aan de top. Vandaag hoopt hij het hoogtepunt van zijn loopbaan te bereiken, door met Feyenoord de finale van de UEFA Cup te winnen van Borussia Dortmund....

Van onze verslaggever Willem Vissers

'Het beste voorbeeld van mijn liefde voor voetbal is de vrije trap. Daar heb ik altijd op getraind. Ik verlang ernaar om tegen Dortmund een vrije trap te nemen, bij de stand 0-0 in de laatste minuut. En dan scoren. Dat is het droomscenario dat zich al vaak in mijn hoofd heeft afgespeeld.

Ik heb de UEFA Cup al gekust. Na de wedstrijd tegen Inter was ik nog een tijdje op het veld. Alleen ging ik de spelerstunnel in. Daar heb je muurschilderingen van de bekers van finales die in De Kuip zijn gespeeld. Toen heb ik de muur gekust, op de plek van de UEFA Cup.

Op de middag voor die halve finale tegen Inter lag ik bij Paul Bosvelt op de kamer. We moesten rusten. Niets zeggen dus. Hij even snurken. Draaien, draaien, niet kunnen slapen. Alleen aan die wedstrijd denken, al zeven keer het winnende doelpunt hebben gemaakt. Toen hebben we de wekkerradio aangezet op Radio Rijnmond. We hebben twee uur lang geluisterd en gelachen. Op zulke momenten word je geconfronteerd met wat er leeft bij mensen.

Dat is zo mooi aan voetbal: mensen die in een meute naar het stadion wandelen. Dan komen wij met de bus aangereden. Mensen zwaaien, toeteren, laten hun sjaals zien. Eenvoudige dingen, daar geniet ik van.

Vroeger ging ik naar NAC kijken. Als de ploeg had gewonnen deed je het raampje open, je sjaaltje erdoor, raampje weer dicht. En dat sjaaltje maar kletteren in de wind. De pure liefde voor voetbal die je bij Feyenoord-fans ziet, heb ik zelf ook gehad. En die heb ik nog. Voor dat soort kleine momenten mag je nooit blasé worden.

Naar de kroeg gaan, een patatje halen, een programmaboekje kopen, de tribune beklimmen, de lucht ruiken van midalgan, de spelersbus opwachten. Dat zijn de charmes van voetbal.

Feyenoord is te vergelijken met clubs als Celtic en Benfica. Dat zijn ook volksclubs. Het verschil zit 'm in de cultuur. De passie in Groot-Brittannië is heel anders dan die in Nederland of Portugal. Als je bij Feyenoord het veld opkomt, proef je niets van commercie. Vanaf het veld zie je weliswaar de skyboxen, maar de afscheiding tussen de Maastribune en de stoelen van de skyboxen zie je bijna niet.

Ik wist dat ik naar de grootste club van Nederland ging, maar had niet verwacht wat ik meemaak. Pas geleden vroeg een jongen na de training of ik wilde poseren voor zijn vriendin. Die jongen zegt: mijn vriendin heeft een miskraam gehad. Ze zou het kind naar jou hebben vernoemd.

Volgens mij zijn er in deze periode veel Feyenoord-supporters bijgekomen; mannetjes van vier, vijf jaar die net naar school gaan. Het team dat dan de meest aansprekende resultaten haalt, krijgt fans. In 1974, toen ik vijf was, wist ik ook al dat Neeskens en Cruijff de toppers waren.

Het mooie aan Feyenoord is dat een het een club is die, een enkel kampioenschap daargelaten, weinig te vieren heeft gehad de laatste jaren. De aanhang is zo groot dat fans op het moment van succes allemaal als rupsen uit de cocon tevoorschijn komen. De toeloop ná die wedstrijd tegen Inter Milaan, bij de training, was niet te geloven. Ik dacht dat het weer open dag was.

Ik heb altijd de tijd genomen voor handtekeningen. Dat heeft met mijn karakter te maken. Ik heb aan de andere kant van het hek gestaan en weet hoe eenvoudig je een grote betekenis kunt hebben voor supporters. Ik zou het vreselijk vinden als mensen zouden zeggen: die Van Hooijdonk is een arrogante kwast.

Cruciaal is dat je weet hoeveel pijn het kan doen als iemand even twee handtekeningen geeft en doorloopt. Dan laat je zo'n jongetje dat één keer met zijn vader meemag naar de training teleurgesteld achter. Na de training komen ze gelijk op me afstormen. Ik zeg dan altijd: rustig maar, ik doe jullie toch allemaal.

De finale is als de ontknoping van een jongensboek, omdat ik weet van welk niveau ik afkomstig ben. Door karakter te tonen, door elk jaar weer een stukje wijzer en beter te worden, heb ik de top gehaald. Deze finale past perfect bij de grafiek van mijn loopbaan. Eigenlijk hadden we kampioen moeten worden en daarna de UEFA-beker moeten winnen. Dan had ik kunnen stoppen. Maar ik ga door, want ik ben fit, houd van voetbal en kan altijd nog ergens pinchhitter zijn. Ik hoop nog vier jaar te spelen, want ik ben eigenlijk nooit geblesseerd. Dat komt door mijn goede bouw. Bij vorige clubs maakte ik jongens mee die hun hamstring afscheurden als ze een scheet lieten. Ze hadden altijd iets aan hun spieren. Ik nam een zak met ballen en ging meteen rossen op doel, met Ceesje Schapendonk. Boem, boem.

Ik ben bezeten van voetbal. Voetbal op tv is lectuur voor een speler. Als jij volgende week tegen Utrecht speelt, moet je de week daarvoor naar Utrecht kijken als die club op Canal+ komt. Dan zie je weer details die je nog niet kent. Ik heb goals gemaakt omdat ik wist wat keepers in bepaalde situaties gingen doen.

Alleen: je moet misschien niet altijd jezelf als voorbeeld nemen, want dan word je zo negatief. Maar omdat je door bezetenheid succesvol bent geworden, denk je dat dat de cursus is die iedereen moet volgen.

Op mijn veertiende jaar was de droom om voetballer te worden voorbij. Ik werd afgeserveerd bij NAC en ging terug naar de amateurs, maar ik gaf niet op. Ik ging extra trainen, afwerken op doel, en ben uiteindelijk naar RBC gegaan. Van mijn baas in de sportzaak kreeg ik twee ochtenden vrij om in de kazerne van Ossendrecht krachttraining te doen. Niets liet ik aan het toeval over.

Het was normaal geweest om lekker uit te gaan, achter de meisjes aan. Maar ik stond in het eerste elftal van Steenbergen, moest voetballen en bleef zaterdags thuis.

De UEFA Cup is voor Dortmund een troostprijs. Voor ons niet. Wij hebben niets te zoeken in de top van de Champions League. Als voetballer is niets zo frustrerend als ergens aan meedoen terwijl je weet dat je niet kunt winnen. Ik heb er een hekel aan om opvulling te zijn van de Champions League. Kunnen huilen en kunnen juichen, dat aspect zit voor Feyenoord niet in de Champions League.

Natuurlijk, voor de club is het fijn, wij willen zo hoog mogelijk eindigen in de competitie en dan weet je dat je Champions League moet spelen. Het is ook niet zo'n groot probleem, maar in de UEFA Cup kunnen we de finale halen. Als we in de Champions League de tweede ronde bereiken, is het al fantastisch. En die poules, daar vind ik niets aan.

De finale tegen Dortmund moet het absolute hoogtepunt worden in mijn loopbaan. Winnen we, dan is het makkelijker te verteren dat we geen kampioen zijn geworden. Verliezen we, dan komt de klap drie keer zo hard aan. Dan hebben we helemaal niets en kan ik een maand geen bal zien.

Dortmund is op papier misschien iets beter, maar als wij over twee wedstrijden van iedereen kunnen winnen, kan dat zeker in één wedstrijd. In eigen stadion, met een meerderheid aan eigen supporters. We moeten de pollen uit het veld lopen en iets uitstralen van: niemand wint in dit stadion. Niemand. Op het veld moet dát duidelijk zijn. Duels, strijd, opstootjes. Dat imponeert. Daar stond Feyenoord vroeger om bekend. Tegenstanders mogen zich nooit in de handen wrijven als ze tegen Feyenoord voetballen en er mag wel eens iemand even blijven hangen met zijn voetje.

In de competitie hebben we niet goed genoeg gevoetbald. Dat is de reden geweest van ons falen. We hadden geen goed antwoord op ploegen die met een sterke verdediging speelden in De Kuip. Dat moet de grootste les zijn van dit jaar. Hoe je het doet maakt niet uit, als we dat maar oplossen.

Ik denk dat Bert van Marwijk dit jaar meer heeft geleerd dan vorig seizoen. Vergeet niet: hij is een jonge trainer, het is zijn tweede club. Drie jaar Fortuna, dan ineens Feyenoord. Dat is een heel groot verschil. Ik denk dat hij dit seizoen meer heeft ingezien dat het belangrijk is dat je precies weet wat er in een groep leeft, waarmee ik niet bedoel dat Van Marwijk naar Van Hooijdonk moet luisteren.

Trainers en spelers moeten hetzelfde idee hebben over hoe de kar te duwen. Niet zozeer qua speelwijze, maar in het oplossen van irritaties. Hoe en wanneer vertel je een wisselspeler dat hij niet bij de groep zit. Ik zie zelfs dingen die veranderd zijn binnen dit seizoen.

Ik ben overtuigd van mijn kwaliteiten. Als men Van Hooijdonk goed gebruikt, brengt Van Hooijdonk eigenlijk datgene wat hij al twaalf jaar brengt: tussen de vijftien en 25 doelpunten. Dus toen ik in het begin van het seizoen niet goed werd gebruikt, moest ik daar wat mee. Ten eerste omdat ik op een positie sta die belangrijk is voor het resultaat van een elftal. En ook omdat je zelf voelt dat je het hoge verwachtingspatroon niet kunt waarmaken.

Het team speelt nu beter in op mijn behoeftes. Dat resulteert in goals, en het spel ziet er beter uit. Feyenoord heeft jarenlang niet met een spits gespeeld die graag ballen van de zijkant kreeg. Connolly en Kornejev waren klein, ook Cruz speelde anders. De jongens aan de zijkanten waren eigenlijk dé aanvallers. De centrumspits schiep ruimte voor anderen. En nu komt daar iemand met een andere gebruiksaanwijzing. Dat heeft tijd nodig gehad.

Leonardo is het beste voorbeeld van hoe anders we spelen. Aan hem zie je nu dat hij zo snel mogelijk tot een voorzet wil komen. Voor een aanvaller bestaat niets beters dan dat. Maar dat was hij niet gewend. Voor wie moest hij vorig seizoen die bal voorleggen?

Het verbaasde me dat veel mensen niet wisten wat voor type Pierre van Hooijdonk was. De verklaring is: Van Hooijdonk heeft zes jaar in het buitenland gespeeld, waarvan twee in Schotland. Dat ziet niemand. Een paar jaar in de First Division. Ziet ook niemand. Een jaar Vitesse heeft men gezien, maar Benfica weer niet. En toen ik bij NAC zat, analyseerden ze het voetbal nog niet zo. Dus dan kom je uit op een jaar bij Vitesse en mijn momenten bij het Nederlands elftal, maar dat waren altijd maar tien, vijftien minuutjes.

De kennis over mij was gebaseerd op cijfers. Ik hoorde overal: Van Hooijdonk is een diepe spits. Maar ik ben helemaal geen diepe spits. Nooit geweest ook. Ik kan er wel spelen, maar zonder de meerwaarde die ik kan hebben.

Het gaat mij erom om bij Feyenoord de indruk achter te laten dat ze aan Van Hooijdonk iets hebben gehad. Toen ik naar Feyenoord ging, wist ik dat ik mijn nek in de strop hing. Die gok wilde ik wel nemen. Verder hoef ik niet vergeleken te worden met spitsen uit het verleden. Maar áls ze me vergelijken met Kindvall, hebben ze me blijkbaar hoog zitten. Dat streelt. Het gaat ook om erkenning.'

Het interview met van Hooijdonk is afgenomen voor de moord op Pim Fortuyn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden