Van Eyck zet deuren open

Voor het eerst in jaren organiseert de Jan van Eyck Academie in Maastricht open dagen. Wat is er veranderd sinds de nieuwe directeur, Lex ter Braak, is aangetreden?

AMSTERDAM - Het mag achteraf een wonder heten dat de Jan van Eyck Academie in Maastricht überhaupt nog bestaat. Twee jaar geleden dreigde toenmalig staatssecretaris van Cultuur, Halbe Zijlstra, een streep door het budget van de Maastrichtse academie te zetten. Opheffen leek nog de enige optie.


Het gekke was: buiten Maastricht leidde het nieuws tot weinig commotie. Want ja, die Jan van Eyck Academie, dat was toch die moeilijke opleiding? Een vergeten postacademische instelling (naast de Ateliers en de Rijksakademie in Amsterdam), waar jarenlang meer werd gediscussieerd dan kunst gemaakt. Waar niemand naartoe reisde omdat er domweg niets was te zien.


De tijden lijken te zijn veranderd. Een goede aanleiding om er de komende dagen de Open Studios te bezoeken. Met name dankzij Lex ter Braak, lange tijd directeur van het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst, en sinds twee jaar directeur van de 'Van Eyck'. Hij redde de academie van de financiële ondergang door een vlammend beleidsplan te schrijven waarmee een deel van het verloren gewaande geld werd gered. Even belangrijk: Ter Braak brak met het program van zijn onbegrijpelijke voorganger Koen Brams.


Ter Braak: 'We hebben het beleid 180 graden gedraaid. Was het vroeger gesloten en naar binnen gekeerd, nu zijn we meer op de buitenwereld gericht.' Hoe? Ter Braak somt het op: de ingang is verbouwd tot een café-restaurant waar iedereen naar binnen kan lopen. Er is een zogenoemde 'Van Eyck Services', waardoor kunstenaars van buiten van de academie gebruik kunnen maken.


De academie wil een meer maatschappelijke rol spelen door samenwerking te zoeken met andere instanties en bedrijven. Bijvoorbeeld om met pensioengigant AGP projecten op te zetten, of met het Limburgse provinciehuis. Of door samen te werken met archeologieafdelingen van grote universiteiten om hun manier van onderzoek en presentatie van nieuw elan te voorzien. Het levert de Van Eyck niet alleen extra inkomsten op, het zet de deelnemende kunstenaars ook gelijk op het pad voor hun verdere carrière. Ter Braak: 'Een academie moet zich ook naar de buitenwereld openstellen, en die niet bij voorbaat afwijzen.'


Met de koerswijziging wil de Jan van Eyck zich onderscheiden van de zusterinstellingen in Amsterdam, die zich veel meer op alleen de kunstwereld oriënteren.


Wat het na twee jaar heeft opgeleverd is nu tijdens de Open Studios te zien. De eerste indruk is bemoedigend en verwachtingsvol. Het aanbod is gevarieerd en experimenteel. Schilderijen, beelden, installaties, video's, maar ook met veel werk waaruit blijkt dat de academie zijn oude, theoretische imago nog niet helemaal kwijt is.


Een rondgang langs de ateliers laat veel werk zien met een hoog analytisch, conceptueel gehalte. Videobeelden van eindeloze lappen mailverkeer, muurschilderingen die verhalen over de honderd grootste angsten, lange monologen voorgelezen voor de camera. De maatschappelijk relevantie straalt er niet direct van af. Net zomin als je de indruk hebt dat het hier om voltooide kunstwerken gaat.


Volgens Ter Braak is dat niet het belangrijkste waar de academie voor is. 'Het gaat er, in het jaar dat ze hier zijn, niet om dat kunstenaars kant-en-klare producten maken, die door galeriehouders kunnen worden afgenomen. Het gaat ons meer om het verdiepings- en samenwerkingsproces.'


Dat de deelnemers slechts een enkel jaar de academie volgen, in plaats van twee, zoals op de Ateliers en de Rijksakademie, is daarbij volgens Ter Braak geen probleem.


'De tijden zijn veranderd', zegt Ter Braak. 'Het is niet zo dat de kunstenaars hier een jaar komen werken en daarna de deur achter zich dichtslaan. Zo blijven ze bij projecten betrokken, juist ook die met maatschappelijke partijen. Of we met onze opzet succes zullen hebben? Dit zijn de eerste stappen. We moeten nog groeien. De komende jaren zullen uitwijzen of het slaagt.'


Onbegrijpelijke overheid


Een van de nieuwe initiatieven die de Jan van Eyck Academie heeft gelanceerd heet Van Eyck Mirror. Opzet, volgens Brigitte Bloksma, hoofd van de afdeling, is 'de samenwerking tussen de academie en andere partners vergroten'. Als voorbeeld noemt Bloksma het project De onbegrijpelijk overheid. Daarvoor werd de academie benaderd door het Limburgse provinciehuis. Bloksma: 'Hun vraag was: hoe kunnen we onze zichtbaarheid vergroten. De overheid kampt namelijk toch met een grote mate van ontoegankelijkheid. De opdracht is die te verbeteren. Nu doen onze kunstenaars onderzoek naar de vraag: wat merkt de burger van wat de provincie doet? Of wat kan er veranderd worden aan het provinciehuis zelf? Kunstenaars kunnen de overheid op een andere manier naar haar probleem laten kijken. Het is een maatschappelijke betekenis die we met onze academie graag nastreven.'


Open Studios. Jan van Eyck Academie, Maastricht. T/m 22/2. janvaneyck.nl

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden