Van de wereld, voor de wereld

Het jubilerende British Museum in Londen, begonnen met mummies, antieke vazen en kunstnijverheid van 'edele wilden', doet verwoede pogingen het al te Britse en conservatieve imago van zich af te schudden....

Het British Museum heeft in een kwart millennium zes miljoen objecten verzameld. Daarvan zijn er maar 75 duizend geëxposeerd. Ogenschijnlijk hoeft niets het museum te weerhouden ten minste een handvol kunstvoorwerpen en antiquiteiten die de Britse overheersers tijdens de hoogtijdagen van het imperium plunderden, terug te geven.

Maar het museum dat komende zaterdag zijn 250-jarig bestaan viert, sjoemelt niet met principes. Het staat ferm op het standpunt dat er geen potscherfje of prent - laat staan een topattractie als de Elgin Marbles - zal worden teruggegeven. Om geen precedent te scheppen verklaarden achttien andere grote musea in de wereld zich eind vorig jaar solidair.

Niettemin schaaft het British Museum naarstig aan zijn traditionele imago als een bolwerk van conservatisme, oubolligheid en Britishness. 'Wij zijn een museum van de wereld voor de wereld', zegt directeur communicatie Andrew Hamilton.

Landen, instellingen en mensen die denken meer recht te hebben op sommige in het British Museum tentoongestelde voorwerpen, kunnen zich echter de moeite van een reis naar Londen besparen. Hamilton doet heel luchtig over alle claims die dagelijks de kranten halen. 'Uiteraard zijn er veel actiegroepen actief. Maar eigenlijk is er maar één officieel verzoek voor teruggave: dat van de Griekse regering voor de Elgin Marbles.'

Ondanks hun formele verzoek en de politiek druk hebben de Grieken de hoop op teruggave overigens ook al lang opgegeven. Ze hopen alleen nog stilletjes dat het British Museum deze kunstvoorwerpen wil uitlenen in het kader van de volgend jaar te houden Olympische Spelen. Maar de kans daarop wordt steeds kleiner. Niet alleen houdt het British Museum voet bij stuk dat deze kunstvoorwerpen niet in de vaste collectie kunnen worden gemist, ook lijkt het er steeds meer op dat het nieuwe museum in Athene dat hiervoor nog moet worden gebouwd, niet tijdig klaar zal zijn.

Het British Museum zal een zucht van verlichting slaken. Misschien zullen ook de vele bezoekers die deze antiquiteiten willen zien, er evenmin rouwig om zijn. Het British Museum is gratis toegankelijk, en is ondanks vijf miljoen bezoekers per jaar een oase van rust. Het museum is zo groot dat de mensen door de ruimte lijken te worden geabsorbeerd. Wie als kunstliefhebber heeft moeten dringen in de Sixtijnse kapel, voor de Mona Lisa of bij een van de in Londen zelf gehypte 'speciale' exposities - bijvoorbeeld de Titiaan in de National Gallery, de Picasso-Matisse in de Tate, de Art Deco in de V & A - moet zich in dit museum in een El Dorado wanen.

Een bezoek aan het British Museum is misschien minder 'cool', maar hier kan men nog wel even wegdromen met het idee dat het kunstobject een persoonlijk bezit is. Het is soms zelfs mogelijk een kwartiertje helemaal alleen de hiërogliefen op de Steen van Rosetta te ontcijferen, de Portland Vaas te bewonderen of de Elgin Marbles van alle kanten te bekijken en zelf een oordeel te geven of scherf 331 van de friezen die ooit het Parthenon sierden een linker- of rechterarm is.

Het British Museum heeft de grootste collectie Egyptische, Griekse en Romeinse kunst. Maar het is niet alleen oorlogsbuit uit vreemde landen, soms werd er ook in eigen land geplunderd. Onlangs eiste een pressiegroep uit Newcastle een middeleeuwse bijbel op die Engelse roofridders duizend jaar geleden uit het noorden van Engeland hadden meegenomen. Nu Newcastle/Gateshead met de Baltic Gallery een eigen topmuseum heeft, zouden ze ook graag uit de collectie van het British Museum willen putten.

Maar het British Museum vindt dat niet alleen de Engelsen maar ook de rest van de wereld naar de Londense wijk Bloomsbury moet komen om de voorwerpen uit de eigen achtertuin te zien. 'Er zijn argumenten voor en tegen teruggave. De nieuwe directeur Neil MacGregor zegt echter dat er niets wordt uitgeleend. Daar zijn de trustees van het museum het mee eens. De discussie is daarmee irrelevant geworden', zegt adjunct-hoofdredacteur Donald Lee van The Art Newspaper in Londen.

Dat zoveel kunstobjecten hier in Londen terecht zijn gekomen is in één opzicht toeval. Oprichter Hans Sloane, die in 1753 overleed, had in zijn testament bepaald dat zijn verzameling van 79 duizend voorwerpen - niet meegeteld zijn boekencollectie en de planten van zijn herbarium - zou moeten worden aangeboden aan de toenmalige Britse koning George II voor een nieuw nationaal museum. De koning kreeg een optie van twee maanden om tegen betaling van twintigduizend pond dit aanbod te aanvaarden. In het andere geval zou de collectie aan de Royal Academies van Parijs, Madrid, Berlijn en St. Petersburg worden aangeboden.

Een aarzelende regering en een twijfelende koning konden met moeite over de streep worden getrokken. In juni 1753 tekende koning George II de museumwet, waarin tevens werd bepaald dat de collectie gratis toegankelijk moest zijn voor alle leergierige of nieuwsgierige mensen. Hiermee werd het British Museum het eerste nationale en openbare museum ter wereld.

Nadat aanvankelijk was gekeken naar het Westminster Palace (de huidige Houses of Parliament) en Buckingham House (het huidige paleis van de Britse vorstin), werd uiteindelijk een passend onderkomen gevonden in Sloane's eigen woonwijk Bloomsbury: het Montagu House.

De verzameling breidde zich al snel uit. In 1756 arriveerde de eerste Egyptische mummie in Bloomsbury, een jaar later droeg koning

George II de Koninklijke Bibliotheek (twaalfduizend werken) over aan het museum. Kapitein Cook nam van zijn ontdekkingsreizen een grote hoeveelheid kunstnijverheid van 'edele wilden' mee, evenals een indrukwekkende collectie planten en dieren, waaronder de eerste kangoeroe die in Europa te zien was.

De omstreden Elgin Marbles werden in 1816 eigendom van het museum. Lord Elgin, in 1799 benoemd tot ambassadeur in Constantinopel, was naar eigen zeggen zo geschokt door de vernieling van klassieke oudheden in het toenmalige Griekenland dat hij een expeditie van bouwkundigen en kunstenaars uitzond met de opdracht 'elke steen met afbeeldingen van figuren weg te halen'. Onder leiding van een Italiaanse architect werd daarna het Parthenon op de Acropolis gestript van de friezen.

Elgin verkocht de beelden voor 35 duizend pond - 'nog niet de helft van de kosten die hij had gemaakt', zo stelde hij vast - aan het British Museum. Maar het land stond niet te juichen. In kranten verschenen cartoons van John Bull die stenen kocht in plaats van brood voor de noodlijdende bevolking. Een andere cartoon uit 1819 laat dansende curatoren van het museum zien in afwachting van een neergeschoten ijsbeer, een ton met rode sneeuw en wormen die uit de darmen kruipen van een zeehond. Gekocht door het British Museum van een poolexpeditie.

Niet alleen cartoonisten, ook het dagblad The Times stelde vraagtekens bij deze 'verspilling van overheidsgeld'. Nog in 1833 stelde een parlementslid dat het jaarlijkse budget voor het British Museum beter zou kunnen worden besteed aan hulp voor hongerende wevers. Hij sprak meteen - op dat moment niet ten onrechte - het vermoeden uit dat het museum slechts was bedoeld om het establishment in staat te stellen elkaar aan mooie baantjes te helpen.

De kritiek weerhield het museum er niet van nieuwe voorwerpen te kopen, nieuwe vleugels te bouwen om dat alles weer te kunnen bergen en nieuw personeel aan te trekken om het te conserveren en bewaken. Wel werd in 1824 besloten voor de olieverfschilderijen een apart museum in te richten, omdat 'Rafaels niet in dezelfde ruimte horen met dieren en fossielen'.

De aderlating deed aan de populariteit geen afbreuk. Op paasmaandag 1837 trok het museum meer dan 23 duizend bezoekers die vooral oog hadden voor de opgezette vogels, de oude Mexicaanse en Peruaanse voorwerpen en de Magna Carta.

De strooptocht van de Britten in de nieuwe koloniën was op dat moment nog maar net begonnen. In het voetspoor van militairen en archeologen sloegen reizigers, missionarissen en ambtenaren hun slag in het uitdijende imperium. In de decennia daarop zouden oudheidkundigen tussen Rome en Ninivé zoveel tempels ontmantelen en antiquiteiten weghalen dat de bouw van een nieuw en veel groter museum in Bloomsbury noodzakelijk werd. Het nieuwe, huidige onderkomen, nog altijd het grootste neo-classicistische bouwwerk in Groot-Brittannië, werd in 1848 geopend. In 1857 verrees op de binnenplaats de nieuwe Reading Room, waar later onder anderen Karl Marx (dertig jaar lang elke dag), Lenin, G.B. Shaw en Rudyard Kipling veelvuldig zouden komen.

In 1880 moest de collectie uiteindelijk toch worden opgebroken. De dieren- en plantenspecima werden ondergebracht in het nieuwe Natural History Museum. De opengevallen ruimte werd gebruikt om nieuwe en vooral oosterse kunst te herbergen. In 1970 verhuisde de collectie etnografie naar het Museum of Mankind. Nog later werd de boekencollectie ondergebracht in een nieuwe British Library.

Het British Museum afficheert zich desondanks nog altijd als het 'greatest' museum in de wereld. Terwijl andere musea in de jaren zeventig en tachtig moesten bezuinigen, verdubbelde in Bloomsbury het aantal curatoren en leek het aankoopbudget onuitputtelijk. Velen vermoedden dat de nauwe banden van het museum met het hart van het establishment - de Lord Chancellor, de aartsbisschip van Canterbury en de Speaker of The House behoorden tot de trustees - het museum onaantastbaar maakte.

Maar de laatste jaren heeft ook het British Museum het woord crisis leren kennen. De verscherpte concurrentie van nieuwe musea en andere toeristische trekpleisters in Londen heeft het British Museum wakker geschud. Het aantal bezoekers dat nog niet zo lang geleden werd begroot op zeven miljoen is bij vijf miljoen blijven steken. De bouw van een nieuw studiecentrum moest op de lange baan worden geschoven, en vorig jaar vonden zelfs ontslagen plaats. Bezoekers vinden vaak minder populaire galerieën tijdelijk gesloten wegens personeelsgebrek. Eind vorige maand beschuldigde een art-director in The Guardian de curatoren van het British Museum er zelfs van niet meer het verschil tussen de linker- en rechterarm van een Grieks beeld te kennen.

'Maar het zou te gek zijn om te zeggen dat het slecht zou gaan', vindt Donald Lee van The Art Newspaper. 'De daling van de bezoekerscijfers heeft ook te maken met de mond- en klauwzeerepidemie en het terrorisme waardoor de Amerikaanse toeristen wegblijven. Norman Fosters Great Court, met zijn nieuwe Reading Room, is een enorm succes. En ook het British Museum heeft zijn succesvolle speciale exposities gehad.'

Lee vindt het ook geen probleem dat het British Museum niet al zijn bezittingen tentoonstelt. 'De taak van een museum is ook voorwerpen te bewaren en te conserveren voor toekomstige generaties. Daarnaast wil je als museum de exposities ook af en toe wel eens kunnen wisselen.'

Woordvoerder Hamilton vindt dat men zich niet moet blindstaren op zes miljoen voorwerpen. 'Dat getal is nietszeggend. Daar horen twee miljoen prenten en tekeningen toe. Iedereen die het wil, mag ze hier komen zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden