‘Van elk kind kun je een moordenaar maken’

Het zijn de omstandigheden die je tot kindsoldaat maken, niet je karakter of cultuur, meent de bestsellerauteur en voormalige ‘vechtmachine’....

Van onze verslaggever Marnix de Bruyne

Alleen al in de VS, waar hij woont, verkocht Ishmael Beah (26) bijna een miljoen exemplaren van zijn boek. Het lijkt veel voor een relaas over een jongen die gevangenen levend liet begraven, hen bewust in hun voeten schoot of hielp dorpen uit te moorden.

Maar Ver van Huis, Herinneringen van een kindsoldaat waarvan vrijdag de Nederlandse vertaling verscheen, is meer dan een beschrijving van gruwelijkheden. Grote kracht is dat het inzichtelijk maakt hoe een 12-jarige liefhebber van rapmuziek uit Sierra Leone kon uitgroeien tot een vechtmachine.

Het is moeilijk een ex-moordenaar te zien in de zachtmoedige jongeman met kort rastahaar, die in een Amsterdams hotel klaar zit voor een interview. Toch was moorden ‘dagelijkse kost’ voor Beah tussen zijn dertiende en vijftiende jaar. ‘Het is een misvatting dat je alleen in Afrika kindsoldaten hebt. Iedereen kan het worden. Alles hangt af van de omstandigheden.’

Beah, wiens ouders en broers waren vermoord door de rebellen, kwam na een lange zwerftocht terecht in een dorp met een legerbasis, waar hij bescherming zocht. Op zekere dag toonde de commandant twee lijken van dorpsbewoners. Gedood door de rebellen, zei hij, iedereen was nodig om het dorp te verdedigen. Zo werd Beah gerekruteerd. ‘Het leger werd mijn nieuwe familie. Ik wilde erbij horen en geaccepteerd worden.’

‘Geweld plegen was de enige manier om dat te doen. De commandant maakte daar handig misbruik van. Destijds zag ik in hem een vaderfiguur. Nu denk ik: misschien had hij die twee burgers zelf wel vermoord. Krijgsheren zijn geen analfabete stomkoppen, bezeten door het kwaad, zoals velen denken. Ze zijn vaak zeer slim en berekenend. Ze weten hoe ze kinderen moeten manipuleren.’

‘Vergeet niet dat kinderen aantrekkelijk zijn voor elke strijdmacht. Ze hechten zich aan je, zijn gemakkelijk te indoctrineren en je hoeft ze niet te betalen.’

Twijfelen aan bevelen was geen optie, ondervond Beah al snel. ‘Een keer waren we op weg naar een dorp om het te veroveren. Een bejaarde kwam ons tegemoet. Schiet hem dood, beval de commandant. ‘Maar hij is oud’, zei een van ons. De commandant schoot daarop eerst de soldaat dood, toen de oude man.’

Maar angst was niet de enige drijfveer. ‘We kregen steeds te horen dat we het land verdedigden, dat onze strijd veel geweld voorkwam. Daar geloofden we in. Er was ook een ideologische component.’ Vandaar dat hij woedend was op zijn luitenant toen deze hem en andere kindsoldaten in 1996 overdroeg aan een rehabilitatiecentrum van Unicef.

Het was het begin van een moeizaam genezingsproces. Op bewonderenswaardige wijze blijft het personeel de kinderen voorhouden dat het niet hun schuld is dat ze gruweldaden pleegden. Maar Beah haatte dit. ‘We geloofden dat onze strijd belangrijk was, zo gehersenspoeld waren we. Als je dan hoort dat het jouw schuld niet is, dat je niet de besluiten nam, gaat dat in tegen dat geloof. Pas veel later ging ik beseffen dat het inderdaad niet mijn schuld is, dat we gedwongen zijn en misbruikt.’

In die tijd was er nog weinig ervaring met de opvang van kindsoldaten. Vandaar dat het centrum de kindsoldaten van het leger en de rebellen bij elkaar had gezet. Al snel braken gevechten uit in het centrum, waarbij twee ex-soldaatjes en vier ‘rebellen’ omkwamen. Beah: ‘Je kunt niet verwachten dat kindsoldaten vrolijk zeggen: hoi, we mogen weer naar school.’

Er zijn in het begin wel meer fouten gemaakt, vervolgt hij. ‘Zo zijn er nauwelijks meisjes gerehabiliteerd, terwijl ook zij kindsoldaten waren.’ Ook in Beahs eenheid vochten meisjes mee. ‘Na de strijd werden ze verkracht door de commandanten. Sommigen kregen zelfs kinderen. Hun baby’s werden vermoord als ze huilden, omdat ze anders onze plek zouden verraden.’ Het zijn constateringen die niet in zijn boek staan. ‘Ik heb bewust niet over de meisjes geschreven, aan hun ervaringen kon ik geen recht doen, vond ik. Dat moet een van hen zelf vertellen.’

Beah heeft veel geluk gehad. Na vele omzwervingen in Afrika kon hij New York bereiken. Daar werd hij opgevangen door een vrouw die hij inmiddels ‘mijn moeder’ noemt. Hij studeerde politicologie en zet zich waar mogelijk in voor het lot van kindsoldaten.

Beah gaat verder studeren, onder meer internationaal recht, om te kunnen bijdragen aan wetten die ook de wapenhandel aan banden kunnen leggen. Daarom ook vindt hij het proces tegen Charles Taylor in Den Haag, de Liberiaanse ex-president die de rebellen steunde, ‘erg belangrijk’. ‘Het is alleen doodzonde dat het in Nederland plaatsheeft. Als het geld dat de verhuizing kost, was ingezet voor extra beveiliging, had het in West-Afrika kunnen plaatsvinden. Hadden we onze leiders kunnen tonen dat niemand vrijuit gaat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden