Van Finland kunnen we leren

Op je 12de beslissen of je timmerman wilt worden dan wel wetenschapper is absurd. Dat minister Plasterk denkt aan uitstel van de schoolkeuze tot je wat ouder bent is dan ook terecht.


Sinterklaas sluit alle kindertjes gelijkelijk in zijn ruime hart, toch krijgen ze niet allemaal evenveel pakjes. Zo is het met het Nederlandse onderwijs ook. De onderwijsonderzoekers van de OESO hameren er al jaren op: de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden is in Nederland groter dan in andere westerse landen. Stijgen op de maatschappelijke ladder gaat bij ons moeizaam.

Een belangrijke oorzaak is de vroege selectie, in groep 8 van de basisschool. We zetten kinderen al jong vast in een hok. Eenmaal op het vmbo is het hondsmoeilijk om het hoger onderwijs te bereiken, al kan het in theorie. Wie op zijn 12de op het gymnasium belandt, wordt daar meestal – al dan niet met bijles – doorheen gesleept. Maar we excelleren evenmin in het hoger onderwijs. De witte middenmoot, die bedienen we aardig.

Minister Plasterk haalde anderhalf jaar geleden, toen de OESO deze waarschuwing gaf, zijn schouders nog op: je kon via het mbo en hbo toch doorstromen? Afgelopen vrijdag bleek de minister ineens van gedachten veranderd. In een brief aan de Tweede Kamer zet Plasterk in grove verfstreken zijn ideeën voor de toekomst van het onderwijs neer. Hij vraagt zich af ‘of ons stelsel niet op te vroege selectie gebaseerd is’. In de Volkskrant zei hij het stelliger: ‘We selecteren nu te vroeg, waardoor we talent verspelen.’

Wéér een stelselwijziging
Deze terechte vaststelling kwam Plasterk te staan op loeiende kritiek, in de Tweede Kamer en in de commentaren. Daar had je het weer, zo’n sociaal-democraat die de middenschool terug wilde smokkelen! Schrille beelden van slimmeriken die jarenlang koekjes moeten bakken, en geboren knutselaars die zich walgend door de kennisbrij moeten eten. Grote angst voor wéér een stelselwijzing brak los; vooral bij het CDA, dat niet op een onderwijsvisie te betrappen is – op twee stokpaarden na: laat machtige besturen hun gang gaan en blijf af van het bijzonder onderwijs.

Plasterk sprak niet eens over de middenschool, maar over latere selectie, waardoor kansen langer openblijven en kinderen kunnen ontdekken waar ze goed in zijn. Het is bijna middeleeuws dat je op je 12de moet beslissen of je timmerman wordt, of wetenschapper. Het trauma van het experiment in de jaren zeventig, met Van Kemenades middenschool – één schooltype voor alle 12-15 jarigen – gevolgd door de mislukking van de basisvorming, is kennelijk groot. De hoognodige discussie over latere selectie is taboe.

Dwepers met de ‘aloude ambachtsschool’ – bijna altijd mensen die zelf hebben gestudeerd – vergeten dat je vroeger na de lts of de huishoudschool aan het werk kon; nu zit geen werkgever te wachten op vmbo-p-gediplomeerden; een vakman moet minimaal mbo hebben. De mantra ‘onderwijs op maat’ heeft niet geleid tot verhoging van kennis en bestrijding van achterstanden. Wél tot bevestiging van vooroordelen, ‘onderadviseren’, onderpresteren en schooluitval. Als de maat eenmaal is genomen en je als zwak bent bestempeld, mag je voortaan modderen in de zwakste groepjes. Je krijgt geen voorbeelden om je aan op te trekken; niemand ontdekt dat je misschien meer kunt. Of je past niet in de cultuur van de juf, zodat niemand merkt dat je goed bent in moeilijke sommen, die zelden op het programma staan.

Willekeur
Het is gevaarlijk om schooladviezen grotendeels over te laten aan één leerkracht. De Citotoets corrigeert die willekeur onvoldoende. Ligt het niveau van de hele klas laag, dan zal ook de allerbeste geen vwo-score halen.

Die bezwaren worden ondervangen door één breed middelbare-schooltype, zoals ze in Finland hebben. Je kiest daar pas op je 16de voor beroepsonderwijs of hoger onderwijs. Het kennispeil van de Finse bevolking is hoog; Finse leerlingen zijn gemiddeld de allerbesten in lezen, taal en wiskunde.

Terecht noemde Plasterk de oude middenschool-gedachte ‘anti-intellectualistisch’. Niet iedereen evenveel kansen, maar ‘iedereen even kansarm’ leek het adagium. Dat doen ze in Finland dus anders. We kunnen ervan leren. Maar de randvoorwaarden zijn daar veel beter: alle leraren hebben een mastergraad, voor lerarenopleidingen wordt streng geselecteerd, de klassen zijn kleiner en er wordt – uiteraard – meer geld aan onderwijs uitgegeven. Een ‘middenschool’ die de zwakste leerlingen optilt en slimste hun talent laat ontwikkelen, vergt excellente leerkrachten.

Stimuleer 'stapelen'
Zolang onze lerarenopleidingen slecht zijn, moeten we hier maar niet aan een middenschool beginnen. Simpeler is het om ‘stapelen’ – ontmoedigd door de PvdA’er Ritzen – weer te stimuleren. Vooral succesvolle route mavo-havo-vwo, want de stapeling van diploma’s via het beroepsonderwijs werkt slecht, sinds het competentieleren daar heeft toegeslagen. Mbo’ers schieten in kennis tekort op de pabo’s; studenten met een hbo-propedeuse doen het slecht op de universiteit. Het zou ook mogelijk moeten zijn om tussentijds te switchen: als je allemaal negens haalt in 2 vmbo, waarom mag je dan niet naar 3 havo? Nu is alleen de glijbaan naar beneden ingezeept.

Of is er een beter alternatief? Van de huilende wolven die Plasterks plan nu wegjoelen, heb ik er niet één gehoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden