Van Dijk schaadt en miskent arbeidsvoorziening

EEN vernietigend document, zo karakteriseerde de pers het rapport van de commissie-Van Dijk over de Arbeidsvoorziening. Volgens Van Dijk c.s....

De vertegenwoordigers van sociale partners in het bestuur krijgen er in het rapport flink van langs: zij zouden vooral de belangen van hun eigen achterban hebben behartigd, waardoor het bestuur, verlamd door interne tegenstellingen, beslissingen voor zich uitschoof. Het zittende bestuur moet daarom volgens de commissie worden vervangen door onafhankelijke deskundigen.

De commissie-Van Dijk is met het rapport afgeweken van haar opdracht. Een beoordeling van het recente verleden is met politiek gekleurde aanbevelingen omgebouwd tot een ongevraagde blauwdruk voor de toekomst.

Dat is jammer, want wie het rapport leest moet constateren dat er een tot op zekere hoogte goed gelijkende foto is gemaakt van de Arbeidsvoorziening. Op de foto staat veel herkenbaars: een te ver doorgeslagen decentralisatie, onduidelijkheid rondom plaatsingscijfers, een regiefunctie die niet uit de verf is gekomen. Ook de constatering dat het CBA weinig slagvaardig heeft geopereerd, is correct.

Ieder die is betrokken bij de Arbeidsvoorziening moet concluderen dat een aantal verwachtingen die bij de start in 1991 leefden niet zijn uitgekomen. Maar een herkenbare foto is nog geen goede foto. Bepalend daarvoor is vooral het perspectief van waaruit de foto is genomen.

Het perspectief van de commissie-Van Dijk is dat van een geleerde die vanuit zijn studeerkamer naar de werkelijkheid kijkt. Volgens de commissie-Van Dijk komt eigenlijk alleen de overheid op voor het algemeen belang. Alle andere partijen, sociale partners voorop, streven slechts het eigen belang na. Verantwoordelijkheid kan slechts gedragen worden door hen die geen belang hebben te verdedigen, bijvoorbeeld omdat ze niet op de loonlijst van een organisatie van werkgevers of werknemers staan.

Het is vanuit deze, wat naïeve opvatting dat de commissie het feilen van het CBA toeschrijft aan de bestuurders van werkgevers en werknemers; zij kwamen niet los van het belang van de organisatie die ze vertegenwoordigden en leidden daarmee de openbare arbeidsvoorziening naar de rand van de afgrond.

Dit is een onjuiste weergave. Onjuist omdat de weinig voortvarende besluitvorming van het CBA vooral voortkwam uit het onvoorspelbare gedrag van de overheid. Vanaf het begin was er onduidelijkheid over het wettelijk vastgelegde budget. In plaats van te vergaderen over de besteding van het geld (aan een doelmatige en rechtvaardige arbeidsbemiddeling) absorbeerde de strijd om het geld zelf alle aandacht. Van Dijk kiest in zijn analyse partij voor de overheid en concludeert dan dat de fout ligt bij de sociale partners.

De analyse gaat verder volkomen voorbij aan de situatie voorafgaande aan de tripartisering. En dan gaat het niet alleen over de sterk verwaarloosde bureaucratie die omgebouwd moest worden tot een eigentijdse, gedecentraliseerde en dienstverlenende organisatie. Of over het feit dat Van Dijks ongevraagde aanzetten voor de toekomst, ingaan tegen de in december 1994 gemaakte afspraken tussen overheid en sociale partners. Het gaat om het negeren van een bewuste keuze voor bestuurlijke vernieuwing. De arbeidsvoorzieningswet van 1991 kwam voort uit de idee dat het noodzakelijk is dat organisaties van verantwoordelijke burgers medezeggenschap hebben en medeverantwoordelijkheid dragen.

Zo iets gaat niet vanzelf. Het vereist betrokken bestuurders die nauw met hun achterban zijn verbonden. Vrijblijvendheid en 'onafhankelijkheid' zoals Van Dijk die bepleit zijn niet op hun plaats. Natuurlijk zijn bij de tripartisering fouten gemaakt, maar het beginsel is goed, zoals ook blijkt uit de resultaten sinds 1991.

Van Dijk wil dat niet zien. Hij verzuimt de voorgeschiedenis te beschouwen en denkt dat 'onafhankelijke' bestuurders sneller conflicten bijleggen en dat met onafhankelijke bestuurders een doelmatiger arbeidsmarktbeleid wordt gevoerd.

HET rapport van de commissie-Van Dijk is zeer schadelijk voor het arbeidsmarktbeleid. De tripartisering van de Arbeidsvoorziening is meer dan een experiment. Het is bittere noodzaak. Je kunt als overheid geen arbeidsmarktbeleid voeren zonder de directebetrokkenheid van sociale partners.

Dank zij de tripartisering zijn we met de discussies over een vraaggerichte of aanbodgerichte aanpak en het maken van afspraken met sectoren veel verder dan vier jaar geleden. Een tripartite organisatie vormt een schild tegen een model waarin de kansrijken op de particuliere markt terecht kunnen en de kansarmen op een uitgeklede minimumvoorziening van de overheid zijn aangewezen.

De tripartisering is bovenal een mogelijkheid om de verantwoordelijkheid van de vakbeweging voor het werkgelegenheidsbeleid ook buiten het directe cao-domein vorm te geven. Realisering van 'Werk boven inkomen' gaat stapsgewijs. De ene dag zet je een grote stap door een historisch akkoord over een vierdaagse werkweek bij de banken, de andere dag een kleine stap door de hernieuwing van het convenant tussen de Arbeidsvoorziening en Bouwvakwerk. Maar beide stappen zijn noodzakelijk om tot een samenhangend werkgelegenheidsbeleid te komen.

Cees van der Knaap

De auteur is bestuurder sociaal-economisch beleid van het CNV.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.