Van Gogh perfect in chaos van vreten, boeren en scheten

Smerig eten, boeren, kotsgeluiden, ik kan er slecht tegen. Het tomeloze geschrans in La grande bouffe was vooral draaglijk omdat film toch enige afstand schept....

Ze hebben hun dinertafel vlak tegen de tribune aangeschoven, deze drie heren die hebben besloten zich dood te eten. Ze smijten hun mobieltjes in het aquarium en prompt weten we dat ze hun leventje vaarwel hebben gezegd. Ondanks hun succes: een rechter, een kok en een acteur die notabene net een Oscar heeft gewonnen.

Een einde aan je leven maken? Goed, maar dan wel in stijl. En met datgene wat hen het meest na aan het hart ligt: eten. De twee (echte) varkenskoppen op tafel zijn de voorbode van de orgie die zich hier af gaat spelen.

Zonder een spier te vertrekken werken deze jonge spelers een onvoorstelbare hoeveelheid voedsel naar binnen. Voornamelijk in stilte. Op wat boeren en scheten na. Ze eten alles door elkaar: warme chocolademelk met niertjes, gehaktballetjes en kip, pasta, gebakken aardappelen, slagroomtaart.

Als publiek ben je aanvankelijk meer onder de indruk van de eetlust van de spelers, dan van het lugubere karakter van dit 'dinertje'. Maar gaandeweg gaat deze vreetpartij werken als verbeelding van de huidige leegte en de consumptiedrift.

De inzet van deze jonge acteurs is bewonderenswaardig. Want het is niet gering wat regisseur Theo van Gogh van zijn spelers vraagt. Er wordt ongegeneerd geneukt – althans een poging daartoe – , gemasturbeerd, gestript, gepiest, geboerd, niets menselijks is deze spelers vreemd. En Van Gogh heeft deze chaos perfect in scène gezet.

Een toevallig passerende postbode, Marloes, wordt deel van dit macabere festijn. Met haar droge humor wordt deze actrice, Astrid van Eck, de ster van de avond. Zij weet aan deze vreetpartij een theatrale kracht mee te geven die onweerstaanbaar is. Ook Thijs Römer komt een eind als ongegeneerde bourgondiër die alles grijpt wat binnen zijn bereik ligt en weinig onderscheid maakt tussen een gebraden kip of een vrouwenkont.

Als publiek kun je op den duur alles hebben. De winden die Martijn Klaver weet te produceren, raken je nog nauwelijks. De vinger die Römer in zijn keel steekt om het eten naar beneden te duwen, aanschouw je met een glimlach. Maar de dood van deze heren, daar geloof je nauwelijks in.

Natuurlijk zijn deze acteurs veel jonger dan hun middelbare voorbeelden uit de film. Hun doodsdrift verlangt fantasie. Maar het geschrans is echt en werkt op den duur ontluisterend. De voorstelling kruipt onder je huid. Achteraf zijn de beelden nauwelijks je kop uit te branden. Maar hopelijk steken de spelers na afloop wel een vinger in hun keel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.