Van der Kolk laat de melancholie tussen de regels door zweven

Fictie

Geert van der Kolk: Op drift geraakt

*****


De Kring; 400 pagina's; euro 19,95.

Geert van der Kolk: Telegram voor Mecánico

**


De Kring: 208 pagina's; euro 17,50.


Soms heb je dat - je leest een roman of een verhaal en als je het uit hebt, word je overvallen door een gevoel van mededogen voor de hele mensheid. Héél even, in een flits, zie je alles helder: dat iedereen ook maar met de beste bedoelingen probeert te leven, dat het altijd jammerlijk mislukt, en dat die gedeelde tragiek prachtig is.


Dat gevoel roepen de verhalen van zeezeiler en journalist Geert van der Kolk (1954) op. Het zijn recht-door-zee vertelde anekdotes over vreemdelingen en armoedzaaiers in Noord- of Zuid-Amerika en de (voormalige) Sovjet-Unie. Maar tussen de regels zoemt de melancholie, het verlies, in Op drift geraakt, een dikke 'best-of'-bundel met verhalen die tussen begin jaren tachtig en 2005 gepubliceerd zijn.


'Zomer in Alaska' verhaalt van seizoensarbeiders in de zalmfabrieken van Alaska, die aankomen als gelukszoekers die het verleden zijn vergeten, en vertrekken als bevroren zielen zonder toekomst. De miljoenen sterren aan de heldere hemel en de doodstille eilandjes van de archipel versterken dat gevoel van een eeuwig nu. De omgeving speelt een grote rol, in feite de hoofdrol. De schrijver vangt met één leven, één ontmoeting, het karakter van de plaats waar het zich afspeelt. De gebruikte postzegel aan het begin van elk verhaal die de locatie aanduidt, is dan ook een slimme vondst.


In 'De bokser' reist een blanke ik-verteller naar een zwarte buurt van Washington, we zijn in de jaren tachtig, voor zijn eerste bokswedstrijd. Hij is de enige blanke in de volle bus en niemand wil naast hem zitten. De boksschool is aftands en te klein, Van der Kolk kiest het liefst een vervallen decor. De verteller krijgt een harde stoot op zijn oog. Het wordt even zwart in zijn hoofd, net als de huid rondom zijn oog. Blanke wordt zwart. Subtiele transformatie.


Van der Kolk beschrijft zijn personages altijd van een afstandje, hun gedachten gaat hij niet binnen. Daarom moet hij het ook hebben van veel dialoog, en van de beschrijving van de omgeving. Niet veel schrijvers kunnen daar zoveel suggestieve kracht aan geven. Van der Kolk heeft geen metaforen nodig, geen lange zinnen, zijn stijl is uitgebeend, bijna spreektaal. Hij laat een personage iets te opgelucht 'Hè gezellig' zeggen, terwijl op de achtergrond een protest uitbreekt.


In de nieuwe roman die tegelijkertijd is verschenen, Telegram voor Mecánico, probeert hij zijn personage wel dichter op de huid te zitten. Dat past hem niet, want het is een vlak verhaal. Een monteur in de Dominicaanse Republiek krijgt bericht dat zijn vader op sterven ligt, terwijl die al dertig jaar dood zou zijn, verdronken op zee toen de zoon 7 jaar was. Mecánico reist af naar de binnenlanden waar zijn vader zich zou moeten bevinden, niet zozeer omdat hij zijn vader wil zien, maar omdat hij zo kans maakt op een uitkering van een levensverzekering. Na een lange reis door de bergen met geheimzinnige ontmoetingen (ieder boek met die setting is schatplichtig aan García Márquez) heeft hij een ontluisterende ervaring.


Van der Kolk moet maar weer snel een verhalenbundel schrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.