Van der G. is stroef in de rechtszaal. Maar: 'Ik doe mijn best'

Voor Volkert van der G. dreigt opnieuw opsluiting in een cel. Dit keer niet wegens moord maar voor het geven van te summiere antwoorden bij verplichte gesprekken met de reclassering. Maar: 'Ik doe mijn best.'

De rechtbank in Amsterdam hoorde maandag de 'pleitnota' van Van der G., die niet terug de cel in wil. Beeld Aurélie Geurts

'De gesprekken met de reclassering hebben het karakter van een politieverhoor. En dan klap ik dicht.' Volkert van der G. (47) - een tengere verschijning - zit maandag in de Amsterdamse rechtbank. Uit zijn grote rugzak heeft hij een dikke stapel met papieren gehaald. Het is zijn dossier, hiermee wil hij vandaag zijn gelijk bewijzen. Zijn 'pleitnota' heeft hij uitgeschreven op tien A4'tjes, die hij uitdeelt aan de drie rechters.

Want, stelt hij, het verhaal dat het Openbaar Ministerie over hem ophoudt, is 'leugenachtig'. Sterker nog: hij heeft het gevoel dat justitie alles op alles zet om hem te laten struikelen, terug te sturen naar de gevangenis. 'Ze zoeken een stok om mee te slaan.' Hij is geen makkelijke prater, erkent Van der G. En dat wordt - in zijn ogen - nu tegen hem gebruikt. 'Ik doe mijn best er wat van te maken tijdens de gesprekken, maar meer dan mijn best doen kan ik niet', bepleit hij.

De vraag waar deze opmerkelijke zitting om draait: moet de moordenaar van Pim Fortuyn, die in mei 2014 onder voorwaarden vrijkwam, opnieuw de gevangenis in? Ditmaal niet vanwege moord, maar vanwege het geven van te summiere antwoorden.

'Standaardantwoorden'

Zo antwoordde Van der G. op de vraag van de reclasseringwerkers over zijn vakantiebestemming, dat hij 'naar het buitenland wilde, ergens in Europa'. Na zijn vakantie werd hem gevraagd of hij naar een camping was geweest of een accommodatie had geboekt. Hij beperkte zijn antwoord tot: 'Het was geen camping'. Toen de reclasseringsbegeleider vervolgens vroeg waar hij allemaal was geweest, antwoordde hij: 'Op zeer veel verschillende plaatsen. Te veel om op te noemen'.

'Hij is één weekje op vakantie geweest', zei de officier maandag. 'Van der G. geeft standaardantwoorden, antwoorden die niet aansluiten bij de gestelde vraag of hij lokt een discussie uit die de aandacht afleidt van de vragen. Als hem gevraagd wordt wat hij afgelopen weken deed, antwoordt hij dat hij 'bezig was met bepaalde taken, met studeren'.

Dat antwoord geeft hij ook als hem gevraagd wordt naar wat hem bezighoudt, of wat zijn plannen zijn.' Wat het OM betreft is het nu genoeg geweest en moet de man die in mei 2002 de LPF-leider doodschoot terug de gevangenis in. Ditmaal voor een jaar. 'Door zijn houding belet hij de reclassering om toezicht te houden op zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling, hij denkt ten onrechte dat hij al een vrij man is.'

Stroef karakter

Van der G. ziet het anders. Het bevreemdt hem zelfs dat justitie hem terug de gevangenis in wil hebben. Want zijn gedrag is altijd hetzelfde geweest, stelt hij. Sterker nog: voorafgaand aan zijn vrijlating oordeelden gedragsdeskundigen in een rapport dat hij een stroef karakter heeft, oppervlakkig blijft in contacten en zich niet makkelijk laat kennen.

'Hij zal sober meewerken met het toezicht', voorspelden deze deskundigen van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie.

Zijn gedrag werd lange tijd geaccepteerd, voegt zijn advocaat Willem Jebbink toe. 'In 2015 heeft een advocaat-generaal van het OM nog gezegd dat hij zijn ziel en zaligheid echt niet op tafel hoefde te leggen bij de reclassering.'

Hij heeft zelfs een brief van een manager van de reclassering waarin staat dat Van der G. zijn meldplicht nakomt als hij alleen 'hallo en aju' zegt. 'En ook Ard van der Steur, de minister van Veiligheid en Justitie, heeft vorig jaar in een brief aan de Kamer geschreven dat Van der G. zich aan de voorwaarden hield.'

Wat de advocaat betreft heeft een uitzending van het tv-programma Brandpunt Reporter een kanteling veroorzaakt, sindsdien zijn de verhoudingen verhard. Aanvankelijk bleef het rustig na de vrijlating van Van der G. in 2014.

De gevreesde maatschappelijke ophef bleef uit. Maar in september 2015 zond Brandpunt Reporter een reportage uit waarvoor Van der G. door een kennis met verborgen camera's was gefilmd. Op die beelden vertelt Van der G. dat zijn toenmalige advocaat een foto in De Telegraaf had geënsceneerd om een jacht op het eerste beeld van de moordenaar van Pim Fortuyn te voorkomen. Een woordvoerder van de reclassering zei in het programma dat hij daarmee zijn mediaverbod had geschonden.

Tekening van Volkert van der G. in de rechtbank van Amsterdam, met rechts advocaat Willem Jebbink en links Officier van Justitie Robben. Beeld ANP/Aloys Oosterwijk

Van der Steur

Dat bleek echter niet het hele verhaal. Het ministerie van Veiligheid en Justitie had namelijk zelf aangedrongen op de geënsceneerde foto. Alleen wist de woordvoerder dat niet, en ook minister Van der Steur lichtte de Kamer naar aanleiding van de Brandpunt Reporter verkeerd in. Van der Steur moest dat korte tijd later erkennen. Maar hij schreef de Kamer na de ophef wel dat Van der G. nieuwe psychologische begeleiding zou krijgen.

Tot ergernis van Van der G. Zijn traject bij een psychiater was allang afgerond, en de minister wekte hiermee ten onrechte het beeld dat er psychisch iets mis met hem was. Bovendien was zijn vertrouwen in de reclassering na de verkeerde uitspraken van de woordvoerder helemaal verdwenen - hij deed aangifte wegens smaad, laster en schending van de geheimhoudingsplicht.

'Onveilig contact'

'Ik ervaar het contact als onveilig. Ik heb totaal geen vertrouwen in de reclassering', aldus Van der G. dinsdag Zo weinig zelfs dat hij in augustus korte tijd alleen nog antwoorden via het beeldscherm van zijn laptop wilde geven. Hij tikte ze in, en weigerde de antwoorden uit te spreken omdat hij niet wilde dat ze opgenomen werden op de bandopname die zijn begeleiders maakten. Uit angst dat deze ooit op straat zouden komen te liggen.

'Maar na overleg met mijn advocaat ben ik daarmee gestopt', zegt Van der G. maandag tegen de rechters. Wat hem betreft heeft hij zich laatste maanden coöperatiever opgesteld, hij zou zelfs meer informatie hebben verstrekt dan ooit tevoren. 'Sinds augustus heeft de reclassering mij, verspreid over vijf contactmomenten, welgeteld 312 vragen gesteld. Als u de gespreksverslagen beziet, heb ik alle vragen beantwoord. En niet alleen met ja of nee. 78 vragen per keer. De suggestie dat ze minder zicht op mij hebben is mijn inziens dus feitelijk onjuist.'

Over twee weken doet de rechter uitspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.