Van doorduwer tot dwarsligger: de Europese carrière van Balkenende

De Europese glans van Balkenende verdween snel. ‘Nee, nee, nee’, werd de wapenspreuk in plaats van ‘Je Maintiendrai’...

BRUSSEL/DEN HAAG Als de kabinetsformatie een beetje vlot, is het vandaag zijn laatste Europese top. Bijna acht jaar zat Jan Peter Balkenende aan tafel met de Europese regeringsleiders, maar zijn naam zal snel vergeten zijn.

Dat ligt mede aan de samenstelling van de Europese Raad, zoals de topontmoeting van de EU-leiders genoemd wordt. Bijna iedere maand zijn er verkiezingen in een van de 27 EU-landen. De kans dat een leider de volgende keer een andere buurman treft in Brussel, is dan ook groot.

Gevraagd naar de Europese erfenis van Balkenende, geven politici en diplomaten twee antwoorden: een waarderende over de periode 2002-2005 en een sceptische over de jaren erna. ‘Nederland ontwikkelde zich tot lastpak in Europa. ‘Nee, nee, nee’, werd jullie wapenspreuk in plaats van Je Maintiendrai. Er zat weinig constructiefs meer in. Dat heeft de positie van Nederland in Europa absoluut geschaad’, zegt de Brusselse diplomaat van een groot EU-land.

Om met het positieve te beginnen: het optreden van Balkenende op zijn eerste EU-top in oktober 2002, maakt diepe indruk. Plompverloren kondigt hij verzet aan tegen het landbouwakkoord dat de Franse president Chirac en de Duitse bondskanselier Schröder de avond ervoor in het luxueuze Conradhotel in Brussel hadden gesloten. Als gevolg daarvan stijgen de uitgaven fors.

‘Schröder en Chirac waren verbijsterd’, weet Ben Bot (CDA), destijds de Nederlandse EU-ambassadeur, later minister van Buitenlandse Zaken. ‘Dat zo’n aankomende leerling, want dat was hij in hun ogen, zijn zin durfde door te drijven.’

Tot drie keer toe wijst Balkenende een compromis af. Zijn onverzettelijkheid heeft resultaat: de groei van de landbouwsubsidies wordt beperkt. Achteraf zijn er complimenten, ook van Chirac en Schröder.

Geurvlag
Bot: ‘Jan Peter heeft, om het wat ruw te zeggen, direct zijn plasje gedaan en zijn geurvlag achtergelaten: hier ben ik, ik kom boven. Een koppige Zeeuw, waar de rest van de EU-leiders geducht rekening mee moesten houden. Dat straalde op alle Nederlandse ambtenaren in Brussel af. Wij konden zelfverzekerder onderhandelen. Want zo werkt Europa: als je collega’s van andere landen weten, jouw premier gaat straks toch door de pomp, blazen ze je weg.’

Ook oud-staatssecretaris van Europese Zaken Atzo Nicolaï (VVD) roemt de ‘onverzettelijkheid’ van Balkenende. Dat Nederland nu jaarlijks 1 miljard euro minder aan de EU betaalt, mag de premier op zijn conto schrijven. ‘Het is voorbereid door minister Zalm en mij, maar zonder de koppigheid van Jan Peter was het niet gelukt. Bij elk dossier toonde hij een grote onverzettelijkheid. Hij liet zich niet imponeren. Ik heb met eigen ogen gezien: verguisd in Nederland, genoot hij waardering in Europa.’

Dat Neelie Kroes in 2004 de zware portefeuille Concurrentie in de Europese Commissie krijgt, wordt als bewijs gezien van zijn stevige positie in Europa. Nicolaï: ‘Dat heeft hij netjes gedaan. Hij had het voordeel dat Commissie-voorzitter Barroso per se een vrouw wilde.’

Het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2004, levert Balkenende eveneens krediet op. Onder zijn leiding, en die van Bot, slaagt de premier erin de verdeeldheid in de EU over een Turks EU-lidmaatschap te overbruggen. De onderhandelingen kunnen beginnen, maar het zijn gesprekken met een open einde: geen garanties voor Ankara.

‘Een huzarenstukje’, stelt Bot. ‘De nacht voor de EU-top dreigde de Turkse premier Erdogan nog weg te lopen. Als een haas heb ik toen Balkenende gebeld en vervolgens hebben we samen Chirac, Blair en Schröder gesproken. Ik wist: als Erdogan op weg is naar Schiphol, komt die niet meer terug. Uiteindelijk is het gelukt. Dat heeft ons veel krediet opgeleverd.’

Balkenende is altijd een Europeaan geweest, zegt Bot. ‘Niet als Brinkhorst (D66), die gelooft en hoopt op een federaal Europa. Daar is Balkenende te nuchter voor. Hij benadert het pragmatisch: Europa is goed omdat Europa goed is voor Nederland.’

Vijandig
In Brussel, zien zijn medewerkers, leeft Balkenende op. Even weg van het Binnenhof, waar de voetangels overal klaarliggen; waar hij vijandig en kleinerend wordt bejegend. Een diplomaat: ‘Een premier is vaak eenzaam. In Brussel bevindt hij zich onder gelijken, mensen die hem begrijpen omdat ze thuis hetzelfde doormaken.’

Bot: ‘Balkenende voelt zich als een vis in het water in Brussel. Niet alleen vindt hij het heerlijk om onder de groten der aarde te vertoeven, hij heeft er ook een goed en doortimmerd verhaal.’

De kentering komt in 2005. Dezelfde eigenschappen waar hij eerst om geprezen wordt – vasthoudendheid, lef – maken hem plotsklaps in Brussel een ‘dwarsligger’ en ‘een egoïst’. Oorzaak: het referendum in 2005 waarmee de Nederlandse burger de Europese Grondwet wegstemt.

Niet dat feit op zich wordt Balkenende kwalijk genomen, de Fransen deden immers hetzelfde. Maar dat Balkenende en zijn ploeg nauwelijks campagne voerden, wordt hem zwaar nagedragen.

De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker beticht Balkenende van gebrek aan moed. Guy Verhofstadt (oud-premier België) spreekt over het ‘uitkleden van de Europese gedachte’. En dat zijn dan nog zijn vrienden van de Benelux.

Bot beaamt dat het kabinet gefaald heeft in de referendumcampagne. ‘Als verzachtende omstandigheid wil ik aanvoeren dat onze handen gebonden waren. We mochten van de Tweede Kamer geen campagne voeren. Maar eerlijk is eerlijk: we hebben de sentimenten destijds onderschat. Zoals dat ook bij de verkiezingen vorige week is gebeurd.’

De Europese glans van Balkenende verbleekt snel. De korting van één miljard euro op de afdracht aan Europa, ontlokt een woeste reactie aan Chirac. Hij vergelijkt Nederland met ‘dikke volgevreten landen’ die ‘niets doen voor arme landen’.

Vervolgens trapt Balkenende op de rem bij de discussies over de nieuwe Europese begroting. Ook bij de onderhandelingen over het Verdrag van Lissabon, wordt hij als stoorzender gezien. ‘Zeuren over de Europese vlag’, vat een diplomaat de Nederlandse inzet samen.

Irritatie veroorzaakt ook de door Nederland afgedwongen scherpere eisen voor kandidaat-lidstaten. En afgelopen maandag slaakten de EU-ministers van Buitenlandse Zaken een zucht van verlichting toen Nederland eindelijk zijn verzet tegen betere betrekkingen met Servië staakte.

‘Balkenende is niet de naam die naar boven komt als we hier denken aan een bemiddelaar’, merkt een diplomaat op. ‘Dat hij geen EU-voorzitter is geworden, verrast mij niet. Eerlijk gezegd kan ik me nauwelijks meer voorstellen dat Nederland twee Verdragen op zijn naam heeft staan: dat van Maastricht en Amsterdam. Dát Nederland missen we hier.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden