Van der Ploeg grijpt te hoog met grand design

Er is niets tegen het pleidooi van staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur om meer aandacht te schenken aan de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting....

DE BIJDRAGE van Rick van der Ploeg in Forum van 23 oktober aan het debat over de ruimtelijke ordening in Nederland roept ambivalente gevoelens op. De kern van zijn betoog is helder: hij pleit ervoor om 'de cultuur' als integrerende factor te beschouwen bij de afweging van belangen in de ruimtelijke ordening .

Als zodanig is dat niets nieuws. Als hij en vele anderen niet zo Randstad-centristisch opereerden, hadden zij in de vakbladen kunnen lezen dat Noord-Brabant al meer dan een jaar bezig is om het ruimtelijk ontwerp op de agenda terug te krijgen. Aan vernieuwende architecten zoals Winy Maas, Dirk Sijmons, Jos Cuypers, Annette Marx en Marius van de Wildenberg zijn opdrachten verstrekt voor het maken van ontwerpen voor delen van Brabant. Met de vorige week door hen gepresenteerde ideeën proberen wij greep te krijgen op de ruimtelijke ordening. Niet theoretisch maar praktisch: toegespitst op een nieuw streekplan.

Dat er weer aandacht moet komen voor het ontwerp is voor mij een uitgemaakte zaak. Het is immers een illusie te denken dat goede ruimtelijke ordening mogelijk is binnen het speelveld zoals dat is afgebakend door de verschillende disciplines en belangen..

De ordenende principes vliegen als broodjes over de toonbank: water, landschap, natuur, verkeer en vervoer. Allemaal dragers voor de inrichting van de ruimte .

Ook het begrip 'ruimte voor. . .' is een interessante: 'ruimte voor water, voor de beek, voor economische activiteit', et cetera.

Ook Van der Ploeg doet met de presentatie van de nota Belvedere aan dit circus mee. Het op elkaar stapelen van claims, op transparantjes uitgetekend, heeft natuurlijk niets met ruimtelijke ordening te maken. Net zo min als overigens de in sommige opzichte sympathieke actie 'trek de groene grens' van Milieudefensie. Het denken over de begrenzing van de stedelijke ruimte wordt vervangen door het tekenen van lijntjes .

Het stedenbouwkundig ontwerp kan en moet dan ook een belangrijke bijdrage leveren aan de vormgeving van de ruimte en het integreren van de verschillende claims op de ruimte. Het beoogde resultaat: een ruimtelijke kwaliteit die groter is dan zonder een ontwerp. Zo simpel is dat .

Tot zover is er niks mis met het verhaal van de staatssecretaris. Het wordt echter totaal anders als ik zie wat Van der Ploeg met de 'cultuur aan de macht' beoogt. Zo heeft hij het over de noodzaak van het ontwerpen van een nationaal plan, over de honger van ontwerpers om bij te dragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen, de pretenties van 'de cultuur' (welke?) om boven alle belangen uit te stijgen.

Enig historisch besef zou welkom zijn geweest. Dit soort benaderingen heeft zonder goede democratische inbedding ook zijn schaduwzijde. De pretentie is tijdloos, mijn angst ervoor evenzo. Overigens niets ten nadele van de voorbeelden die Van der Ploeg noemt.

Bovendien is de analyse ook niet consequent: hoe kun je boven de partijen staan en toch de wereld verbeteren? Verbeteren en dus veranderen van de wereld zonder dat je aan gevestigde belangen raakt, is zonder precedent. Alsof, wanneer echte belangen aan de orde zijn, de kunstenaar een rol van betekenis kan spelen.

Ook het denken in termen van nationale plannen - het komt de laatste tijd steeds meer naar voren - is de klok jaren terug zetten en als wij die planfiguur van stal halen, is dat de doodsteek voor de ruimtelijke ordening.

Wat is namelijk het echte probleem van de ruimtelijke ordening: niet het maken van een grand design, niet het bepalen van wat we willen in beelden, tabellen en teksten. Het echte probleem is dat de ontwikkelingen op economisch, sociaal en cultureel gebied zo razendsnel gaan dat er een steeds grotere spanning onstaat tussen de per definitie inerte, starre gebouwde omgeving en de wensen van de samenleving.

Als dan ook nog de collectieve besluitvorming buitengewoon traag verloopt, de juridische procedures lang duren, de overheid in een steeds marginalere positie komt te verkeren en de hoogopgeleide burgers steeds meer mogelijkheden ontdekken om door hen ongewenst beleid te ontwijken en af te wentelen, dan wordt het beeld er niet rooskleuriger op .

Denken dat deze problemen opgelost worden met per definitie starre nationale plannen, met Grote Ontwerpen (die na enkele jaren alweer op de mestvaalt van de geschiedenis zullen belanden, want dat is het aardige van zich steeds vernieuwende kunst) is een misvatting .

Het zal ertoe leiden dat de ruimtelijke ordening de ene kant op gaat en de samenleving de andere kant, met marginalisering van de discipline als resultaat. De wisselwerking tussen ruimte en samenleving, want daar gaat het om, zal benaderd moeten worden met een veelheid aan verfijnde instrumenten, maar nochtans met de ambitie te sturen. Adequate wetgeving, een modern grondbeleid, consequente handhaving, versnelde doorwerking van het beleid en de inzet van instrumenten die de marktwerking beïnvloeden behoren tot het arsenaal.

Het stedenbouwkundig ontwerp speelt daarbij een essentiële rol, onder meer als communicatiemiddel bij het zoeken naar een draagvlak. Maar gestold in een nationaal plan met ook nog maatschappij hervormende ambities is de betekenis van een ontwerp nihil.

Verbeelding is prima, maar aan de macht gaat te ver .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden