Van hebbeding tot wegwerpartikel CD-kopers en-producenten verdwalen in overvloed

De Amsterdamse mega-platenwinkel Fame heeft zijn streven opgegeven àlle beschikbare cd's in de schappen te hebben. 'Het aanbod is onoverzienbaar geworden', meent de branche-vereniging KNV....

Zo'n veertig miljoen platen zijn er dit jaar weer verkocht in Nederland. De omzet over 1995 zal - na de dipjes in '93 en '94 - het miljard weer ruim overstijgen. De cd-verkopen zijn in de eerste helft van dit jaar al met acht procent gegroeid, zowel in stuks als in geld. Vijftienduizend cd-titels zijn er dit jaar bijgekomen, waarvan zo'n vijfduizend met klassieke muziek.

Schouderklopjes. Groeibriljantjes. Knallende champagnekurken en nieuwe auto's van de zaak: een feestende branche. Dat suggereren de statistieken van de NVPI, het genootschap van plaatproducenten en -importeurs.

Niets is minder waar.

'Er gaan koppen rollen', meldt een distributeur droogjes. 'Het lukt nog, maar het kost moeite', bromt een detaillist in Arnhem.

'De branche staat een koude sanering te wachten', huivert een Amsterdamse winkelchef. 'Er zijn te veel afzetkanalen. En er komen veel te veel titels uit om het nog bij te kunnen houden', zucht de voorzitter van de Nederlandse Klassieke Vakhandel. 'Schei uit', roept de inkoper Klassiek van de mega-store Fame. De crisis is volkomen', constateert een cd-bespreker van het maandblad Luister.

'Het marktplein is overbevolkt. Niet alleen in Nederland, maar in de hele plaatproducerende en platenkopende wereld', luidt de analyse van de Griek Costa Pilavachi, vice president van het label Philips Classics.

Wanhoop treft de muziekcritici. Waakzaamheid is het trefwoord bij producenten, importeurs en detaillisten. De branche loopt zichzelf voor de voeten. De sfeer is gespannen, ook in de per traditie vreugdevolle sint- en kerstmaand, en eigenlijk is er niemand meer die door de bomen het bos nog ziet.

'Het aanbod aan repertoire en musici is onoverzienbaar geworden', meent de voorzitter van de in klassieke muziek gespecialiseerde vakhandel NKV, Jacques Baas. Zelfs de Amsterdamse megastore Fame zegt zijn ideaal - 'alles' wat uitkomt in de schappen te hebben - te hebben opgegeven. Zo'n dertig procent van wat er aan muziek op cd verschijnt is bij de monsterdetaillist aan de Kalverstraat niet meer zichtbaar. 'Maar ook als we naar de verhouding kijken van prijzen en kwaliteit, bij kleine labels, en bij beroemde labels - het is een complete hutspot', zegt Jeroen Niesten van Virgin, een concurrerende megastore. 'En als wij het niet meer zien, wat moet de klant dan nog?'

De platenbranche is een discuswerper die niet meer weet waarheen hij gooit.

Postorderbedrijven en megastores, rond 1990 met groot optimisme uit de grond gestampt, maken elkaar en de speciaalzaken het leven zuur. In Utrecht is de firma Stafhorst grote platenpanden aan het sluiten, in een poging de zaken met kleinere verkooppunten weer overzichtelijk te maken.

Aan het andere eind van de cd-keten doen producenten een wilde rondedans - op zoek naar nieuwe wegen en naar een nieuwe identiteit. Grote maatschappijen die kleine labels imiteren (ze hebben kleintjes als Chandos en Hyperion plotseling groot zien worden). Het goedkope, razend populair geworden Naxos dat onbekommerd de grote labels imiteert met complete cycli, maar dan voor 15 gulden per plaatje. Grote labels die terugslaan met budget-series van oudere opnamen uit het eigen bestand. Kleine labels die Philips en Deutsche Grammophon imiteren met herverpakkingen en 'acties' (Vanguard: 'Lever uw oude cd bij ons in').

En er komen nog steeds labels en labeltjes bij. Op de Nederlandse markt bieden momenteel ruim tweeëneenhalf duizend labels tegen elkaar op. Zo'n vijfhonderd meer dan de merkengids van de stichting Collectieve Promotie Geluidsdragers in 1993 vermeldde.

Aan de redactietafels van dagbladen en vakmagazines leiden de rondvliegende discs tot radeloosheid. Een faire keus is nauwelijks meer te maken. Van de 15 duizend cd's die het afgelopen jaar zijn verschenen - een opgave van de Centrale Discotheek in Rotterdam (directeur Rob Maas: 'Het zal toch wel een keer stoppen, wanneer zakt het in elkaar?') - zal de Volkskrant, die van de dagbladen de meeste platen bespreekt, er eind december waarschijnlijk zo'n zevenhonderd hebben gerecenseerd. Waaronder een kleine tweehonderd klassieke titels.

Het maandblad Luister bergt jaarlijks een kleine tweeduizend titels. 'Met proppen en persen, in telegramstijl', zegt hoofdredacteur Paul Korenhof. Voor 'overbodigheden' - zoals aan te treffen in een nieuwe 'vloed aan Scandinavische uitgaven' waarin nondescripte vikingen Chopin nog eens helemaal overdoen - tracht hij zijn lezers te behoeden middels een proces van vier wegleg-stadia.

Gouden tijden zijn het voor wie het geduld heeft om de markt af te stropen ('Naxos, nu voor één gulden te koop, volgend jaar gratis?', zegt Stef Collignon, general manager van het bezorgde PolyGram Classics and Jazz). Heerlijke tijden ook voor wie het hoofd koel houdt, en de geluidsdrager meer als document ziet dan als een marktobject. In de chaos leeft de fraaiste fauna.

Wanneer kwam het ooit voor, een cd met Onze virtuozen (zang van de karakiet, spotvogel en tuinfluiter) naast een karaoke-opera-uitgave met duetten die de eigenaar toestaan nu eens de ene, dan weer de andere stem in te zingen? Bij majors als Philips, Decca en de klassieke marktleider Deutsche Grammophon is de beproefde formule - 'volbloeddirigent met standaardrepertoire' - nog net niet vergeten, maar wel op het tweede plan verzeild geraakt.

Het gist aan alle kanten. DG heeft Pierre Boulez en de Britse nieuwe-muziekspecialist Oliver Knussen gecontracteerd in een poging, nog net voor de eeuwwisseling, de twintigste eeuw te redden voor het vroeger zo moeiteloos regerende gele label met het kroontje. Philips zet wereldwijd in op Reinbert de Leeuw met Oestvolskaja, Goebajdoelina en Gorecki, en op Valeri Gergjev met zijn vergeten Russische opera's. De omslag is verbluffend.

Decca heeft de Entartete Musik, tot voor kort het domein van een verfijnd specialistenensemble als de Ebony Band van Werner Herbers, ontdekt als de schat van een verloren tijdperk, en pakt op ongekende schaal uit met orkest- en operawerk van Schulhoff, Korngold en Eisler. Sony zoekt de avantgarde op en gaat de complete György Ligeti opnemen.

Wie de race van de majors en het legioen kleine labels gadeslaat op het parcours van de renaissance en de barok, zal misschien ontdekken dat de luitmuziek uit Padua in de periode 1603-1604 bepaald ondervertegenwoordigd is. Ook de Spaans-Indiaanse polyfonie uit Lima zou iets meer coverage mogen hebben. Maar zie, daar drijft in de verheugende veelheid toch evengoed de Franse luit 1552-1558 mee op Virgin Classics.

Alleen, zegt voorzitter Jacques Baas van de klassieke vakhandel, 'de lol van de cd als hebbedingetje is op'.

'Voor de een is het een academisch item aan het worden. Iets dat bewaard wordt, maar niet meer beluisterd. Voor de ander wordt het een wegwerpartikel', signaleert de plaatrecensent Tjako Fennema. 'De koper wordt blasé.'

Wie een Parijse, Londense of Keulse superzaak binnenstapt zal het niet meteen beamen. Wel zal men zich erover verbazen dat de reuzecollecties aan de Hansaring, de Kalverstraat en The Strand elk op hun beurt ook sterk van elkaar verschillen. Ook de presentatie is nergens eender. 'Van standaard-recepten is geen sprake meer', zegt vice-president Costa Pilavachi van Philips Classics.

Jawel, naast de platenkassa's aller landen ligt dit najaar, in een display voorzien van een geel label met kroontje, de Adagio-plaat die Deutsche Grammophon aan elkaar heeft geplakt - uit de weerloze opname-nalatenschap van Herbert von Karajan. 'Allemaal troep, en dat voor meer dan veertig gulden', foetert Peter Vijfvinkel van de Arnhemse platenwinkel Bergman, een bedrijf dat in landelijke hifi- en klassieke vakhandelkringen bekendheid geniet om zijn gedetailleerde adviezen.

Maar ook Vijfvinkel heeft de laatste weken 'twintig of vijfentwintig' van die Adagio-platen verkocht. Wereldwijd zijn er inmiddels 1,4 miljoen over de toonbank gegaan.

Is Deutsche Grammophon, vanouds het vliegtuigmoederschip van de klassieke-muziekindustrie, artistiek op drift geraakt? De jongste ontwikkelingen bij het bedrijf lijken model te staan voor een wereld van majors die of de kluts kwijt zijn, of de artistieke bakens bliksemsnel verzetten - niet zelden met verjongde managements.

De vroegere helden Von Karajan en Bernstein zijn dood. Günther Breest, die jarenlang president was van het Hamburgse bedrijf en een persoonlijke vriend van Von Karajan, werd eind jaren '80 weggekocht door Sony. Het Japanse apparatenbedrijf dat in muziek ging doen en dat zich - na een monsteraankoop van het Amerikaanse CBS - nota bene in Hamburg vestigde, om dicht bij het vuur te zitten van de midden-Europese muziekcultuur.

Breest nam befaamde DG-artiesten mee, investeerde in grote opnameprojecten die Sony onvoldoende vond renderen; Breest trok zich terug; Sony Classical verhuisde naar Londen; de DG-artiesten musiceerden weer voor DG - maar veel Duitse dirigenten en solisten zijn er op het gele label niet meer te vinden. Het management is van Britse en Italiaanse komaf, en een artistiek dieptepunt werd vorig jaar genoteerd bij de verschijning van een klassieke disco-plaat in arrangementen van Todd Levin.

Stef Collignon, anglicist, niet lang geleden nog strijker van het Nederlands Studentenorkest, thans manager voor Nederland van Deutsche Grammophon (en van de PolyGram-zusters Decca en Philips Classis), lacht om het woord identiteitscrisis.

'Ik zie om me heen wat er aan onzin uitkomt, misschien ook wel bij ons. Maar ik zie bij DG ook de jonge violist Gil Shaham, de bariton Bryn Terfel, en ik zie de ene na de andere produktie met John Eliot Gardiner. Allemaal verfrissend, verrassend en mateloos inspirerend. Ik ben even trots op Oliver Knussen met Stravinsky's The Flood als op de adagio-plaat met Von Karajan. Die deed vroeger zelf ook dat soort dingen, platen met de canon van Pachelbel en allerlei drempelverlagende toeters en bellen. Deutsche Grammophon is de kluts niet kwijt. Alleen het gemak waarmee DG en Von Karajan de weg wezen is minder geworden.'

'Het probleem is er een van mondiale overcapaciteit en overproduktie', stelt Costa Pilavachi. De Griek, voor in de veertig, geboren in Londen in een diplomatengezin, opgegroeid in het Canadese Toronto, en na zijn studie muziek en management aan de slag geraakt bij het orkest van Boston als artistic administrator en rechterhand van Seiji Ozawa, kwam in '89 naar Baarn als opvolger van de oude Erik Smith, die bij Philips Classics jarenlang de touwtjes in handen had op het gebied van artists and repertoire.

Pilavachi is verantwoordelijk voor de Philips-'aankopen' Gergjev en Reinbert de Leeuw, de oude-muziekspecialist Phillip Pickett, 'en een paar oude-muziekgroepen die ik pas over een maand bekend kan maken'. Hij contracteerde ('omdat elke generatie behoefte heeft aan haar eigen sterren') de Amerikaanse viooltiener Leila Josefowicz, die voor Philips het afgelopen jaar de wereld heeft rondgereisd om cd's met Tsjaikovski en Sibelius te signeren en 'wow' te zeggen op persconferenties.

Pilavachi werkt aan een complete Verdi-operacyclus die klaar moet zijn in het Verdi-2001, aan een Berlioz-cyclus die in 2003 af moet wezen, en beschouwt het huidige tijdsgewricht als het 'meest opwindende dat zich in de platenhistorie tot nu toe heeft voorgedaan, omdat niets meer vanzelf spreekt'.

Pilavachi: 'Wat het meest opvalt, is dat het bijna onmogelijk is geworden om de wereld te verbazen en grote aantallen op de been te brengen voor standaardrepertoire in standaard-uitvoeringen - vanouds de ruggegraat van de klassieke industrie. Op dat gebied is de verzadiging compleet. Van Schumann of Brahms tref je vijftig versies aan, van 1 tot 45 gulden, vaak herverpakt en niet zelden dertig jaar oud omdat alle maatschappijen hun back catalogues exploiteren. En die oudjes klinken perfect en worden voor de helft van de prijs op de markt gebracht.

'Tegelijk zie je, dat de maatschappijen twintig jaar lang gedaan hebben alsof hun standaarddirigenten allemaal Von Karajans waren. Daar moeten ze nu ijlings van terugkomen. Naast de gerijpte Abbado's, Muti's en Haitinks zie ik momenteel eigenlijk maar vier orkestleiders die aan het standaardrepertoire iets hebben toe te voegen. Gardiner, Gergjev, Mariss Jansons en Simon Rattle.

'Die moeten daar vooral mee doorgaan, maar voor ons is het intussen wel tijd de twintigste eeuw uit te luiden met complete Stravinsky's en Bartóks, en eindelijk de renaissance en de barok in te gaan. Voor het eerst in onze geschiedenis beginnen we ook een beetje te lijken op de pop business omdat we muziek opnemen van vandaag. Nieuw materiaal met nieuwe musici.'

Volgens Pilavachi zijn de Gorecki's en Oestvolskaja's van Reinbert de Leeuw en het Schönberg Ensemble 'wereldwijd nog sneller gaan lopen dan we al verwachtten'. De grootste verwachtingen betreffen echter de werken van Richard Robbins, 'bekende muziek, maar nu nog zonder bekende naam' van een componist die het succes tot nu toe heeft gesmaakt als partner van, en in de schaduw van het cineastenduo Merchant en Ivory.

Laat dit alles nu net van pas komen in megastores als Fame. 'Het publiek zoekt naar twintigste-eeuwse muziek. Naar opera in live-uitvoeringen en historische opnamen. Naar Russische en Poolse componisten. En wat ook nog wel loopt, dat zijn oude dirigenten', zegt inkoper Jos Hageman.

Heeft de new age-achtige klassieke muziekstroming een voorlopig hoogtepunt gevonden in het succes fou van een saxofonist die door renaissance-polyfonie heenblaast (500 duizend verkochte exemplaren van Jan Garbarek en The Hilliard Ensemble op het - tot voor kort - Schöner Wohnen-labeltje ECM); in de oude muziek heeft Hyperion met de Purcells van Robert King een boom laten zien. Het label Teldec, uit het niets herrezen, heeft Decca en DG en Philips aan het schrikken gemaakt met Harnoncourt en Barenboim.

'De handel' bestelt het vooralsnog bijna allemaal slechts met één exemplaar tegelijk. Net als de kleine label-uitgaven van een relatief succesvolle producent en distributeur als Channel Classis. 'Ze nemen gewoon geen voorraad meer', zegt Mea Hameleers van Channel. 'Ze worden allemaal gek van de acties.' Channel heeft net een nieuw label en route. Wisp. Twee uitgaven vooralsnog. Orgelwerk door Piet Kee. Mahler met de oude Kathleen Ferrier. Hameleers: 'Gewoon proberen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden