Van dubbeltje naar kwartje

Voor kinderen van laagopgeleide ouders wordt het alleen maar moeilijker om hogerop te komen. Deze drie doorzetters is het toch gelukt.

Nursel Köse-Albayrak (43). Beeld Erik Smits

Gepensioneerd hoogleraar en onderzoeker Rob de Lange (70) was behoorlijk geïntimideerd toen hij de universiteit van Utrecht in 1968 voor het eerst betrad. 'De oudere studenten die de inschrijvingen deden, waren heel anders gekleed dan de doorsnee Rotterdammers die ik kende', vertelt hij. 'De jongens droegen een Pringle-trui en een McGregor-broek, ik werd er nerveus van.'

In de jaren zestig, zeventig en tachtig werd de kansenongelijkheid in het onderwijs flink verkleind. Dankzij allerlei nieuwe maatregelen hoefde je als je slim was niet zoals je vader in een fabriek te gaan werken. De Lange profiteerde als arbeiderskind van dit beleid, maar voelde zich niet meteen op zijn gemak: 'Mijn vader was metaalbewerker, mijn moeder huisvrouw, de PvdA was onze partij. Dat mengde niet makkelijk met de hogere kringen waaruit andere studenten kwamen. Vooral de moeders uit dat milieu vonden vaak dat hun kinderen niet hoorden om te gaan met een arbeiderszoon.' Hoewel hij ambitieus en verbaal vaardig was, was De Lange constant bang door de mand te vallen: 'Straks zouden ze zien dat ik niet op de universiteit thuishoorde.' Ook de omgangsvormen van zijn medestudenten verbijsterden hem: 'Een oude hoogleraar kwam te laat binnen bij een college en bood zijn excuses aan. Een student stond op en diende hem van repliek: 'Ja, dat is mooi, maar dat zei je gisteren ook al en wij zitten hier te wachten.' Het tutoyeren choqueerde me, ik was die professor juist dankbaar dat ik daar überhaupt mocht zijn.'

Kloof lijkt groter te worden

Inmiddels heeft een derde van de 25- tot 34-jarigen een hoger opleidingsniveau dan hun ouders, maar sinds kort lijkt de kloof tussen kinderen uit verschillende milieus weer groter te worden. Een rapport van de Onderwijsinspectie liet eerder dit jaar zien dat kinderen van hoogopgeleide ouders vaker een hoger advies krijgen voor de middelbare school dan de uitslag van hun Cito-eindtoets rechtvaardigt. Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen juist sneller een lager advies. In mei bevestigde een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) deze ongelijkheid. Dit rapport adviseert onder meer om de vervolgopleiding van basisschoolkinderen niet te laten bepalen door de leraar, maar door een centrale toets.

Sinds 2014 hebben leerkrachten namelijk een grotere rol gekregen bij het geven van schooladviezen in groep 8. Niet de Citotoets is nu bindend, maar het advies van de leraar. Hoogopgeleide ouders zijn mondiger en veeleisender dan laagopgeleide ouders, die de inschatting van de leraar vaak niet in twijfel trekken. Zit een kind eenmaal op het vmbo en blijkt dat het een hoger niveau zou aankunnen, dan stapt het niet makkelijk over naar havo- of vwo-niveau. Dit komt doordat vmbo's nogal eens losstaan van de havo- en vwo-scholen. Toen de mavo nog bestond, maakte deze vaker deel uit van een scholengemeenschap met ook havo en vwo.

De studenten uit de tijd van De Lange hadden daarnaast een groot voordeel boven de studenten van nu. Ze waren een kleine vijftig jaar geleden 200 gulden kwijt aan collegegeld (dat zou omgerekend naar het huidige prijspeil slechts zo'n 165 euro zijn). Na vier jaar hoefde je niets meer te betalen, terwijl je je studie wel mocht afmaken.

Sociale en culturele bagage van thuis

Ontmoedigend voor kinderen uit laagopgeleide gezinnen is ook de afschaffing van de basisbeurs voor hbo- en universiteitsstudenten sinds 2015. De instroom op de hogescholen en universiteiten is in 2015 gedaald met 9 procent. Vooral kinderen van laagopgeleide ouders haken af, met 15 procent minder inschrijvingen. Lenen is een mogelijkheid, maar dan moet je het wel aandurven op jonge leeftijd een flinke schuld aan te gaan. Advocaat Nursel Köse-Albayrak (43) werkt sinds haar 16de en heeft haar hbo-propedeuse en rechtenstudie zelf betaald: 'Ik hoorde van mensen uit mijn omgeving dat ze moeite hadden met het terugbetalen van hun schuld. Daarom deed ik de avondstudie zodat ik overdag kon werken. Ik wilde mijn ouders niet belasten, het was al moeilijk genoeg om rond te komen met vijf kinderen.'

Kinderen uit laagopgeleide gezinnen zijn ook in andere opzichten minder sterk bewapend. Het gezin waarin je opgroeit, beïnvloedt in hoge mate hoe je studiecarrière verloopt. De sociale en culturele bagage van thuis, is bepalend voor je studiesucces, blijkt uit de onderzoeksresultaten van de Onderwijsinspectie. Het helpt als je ouders een goed gevulde boekenkast hebben. De leerstof over de Tweede Wereldoorlog gaat leven als je samen naar het Anne Frank-huis bent geweest. Je haakt makkelijker in op het Franse idioom als je de zomervakantie in een vakantiehuis in Frankrijk hebt doorgebracht.

De ouders van Bruce Ferwerda, 29, wetenschappelijk onderzoeker, praatten niet over politiek of filosofie en musea zag hij als kind nooit van binnen. Zijn vader, magazijnmedewerker, ontmoette zijn moeder tijdens een vakantie in Thailand, waarna zij meekwam naar Nederland. Het geld van Bruce' ouders ging naar reizen naar Thailand en de sociale contacten van het gezin waren vooral de Thaise vriendinnen van zijn moeder. Ferwerda: 'Toen ik in de brugklas van havo/vwo zat, werd ik overgeplaatst naar de mavo. Ik had een achterstand op het gebied van sociale omgang en culturele kennis. Mijn woordenschat was ook kleiner, omdat mijn moeder niet zo goed Nederlands spreekt.'

Opleidingen stapelen

Arbeidsethos kreeg hij wel mee van zijn ouders, die hij omschrijft als hardwerkende doorzetters. 'In materiële zin hoefde ik op niemand jaloers te zijn. Maar doorvragen en je mening helder verwoorden, dat ben ik van huis uit niet gewend. Terugkijkend zie ik mezelf als een contactgestoorde jongen. Als ouders van vrienden tijdens het eten naar mijn dag vroegen, viel ik stil. Ik wist me er geen raad mee, thuis aten we meestal zwijgend. Ik hou van mijn ouders, maar de band die mijn vrienden met hun ouders hebben, is echt anders. Je inleven in de ander en met elkaar meedenken, heb ik echt moeten leren. Het is met de jaren gekomen, maar ik kan me in de communicatie nog steeds klungelig voelen.'

Niet veel mensen zullen zo veel opleidingen hebben gestapeld als Ferwerda. 'Na de mavo ging ik via het mbo naar het hbo. Een schakeljaar volgde, waardoor ik naar de technische universiteit kon.' Drie titels heeft hij nu: dr. ir. en ing., maar nog steeds sluimert het onbehagen: 'Tijdens mijn promotieonderzoek had mijn begeleider een ander vakgebied, ik was degene met de meeste inhoudelijke kennis op de afdeling. Collega's kwamen naar mij voor uitleg, ineens was ik de expert. Dat is zo'n moment waarop ik kan denken: straks val ik door de mand, ik kom maar van de mavo.'

Ook Nursel Köse-Albayrak maakte een omweg voordat ze aan haar rechtenstudie begon. 'In de brugklas werd gezegd: we zien Nursel het liefst op het vwo, dat is de directe route naar de universiteit. Mijn vader wist niet wat het vwo was, ik ook niet. De Turkse meisjes die ik kende, gingen naar het lbo. Mijn ouders zeiden tegen de leraar: vwo klinkt zo hoog, laat haar maar havo doen. Ik had er vrede mee.' Toch waren haar ouders doordrongen van het nut van leren: 'Wij kinderen hebben naast onze studie allerlei cursussen gedaan. Een kapperscursus, een thuisstudie voor schoonheidsspecialist, naailes. Leer alles wat je kunt, zei mijn vader, je weet nooit hoe het loopt. Hij was ons grote voorbeeld, hij was alleen naar een vreemd land gegaan en had als lasser de hoogste functie behaald.'

Via mavo naar de universiteit

Na de havo wilde Köse-Albayrak een opleiding doen om laboratoriumonderzoeker te worden. 'De hbo-opleiding die ik daarvoor moest doen, zat in Delft, wij woonden in Rotterdam. Turkse meisjes werden beschermd opgevoed, het was not done om elke dag met de trein heen en weer te reizen. Ik besloot hbo maatschappelijk werk en dienstverlening te gaan doen.' In het eerste jaar ontdekte ze waar haar hart lag. 'Ik moest voor een studieopdracht naar een zitting in de rechtbank. Een vrouwelijke advocaat stond op om te pleiten. Ik was zwaar onder de indruk van haar welbespraaktheid en kennis. Tegelijkertijd kwam er een gevoel van lef opzetten, zo van: volgens mij kan ik dat ook.'

Met haar hbo-propedeuse stapte ze over naar de zesjarige avondstudie rechten. De man met wie ze nu getrouwd is, ontmoette ze op de universiteit. 'Ik was 25 toen we trouwden. Op mijn 29ste raakte ik zwanger. Ik was bijna klaar met mijn studie, maar de combinatie werk en zwangerschap was te veel. Ik zette mijn studie on hold.

Toen mijn dochter bijna 4 was, zei mijn man: nu jij. Toen ik mijn studie weer wilde oppakken, bleek dat ik nagenoeg alles over moest doen.'

Dat deed Köse-Albayrak, aan de Open Universiteit. 'Ik was 39 toen ik me eindelijk meester in de rechten mocht noemen. Dat is niet jong, maar het is gelukt. Jarenlang voelde het gebrek aan een diploma als een open wond. Ik werkte als jurist in het advocatenkantoor dat ik samen met mijn man had opgericht. Cliënten zagen me als een advocaat en elke keer legde ik uit: ik heb de kennis en de werkervaring, maar die titel mag ik niet gebruiken, want ik ben niet afgestudeerd.

Sinds ik niet meer een jurist ben maar advocaat, ga ik zelfverzekerder door het leven. Ik sta op met een gevoel van: vandaag lekker zaken bepleiten! De gedachte dat ik mijn bul heb, maakt me nog elke dag vrolijk.'

Bruce Ferwerda (29). Beeld Erik Smits

Bruce Ferwerda is 29, single, wetenschappelijk onderzoeker met als specialisatie Human Computer Interaction. Voor onderzoek woonde hij in Korea, de VS en Oostenrijk.

Beroep ouders: magazijnbeheerder en schoonmaakster.
'Ik ben enig kind en mijn ouders wilden het hoogst haalbare voor me. Maar ze wisten niet hoe je iemand ondersteunt bij het leren. Ze hielpen op de enige manier die ze kenden: druk uitoefenen. Mijn vaders werkende leven begon in een vleesfabriek. Dat wilde hij niet voor mij. Mijn ouders gebruikten die vleesfabriek als munitie om mij achter de broek te zitten bij het huiswerk maken. Ik was altijd huiverig als ze terugkwamen van een ouderavond: wat zou de leraar hebben gezegd, zou mijn rapport wel goed genoeg zijn? Ik kreeg het vast om mijn oren. Toen ik 20 was en op kamers ging in Amsterdam, ging het leren ineens makkelijker. Ik had rust. Niemand keek over mijn schouders mee. Als ik nog niet helemaal klaar was met studeren maar het nodig had om even iets anders te doen, ging ik de deur uit om vrienden te zien. Zoiets deed ik niet snel toen ik nog thuis woonde. Mijn cijfers schoten omhoog.'

Advocaat Nursel Köse-Albayrak is 43, getrouwd en heeft een dochter van 11 en een van 1,5

Beroep ouders: lasser en huisvrouw.
'Mijn werkinstelling heb ik te danken aan mijn vader. Toen hij het gezin liet overkomen naar Nederland, was ik 2 jaar. Hij was een man van de structuur. We aten met het gezin samen en bespraken de dag. Ik leerde veel van die alledaagse gesprekken: op deze manier doen wij de dingen, we doen het beschaafd, we zijn zorgvuldig. Toen ik huiswerk meekreeg van school, zat hij met mij aan tafel. Hij deed alsof hij wist waar Terneuzen lag. Later merkte ik dat hij de leerstof niet begreep. Maar hij gaf me het gevoel dat hij het belangrijk vond wat ik aan het doen was, dat werkt motiverend. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de Turkse en Nederlandse cultuur. Word je aangesproken op je gedrag, dan laat je in de Turkse cultuur bijvoorbeeld zien dat het je spijt door naar de grond te kijken. Op de havo lukte het me een keer niet een werkstuk op tijd in te leveren. Met hangende pootjes vertelde ik aan mijn leraar dat ik meer tijd nodig had, daarbij keek ik weg. Kijk me aan als ik tegen je praat!, zei hij. Maar ik leerde snel en heb niet het gevoel dat ik in twee werelden leefde. Ik had één wereld waarin beide culturen bestonden.'

Beeld Erik Smits
Rob de Lange (70). Beeld Erik Smits

Rob de Lange is 70, getrouwd, universitair- en hogeschooldocent en onderzoeker. Sinds twee jaar is hij gepensioneerd.

Beroep ouders: metaalbewerker en huisvrouw.
'Ik ben afgestudeerd in onderwijskunde. Nou ja, ik heb dat nooit een echte wetenschap gevonden. Achteraf denkt ik: natuurkunde, had ik dat niet liever gestudeerd? Ik ben sinds twee jaar gepensioneerd en lees veel boeken, over de wereldeconomie en kwantummechanica. Maar voor mij lag een studie natuurkunde niet in het verschiet. De meeste jongens uit mijn milieu gingen eerst naar de ambachtsschool en dan naar de leerschool van de fabriek. De meester zei dat ik daar ook heen moest. Maar ik kon goed leren en mijn moeder, een kleine, driftige vrouw, was eigenwijs. Zij wilde meer. Na vier jaar op het vmbo-achtige mulo ging ik vijf jaar lang naar de kweekschool, de lerarenopleiding van toen, waar slimme kinderen uit laagopgeleide milieus vaak terechtkwamen. Dat beperkte mijn studiekeuze, want vanuit de kweekschool mocht je alleen doorstromen naar de faculteit Sociale Wetenschappen, waar pedagogiek een subfaculteit van was.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.