Van de Kosovaarse regen in de drup

De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof dat de afscheiding van Kosovo niet illegaal was, zal in Washington en Brussel met een zucht van verlichting zijn begroet.

Thomas von der Dunk

Want als Servië gelijk had gekregen, zat men daar met een groot probleem: zich altijd beroepend op de internati­onale rechtsor­de om niet-westerse landen - van Noordkorea tot Iran - te geselen, had dit zich dan als een boemerang tegen henzelf gekeerd.

Tegelijk zou men in de praktijk niet terug hebben gekund: nog afgezien van het enorme gezichtsverlies, de feiten op de grond spreken voor zich. Sinds Kosovo door de NAVO-interventie van 1999 uit de klauwen van Belgrado is bevrijd, kan Servië Kosovo alleen nog met geweld terug­krij­gen.

Negen jaar lang is vergeefs geprobeerd om Kosovo te laten instemmen met een autonome status bínnen Servië. Voor de Kosova­ren was dat na alles wat er gebeurd was, onaanvaard­baar - en dat kon ook de NAVO al in 1999 weten. Alleen heeft de NAVO dat toen tegen beter weten in genegeerd.

Erkenning
Fei­telijk is Kosovo zo sinds 1999 onherroepelijk los van Servië, zoals de Kosovaren zelf toen meteen wèl beseften - de vraag was slechts, hoe lang de formele erkenning door de buitenwereld van die feitelijk­heid op zich zou laten wachten.

In puur juridisch opzicht is het vonnis niet overal even overtuigend, en het Hof heeft zich in menige bocht gewrongen om de uitkomst op de grond te legitime­ren. Alleen: het is nu eenmaal de uitkomst op de grond die in de praktijk doorslaggevend is, en daar legt het zich bij neer.

Heel veel Europese staten zijn volgens de toenmalige normen illegaal, door een opstand tegen het wettig gezag, ontstaan: dat geldt voor Grieken­land contra de Ottomanen in 1821, voor de Tsjechen en Polen contra de Habsburgers en de tsaren in 1918, voor de Belgen in 1830 tegen Neder­land - en ook voor de Nederlan­ders zelf tegen de Spanjaarden ruim vier eeuwen terug.
Alle­maal illegaal separatisme, maar omdat de legale macht de opstandelingen niet wist te overwinnen, ontstond een duurzame onafhan­kelijke staat.

Koning Willem I had negen jaar nodig om het feit van het verlies van België te erkennen - de Spaanse koning kostte dat bij Nederland na de Acte van Verlatinge liefst zevenenzestig. Wat dat betreft breekt Servië met haar weigering de feiten onder ogen te zien nu nog lang geen duurrecord.

Wakker
Het Internationale Hof heeft de consequenties van zijn uitspraak voor de rest van de wereld zoveel mogelijk trachten te beperken om geen slapende honden wakker te maken - even begrijpelijk als vergeefs. Het vonnis werd direct door opstandige geesten elders als legiti­matie van hún separatisme aangegrepen onder het motto: wij worden even erg onderdrukt.

Vandaar dat men in Spanje - met z'n Catalanen en Basken - niet bijzon­der enthousiast zal zijn. Moskou veroordeelt het vonnis, maar is wel zo oppor­tunistisch om de Abchazen en Osseten, die het als politiek wapen tegen Georgië aangrijpen, niet tot de orde te roepen, want de vijand van mijn vijand is mijn vriend.

En de Bosnische Serviërs zien er een argument in om, op basis van hún zelfbeschikkingsrecht, het door hen gehate Bosnië te mogen verlaten en zich bij het geliefde Servië te kunnen aanslui­ten.

In dat opzicht zal de westerse zucht van verlichting over de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof toch beperkt (moe­ten) zijn: wat nu in het ene geval - Kosovo - even geholpen heeft, werkt in het volgende de eigen politiek juist tegen. Het meest actuele en dus urgente probleem mag even van tafel zijn, daarvoor keert op iets langere termijn weer een ander zeurprobleem terug.

Brandjes
Het Westen is namelijk niet consequent, en kán dat - als gevolg van een voort­durende ad hoc-politiek om eerst de ergste brandjes te blussen alvo­rens met lange-termijnoplossingen te komen - ook niet zijn. Wat in het ene geval haalbaar is, is het in het andere geval niet.

Daarom werd de afsplit­sing van Kosovo in 2008 toch uiteindelijk als de minst beroerde optie geaccepteerd, en houdt men bij Bosnië nog aan het Dayton-accoord vast, dat een Servische afsplitsing verbiedt.

In Servië zelf blijft dit onontkoombare meten met twee maten vast niet onopgemerkt. Het heeft in ieder geval al aangekondigd onder geen beding te capituleren - niet bepaald de gematigde reactie waarop de EU had gehoopt, maar tegelijk ook niet echt een onverwachte reactie.

ls wel vaker lopen de wenselijkheid volgens Brussel en de werkelijkheid op de Balkan uiteen. Brussel poogt Servië nu met het toetredingsproces onder druk te zetten: als het er ooit bij wil, moet het zich anders gedragen, bij obstructie gaat de aanvraag de ijskast in: het verhaal van wortel en stok.
Inderdaad is het onacceptabel dat Servië lid wordt als het weigert een andere kandidaat-lidstaat te erkennen; in dat opzicht is met Cyprus en Turkije enig leergeld betaald. De Servische regering lijkt vooralsnog - en ook dat komt niet onverwacht - niet te (kunnen) buigen: daarvoor zijn de nationalistische sentimenten in eigen land te sterk.

Toetreding
Dat is misschien een blessing in disguise. Want wat, als Servië nu wel de wortel aanpakt, en over Kosovo zwijgt? Dan zou Europa, conform die wortel, serieus over toetreding moeten gaan praten - en kan het land wel werkelijk op afzienbare termijn aan de eisen voldoet? Denk aa Bulgarije en Roemenië. Op papier oogt het prachtig, de praktijk is weerbarstig.

Dat, op zijn beurt, heeft weer de onvrede in het oude Europa over het uitbreidingsproces versterkt. Dat is het moeilijke dilemma voor Brussel: zulke beloftes om vrede op de Balkan te bereiken ondermij­nen, indien succesvol, de interne Europese coherentie en de electorale vrede thuis.

Door omstandigheden is deze column enkele dagen later geplaatst dan de bedoeling was. Red.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden