Reportagefietstocht naar Rome

Van Florence naar Rome op de fiets: de meerwaarde van langzaam reizen

Beeld Jeroen van Bergeijk

Wat heeft corona betekend voor onze manier van reizen? Heeft slow tourism de toekomst? Journalist Jeroen van Bergeijk fietst naar Rome om dat uit te zoeken. Zesde en laatste bestemming: Rome

Florence - Rome: 345 kilometer

Het is tien uur ’s ochtends en al bijna 30 graden. Het onverharde pad gaat steil omhoog. Dit is een van de vele strade bianchi die dit gebied ten zuiden van Siena rijk is, zo genoemd vanwege het witte stof dat opdwarrelt als je er overheen rijdt. De heuvels zijn kaal, de enige begroeiing zo nu en dan een rijtje cipressen. Dan doemt in de trillende lucht boven de heuvelkam een eenzame figuur op – even denk ik: een fata morgana. Het is een fietser. Zij gaat naar beneden, ik naar boven, en als we als we elkaar kruisen stoppen we en vraagt ze: heb je het zwaar?

Hijgend beaam ik dat.

Beeld Jeroen van Bergeijk

Het is een Duitse vrouw, van begin 20 schat ik. Ze heeft een gitaar achterop haar bagage gebonden en een fietskratje met eten voorop. Ze biedt me een koekje aan. Ze vertelt dat ze stage heeft gelopen op Sicilië, iets met kinderen. Na de lockdown was ze het thuiszitten beu. En haar baas was ze ook zat. Ze wilde weer controle over haar leven. Daarom kocht ze een fiets en is vertrokken. Ze ziet wel waar ze uitkomt.

Haar woorden herinneren me aan die van Gereon Bargeman die ik op de eerste dag van deze reis in Amersfoort ontmoette en die zei: ‘Fietsen is vrijheid. Als je fietst, hoef je niks. Je hebt alleen wat schone kleren bij je. Misschien een tentje en een slaapzak. En vervolgens kun je gaan en staan waar je wilt.’

Het is deze vrijheid waarvan ik deze afgelopen zes weken het meest heb genoten. Nooit te weten waar je ’s avonds zult slapen, maar tegelijkertijd je realiseren dat het altijd wel goed komt. Niks te hoeven – behalve doortrappen natuurlijk. Om Rome te halen.

Beeld Jeroen van Bergeijk

Een paar dagen pauze

Maar ik loop op de zaken vooruit. In Florence neem ik een paar dagen pauze. Het is er rustig. Mijn hotelier vreest dat het jaren gaat duren voordat de aantallen toeristen op het oude niveau zullen zijn. En ja, hij wil niks liever dan terug naar hoe het was. Op een avond bezoek ik het vliegveld, waar maar een fractie van de vluchten arriveert die normaal in deze tijd van het jaar zouden aankomen. Alle reizigers die vertrekken worden door een grote witte tent geleid waarin ze zich – vrijwillig – kunnen laten testen op corona. Als de test positief uitvalt, mag je niet weg, dus veel animo is er niet.

Met zo weinig toeristen in de stad had ik gedacht dat ik probleemloos de koepel van de Duomo kon beklimmen. Dat valt tegen. Door de coronamaatregelen mag maar een beperkt aantal mensen naar binnen. Kaartjes kun je alleen online kopen en ze zijn ruim vantevoren uitverkocht. Zo voelt de halflege stad toch vol. En waar op alle terrassen meer dan genoeg plek is, staan de toeristen toch massaal in de rij bij dat ene broodjeszaakje waar volgens de Lonely Planet de beste panini van de stad worden verkocht.

Sinds het Comomeer ben ik geen enkele fietstoerist meer tegengekomen en ik begon me al af te vragen of dit ‘slow tourism’ per fiets een uitsluitend Noord-Europese aangelegenheid was. Maar dan stuit ik even voor Siena op Bruno uit Bergamo. Hij fietst de Via Francigena, een eeuwenoude pelgrimsweg van Canterbury naar Rome. Ik probeer een praatje aan te knopen, maar Bruno zit daar duidelijk niet om verlegen. Op mijn vragen komt niet meer dan een zuinig ‘ja’, ‘nee’. Dan zegt hij: ‘Ik ga met de fiets op vakantie omdat ik zo alleen kan zijn. Ik wil geen contact met andere mensen.’ Even later, als ik een moment inhoud om van het uitzicht te genieten, gaat hij er zonder een woord te zeggen vandoor.

Beeld Jeroen van Bergeijk

Eenmaal in Siena, op het Piazza del Campo, ontmoet ik Marie en Cecille, twee Belgische vrouwen van 23. Ze zitten te lunchen naast hun bepakte fietsen, die ze in de schaduw van de klokkentoren van het stadhuis hebben geparkeerd. Ze gaan naar Rome. Een kaart hebben ze niet. Van Google Maps maken ze geen gebruik. Onderweg zagen ze bordjes van de Via Francigena en die volgen ze nu. Ze hebben niet veel geld en dus kamperen ze wild. Als ik als een bezorgde ouder vraag of dat niet gevaarlijk is, rolt Marie met haar ogen. Ik vraag ze waarom ze zijn gaan fietsen. ‘Voor de lockdown was ik altijd druk, druk, druk’, vertelt Marie. ‘En toen kwam de lockdown en merkte ik dat ik niks doen wel prima vind. Door corona heb ik ontdekt dat ik niet zoveel hoef. En dat ik in feite kan doen wat ik wil… zoals een stuk fietsen.’

De Trevifontein

Toen ik zes weken geleden vertrok uit Amsterdam – vrij reizen in Europa was net weer mogelijk – was ik benieuwd wat ik in Rome zou aantreffen. Zou het Sint-Pietersplein verlaten zijn? Het Pantheon? Maar vooral was ik benieuwd naar de Trevifontein. Zou ik daar ongestoord kunnen mijmeren over la dolce vita, over de meest romantische filmscène aller tijden, uit de gelijknamige film uit 1960, of zouden mijn fantasieën over Anita Ekberg en Marcello Mastroianni die met zijn tweetjes in het water van de fontein poedelen  als gebruikelijk wreed worden verstoord door luidruchtige Amerikanen en Chinese instagrammeisjes? Wanneer ik op een zondagochtend rond 11 uur in Rome arriveer, is het Sint-Pietersplein zo goed als leeg. Het Pantheon kun je zo binnen lopen. Maar bij de Trevifontein moet je nog steeds op je beurt wachten om bij de rand van het water een selfie zonder toeristen te kunnen maken. Dus ongestoord mijmeren: nee. Aan de andere kant, de bezoekers zijn allemaal Italianen. Geen Amerikaan of Chinees in zicht.

Bij de Trevifontein moet je nog steeds op je beurt wachten om bij de rand van het water een selfie zonder toeristen te kunnen maken.Beeld Jeroen van Bergeijk

Misschien zijn ze over een paar maanden al terug. Misschien pas over een paar jaar, maar dat ze terugkomen, daarvan is eigenlijk iedereen die ik onderweg sprak overtuigd. Ik zou zeggen: voor het zover is, geniet van de rust op de anders zo overvolle toeristische hotspots. En dit slow travel-experiment kan ik iedereen aanbevelen (oké, niet in augustus als het in Italië veel te heet is om te fietsen) maar ik betwijfel of het veel navolging gaat vinden. De meeste fietsers onderweg waren allang voor corona overtuigd van de waarde van deze manier van reizen.

Het Sint-Pietersplein is zo goed als leeg.Beeld Jeroen van Bergeijk

Toch ga ik een poging doen u te overtuigen ook op de fiets te stappen en het vliegen – wat vaker – te laten. Wat maakte nou het meeste indruk, vragen mensen via WhatsApp sinds ik een paar dagen geleden in Rome ben gearriveerd. Dat zijn niet steden als Rome, Florence of Siena. Het zijn ook niet de Alpen of de Toscaanse heuvels. Het zijn de plekken waar je anders aan voorbij zou gaan zonder ze een blik waardig te keuren. Het gehucht Arriance te midden van de verlaten Noord-Franse graanvelden waar ik om water moest bedelen. Het wegrestaurant ergens op de Povlakte waar ik zat te wachten tot de middaghitte wegtrok en uit verveling maar bier ging drinken met Italiaanse wegarbeiders. De lege, middeleeuwse stegen van het Toscaanse San Casciano dei Bagni waaruit ’s avonds laat opeens eens Nino Rota-achtige muziek opklonk waardoor ik me in een scène uit The Godfather waande. Dat vind je niet als je in het vliegtuig stapt voor een stedentripje. Dat vind je alleen als je er niet naar op zoek bent. Dat vind je alleen als je langzaam gaat.

Lees hier de andere delen van Jeroens reisverslag

Deel 1 | Heeft slow tourism de toekomst? Journalist Jeroen van Bergeijk fietst naar Rome en zoekt het uit

Deel 2 | Je kunt je mondkapje afzetten voor de vakantiefoto, maar ontsnappen doe je er niet aan

Deel 3 | Beter dan dit, rijdend door de wijngaarden van de Elzas, wordt het fietsende leven niet

Deel 4 | Met reizen lijken de meesten in de pauzestand te staan

Deel 5 | De enige gast in het hotel in Bergamo. ‘Het is hier nu veiliger dan bij jullie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden