Van 'doorbraken' krijgen we ooit genoeg

Met hun lichtvaardige aankondiging van een nieuwe 'doorbraak' beschadigen onderzoekers de wetenschap en belasten ze bescheidener vakgenoten.

Vorige week werden we geconfronteerd met alweer een 'grote doorbraak' op het gebied van onze gezondheid. Een groot voorpagina-artikel in de Volkskrant van maandag 4 maart getiteld 'Dieet vervangt medicijn', de volgende dag een column van Bert Wagendorp daarover en een groot stuk van Maarten Keulemans over foliumzuur, en als klap op de vuurpijl het interview met de betrokken onderzoeker, professor Hans Westerhoff, bij Pauw & Witteman.


Zelden heb ik zo'n serie hyperbolen voorbij zien komen. 'Een complete biochemische routekaart', 'een van de grootste wetenschappelijke doorbraken aller tijden', 'dit zal een forse revolutie teweegbrengen', 'we begrijpen nu voor het eerst hoe een mens zichzelf precies maakt uit de voeding die hij tot zich neemt', en meer van dat soort kretologie.


Want kretologie, dat is het. De voorspellende waarde van de zogenaamde routekaart, die is bedoeld om de rol van ons genoom (al onze genetische informatie) in het functioneren van ons metabolisme (de verzamelnaam voor alle chemische processen in onze cellen) weer te geven, is - laat ik het voorzichtig zeggen - uiterst laag. De kaart is een product van een stroming in de biologie die systems biology wordt genoemd. Die stroming kan worden gezien als een wanhoopspoging om van de enorme hoeveelheid gegevens die uit 'klassiek' biologisch onderzoek komen een nuttig geheel te maken.


De enige manier die ons ten dienste staat om zoiets ingewikkelds als een menselijk organisme - of de cellen waaruit dat organisme bestaat - te begrijpen, is het uit elkaar te peuteren, en de onderdelen afzonderlijk te bestuderen. Dat is de reductionistische benadering. Daar is niks mis mee zolang je maar beseft dat je werkt onder niet-natuurlijke, geïdealiseerde omstandigheden. De problemen beginnen als we proberen vanuit al die afzonderlijke studies en inzichten terug te werken naar het geheel. Een voorbeeld: we weten vrijwel alles van zuurstof en waterstof. Toch is het bijna onmogelijk om uit die afzonderlijke eigenschappen af te leiden wat de eigenschappen van water zijn. Pas onlangs is dat gelukt dankzij de inzet van de gigantische rekenkracht van een computer.


Systems biology doet iets vergelijkbaars. Het staat aan het einde van een bloeiende stapel vergelijkbare pogingen, die allemaal eindigen op -omics. Voor de routekaart waar we het nu over hebben, zijn dat genomics: het meten van de samenstelling én de activiteit van ons hele genoom onder verschillende omstandigheden. Proteomics: het meten van al onze eiwitten, hun interacties, hun lokalisering en hun opbouw en afbraak onder verschillende omstandigheden, en ten slotte metabolomics: het bepalen van de activiteit van moleculen die specifiek betrokken zijn bij de opbouw en afbraak van onszelf en het voedsel dat we tot ons nemen.


De complexiteit van al die processen en hun onderlinge samenhang is onvoorstelbaar. Waar water uit twee componenten bestaat, coderen onze genen voor tienduizenden bouwstenen die in honderden afzonderlijke celtypen gedurende onze ontwikkeling tot individu met elkaar één gigantisch vierdimensionaal (niets is stabiel, dus de tijd speelt ook mee) 'spinnenweb' vormen. Wat wetenschappers heel goed kunnen, is afzonderlijke draadjes in dat web doorknippen of juist versterken, en dan meten wat er met het web gebeurt.


Omdat die benadering weinig praktisch toepasbare informatie oplevert als het gaat om het bestrijden of voorkomen van kanker, stofwisselingsstoornissen, multiple sclerose, slijtage en ouderdomsverschijnselen, is er voor een nieuwe benadering gekozen: we stoppen alle afzonderlijke resultaten, verkregen via het uit elkaar peuteren, in een computermodel, en we stoppen daar gegevens over het geheel bij. Dan gaat de computer aan het rekenen, en dan maken we correlaties: als je onderdeeltjes er zo uitzien, dan heb je zoveel kans op dit of dat. Voor een auto of een computer geldt dat misschien, maar onze bouwsteentjes kunnen niet gezien worden als statische onderdelen. Ze beïnvloeden elkaar voortdurend.


Ik zal u de cijfers en de details besparen. De 'doorbraak' bestaat uit het samenvoegen van vijf afzonderlijke sets van zulke data tot een nieuwe, die luistert naar de fraaie naam 'Recon 2'. Dat is een mooi staaltje van internationale samenwerking, maar ook Recon 2 is maar een miniem stapje op weg naar een echt voorspellend en dus bruikbaar stuk gereedschap.


Om in deze fase te roepen dat mensen voor 2.000 euro hun genoom kunnen laten 'meten' om dan een verstandig voedingsadvies te krijgen, en mogelijk zelfs te horen kunnen krijgen dat ze 'gewoon mogen roken' (professor Westerhoff op de tv) is echt volslagen flauwekul. En dat is niet goed .


Het doet denken aan de dna-pil van Salugen die een aantal jaren geleden in het nieuws was. Voor een fors bedrag werd de activiteit van een aantal 'sleutel-enzymen' bepaald, en dan kreeg je een 'dna-pil' op maat, die ervoor zorgde dat je alles mocht eten.


Kletskoek en geldklopperij. Wetenschappers als professor Westerhoff mogen best trots zijn op hun werk en daar enthousiast over vertellen, maar ze moeten ver blijven van al te grote claims. Daar krijgt het publiek op een gegeven moment genoeg van en daar lijden de wat bescheidener ingestelde wetenschappers onder. Misschien spreekt het feit boekdelen dat er in andere media, ook in het buitenland, nauwelijks aandacht aan de grote doorbraak is besteed.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden