Van de Poolse student en het zomerkoninkje

‘Plukkers gezocht’ staat er op de affiche die een aardbeienteler heeft opgehangen in het faculteitsgebouw van de universiteit waar ik les geef in het Poolse Lublin....

Waarom Nederland de voorkeur geniet boven Polen is niet moeilijk te raden: in het buitenland wordt voor een vakantiebaantje veel beter betaald.

Dat Poolse studenten werk over de grens zoeken is niet nieuw. Tot voor enkele jaren waren vooral de Verenigde Staten populair. Maar sinds Polen lid is geworden van de Europese Unie blijven de meesten dichter bij huis. Over werkvergunningen hoeven ze zich weinig zorgen te maken. In ongeveer de helft van de oude lidstaten hebben de nieuwkomers vrije toegang tot de arbeidsmarkt. In landen waar dat nog niet het geval is, zoals Nederland, worden voor seizoenarbeiders gemakkelijk uitzonderingen toegestaan.

Dat niet alleen Poolse studenten worden aangetrokken door de West-Europese lonen, blijkt uit de stroom werknemers die de oude lidstaten sinds de uitbreiding te verwerken krijgen. Vooral de landen die reeds op 1 mei 2004 hun arbeidsmarkt openstelden, blijken goed in de markt te liggen. In Groot-Brittannië wordt het aantal Polen op 200 duizend geschat. In het al even gastvrije Ierland maken ze amper twee jaar na de Poolse toetreding tot de Europese Unie al bijna 3 procent van de bevolking uit. Alleen in Zweden blijft de immigratie binnen de perken.

De kritiek dat de werknemers van de rijke lidstaten voor de openstelling van hun arbeidsmarkt een hoge tol betalen, werd enkele maanden geleden door de Europese Commissie tegengesproken. De Britten, Ieren en Zweden zouden zelfs beter zijn geworden van de toevloed van goedkope arbeidskrachten. Rest alleen de vraag of hetzelfde kan worden gezegd van de landen van herkomst.

De Polen die in het buitenland hun brood verdienen zul je niet horen klagen. De Poolse regering evenmin. De voorbije maanden voerde die een felle campagne voor de volledige openstelling van de Europese arbeidsmarkt. Dat een heleboel rijke lidstaten, waaronder Nederland, voorlopig het been stijf houden, kan in Warschau op weinig begrip rekenen.

De ontgoochelde reactie van de Poolse regering heeft natuurlijk te maken met het grote aantal Polen in het buitenland. West-Europa telt veel meer immigranten uit Polen dan uit de negen andere nieuwe lidstaten samen, een verschijnsel dat zowel op rekening van economische factoren – geen enkele lidstaat is armer – als van traditie kan worden geschreven. Al in de negentiende eeuw stuurde Polen massaal zijn zonen en dochters uit, getuige Frederic Chopin en Marie Curie.

Bovendien kan niemand ontkennen dat aan de massale exodus voordelen verbonden zijn. Een aanzienlijk deel van het in het buitenland verdiende geld wordt in Polen uitgegeven. Ook de recente daling van de werkloosheidscijfers is voor een groot deel te danken aan de emigratie.

Maar er zit een keerzijde aan de medaille. In tegenstelling tot de laaggeschoolde zwartwerkers uit het verleden heeft de nieuwe generatie emigranten vaak een diploma hoger onderwijs op zak. ‘Drie jaar geleden had ik maar een paar studenten die naar het buitenland wilden’, vertelde een professor van de Economische Hogeschool van Warschau vorige week aan de Gazeta Wyborcza. ‘Vandaag de dag heb ik maar een paar studenten die thuis willen blijven.’

Heel veel moeite hoeven die gediplomeerden niet te doen om een geschikte baan te vinden. In de meeste oude lidstaten dreigt door de vergrijzing een tekort aan specialisten. Hooggeschoolde Polen zijn er meer dan welkom.

Hoe duur die brain drain Polen kan komen te staan, bewijst de situatie in de gezondheidsszorg. Sinds ze in sommige oude lidstaten aan de slag kunnen, zijn veel geneesheren hun geluk in het buitenland gaan zoeken. Kwalijk kan je het hen moeilijk nemen. Artsen die per maand 500 euro verdienen, vormen in Polen geen uitzondering. Maar voor de zieken die door het nijpende tekort aan specialisten extra lang op een behandeling moeten wachten, is de West-Europese ‘gastvrijheid’ een vergiftigd geschenk.

De kans is groot dat na vanavond niet alleen de Poolse zieken er zo over denken. Tijdens hun groepswedstrijd voor de wereldbeker tegen Duitsland zullen de Poolse verdedigers vooral moeten uitkijken voor het in Polen geboren aanvalsduo Miroslav Klose en Lukas Podolski. Dat ‘Miro’ en ‘Poldi’ op het veld Pools met elkaar spreken, zal een magere troost zijn als het hen lukt hun vroegere landgenoten met enkele geslaagde combinaties een nederlaag toe te brengen.

Jan Hunin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden