Van het ene been naar het andere

Merce Cunningham..

Annette Embrechts

amsterdam Natuurlijk, hij was bejaard, zat in een rolstoel en kon geen pas meer zelf lopen, als gevolg van jarenlange artritis. Maar die kwalen (ontstaan door te jong en te vaak dansen op een harde ondergrond) golden allemaal zijn fysiek.

Geestelijk was Merce Cunningham nog steeds veerkrachtig. Al merkte hij dat de ouderdom ook onder zijn grijze krullen langzaam zijn sporen naliet. ‘Ik wil nog zo graag van de ene gedachte op de andere springen’, zei hij vorig najaar in Londen, tijdens een interview met de Volkskrant.

Flexibel denken, vooral niet in oorzaak en gevolg, maar associatief, hink-stap-springend van de ene inval naar de andere, dat was zijn artistieke levensmotto. Om zo de onverwachte vondst zijn optimale kans te geven.

Zondagnacht overleed Cunningham, rustig, thuis in New York, 90 jaar oud. De grootste avant-gardistische danskunstenaar van de vorige eeuw. Een oeuvre nalatend van bijna 180 choreografieën waarvan er zo’n 40 nog steeds op het repertoire staan van de Merce Cunningham Dance Company. Zijn laatste ballet, Nearly Ninety, ging dit jaar op 16 april in première, op zijn 90ste verjaardag, met live muziek van onder anderen Sonic Youth. Daar, in de Brooklyn Acadamy of Music, nam hij zelf het applaus in ontvangst. In een rolstoel, tussen zijn dansers. Zo blij als een kind, olijk zwaaiend naar zijn publiek. ‘It always feels like home’, zei hij op de vraag waarom hij zo zichtbaar kon genieten van een plek op het podium.

Tot aan zijn dood was Cunningham in de studio te vinden, om passen bij te schaven, en nieuwe te creëren. ‘Zoals een ander breit, zo rits ik beweging. Ik ben verslaafd aan het bedenken van stappen. Wat iemand ook beweert over mijn werk, ik ga er altijd mee door.’

Het oordeel over zijn latere werken kon nog wel eens wisselend uitpakken. Het revolutionaire was ervanaf en het gelijkmatige, soms vlakke en droge karakter van zijn choreografieën maakte niet iedere voorstelling tot een enerverende avond. Vorig jaar nog haalde het Chassé Theater de Merce Cunningham Dance Company exclusief naar Breda, maar een deel van het publiek had duidelijk moeite met het gereserveerde karakter van de choreografieën, ook al mochten ze bij een werk uit 2006 met hun iPhone meeluisteren.

Over zijn betekenis voor de moderne dans bestaat echter geen discussie. Die is van wereldformaat.

In de jaren vijftig schreef Cunningham dansgeschiedenis door het bestaande balletvocabulaire te ontdoen van romantiek, lyriek, symboliek, virtuositeit én de relatie met muziek. Geen enkele beweging sloot hij uit, niet de meest klassieke, niet de meest alledaagse. Hij bracht eenvoudige bewegingen zonder opvallende dynamiek naar het podium als autonoom kunstwerk: lopen, huppelen en gecontroleerd springen. Vorm werd inhoud, what you see is what you get. Cunninghams dans is letterlijk niets meer dan de gewichtsverplaatsing van het ene been naar het andere.

Op zoek naar de spontane inval gebruikte hij voor het vaststellen van het verloop van zijn choreografieën toevalsprocessen, zoals dobbelen of kaarten uit de I Ching. ‘In het gewone leven worden we ook van sensatie naar sensatie geslingerd’, luidt zijn verklaring. Vaak bracht hij muziek, choreografie en scenografie pas bij de première samen, met als enige overeenkomst de tijdsduur.

De zogenaamde Cunningham-techniek – inmiddels overal gedoceerd – is een combinatie van de klassieke balletuitdraai van de benen (voor het snel van richting kunnen veranderen), de Graham-techniek (voor het onafhankelijk bewegen van bekken, rug en armen) en alledaagse bewegingen. In Nederland en Europa zijn talloze choreografen door hem beïnvloed, zoals Hans van Manen, Anne Teresa de Keersmaeker en Ton Simons. De laatste voert Cunninghams kijk op beweging het meest consequent door.

Cunningham zelf, stammend uit een Amerikaanse advocatenfamilie, raakte als 13-jarige in de ban van tapdanslessen. De studie rechten verruilde hij voor een dans- en theateropleiding in Seattle, waar hij componist John Cage ontmoette, zijn levenslange partner en artistieke geestverwant. In 1939 kreeg hij gratis dansles van Martha Graham. Hij werd haar grote solist. Later kwam hij via Kandinsky op de weg van de abstracte kunst en verschafte hij de dans een nieuwe realiteit van pure beweging. ‘Motion is not emotion’ is zijn beroemde uitspraak. ‘All there is, is the work’, is een andere.

Waar Cunningham altijd het gebruik van de geringste metafoor heeft vermeden, is zijn werk nu paradoxaal genoeg uitgegroeid tot een metafoor voor een manier van leven: in het nu, alles en iedereen gelijkwaardig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden