Van Congo naar Osdorp en terug

Tropenartsen zijn jong, idealistisch en verdienen slecht. Na een uitzending komen de meesten terug om in Nederland carrière te maken....

Met bewondering praat Steven van de Vijver (30) over het optimisme en de levenslust van de doodzieke patiënten die hij tegenkwam in Baraka, in het oosten van Congo.

Negen maanden werkte hij er voor Artsen zonder Grenzen in een klein lokaal ziekenhuis. Elektriciteit en stromend water waren niet voorhanden. Veel baby’s stierven tijdens zware bevallingen omdat de lokale dokters geen gebruik wilden maken van een vacuümpomp. Een duivels apparaat, werd het genoemd. Van de Vijver moest hemel en aarde bewegen om duidelijk te maken dat het wél hielp. Dat betekende veel luisteren, begrijpen en uitleggen. ‘Als klein mannetje droomde ik er al van om wat te betekenen in ontwikkelingslanden. Binnenkort word ik zelf vader, maar dat weerhoudt me niet om over een paar jaar wéér naar de tropen te gaan.’

In april 2007 kwam Amsterdammer Van de Vijver terug naar Nederland. Over zijn ervaringen in Congo schreef hij het boek Afrika is besmettelijk, dat onlangs verscheen. Nu studeert hij voor huisarts, ‘want ik weet alles van opereren, maar niets van voetschimmeltjes’. In de huisartsenpraktijk in Amsterdam-Osdorp heeft de tropenarts dagelijks te maken met totaal andere gevallen dan in Baraka. ‘Ik merk dat mensen in Nederland steeds meer moeite hebben om te aanvaarden dat ze ziek zijn of ouder worden. Dan probeer ik me in te leven, maar dat is soms lastig.’

Toch zijn er ook overeenkomsten tussen Congo en Osdorp. ‘In Baraka moest ik vaak lachen om de ‘magische trekjes’ van mensen. Maar ook in Nederland kom ik dagelijks mensen tegen die geloven dat je bij griep een cocktail van thee en rum moet drinken, of dat je verkouden wordt als je buiten loopt op blote voeten.’

Jaarlijks studeren ruim dertig tropenartsen af aan de tropenopleiding in Amsterdam. Die opleiding duurt 2,5 jaar, na een afgeronde studie geneeskunde. Het eerste deel bestaat uit twee klinische stages van een jaar. Studenten specialiseren zich in bijvoorbeeld chirurgie of gynaecologie. Vervolgens zijn er tien studiedagen en daarna een cursus van drie maanden aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Net als Steven van de Vijver zijn de meeste artsen die voor korte tijd naar de tropen gaan relatief jong. Ze staan aan het begin van hun carrière. ‘Als ik zou wachten tot m’n veertigste, heb ik waarschijnlijk een huis en een hypotheek’, vertelt Van de Vijver. ‘De stap om dan nog weg te gaan, wordt wel heel groot.’

Ook Wout van der Meij is met zijn 27 jaar nog jong. Hij heeft zich op de tropenopleiding gespecialiseerd in verloskunde en chirurgie. In augustus gaat hij voor een jaar naar een plattelandsziekenhuis in Jamkhed, India. Het ziekenhuisje heeft vijftig bedden en wordt op dit moment afgebouwd. Tijdens zijn studie Geneeskunde ontdekte Van der Meij dat ‘de snijdende vakken’ hem het meest liggen. Daarom wil hij eenmaal terug in Nederland als specialisatie chirurgie gaan volgen. ‘Het is maar de vraag of ik daar dan toegelaten wordt. Hoe ouder je bent, hoe lastiger het is om chirurg te worden en de opleiding te mogen doen. En dan maakt het niet uit of je ervaring in de tropen hebt. Het kan zelfs tegen je werken.’

Met dat probleem kampen vrijwel alle jonge tropenartsen. Vrijwel alle studenten geneeskunde volgen na hun studie een opleidingsspecialisatie tot bijvoorbeeld huisarts, kinderarts of chirurg. Dat moet ook wel, want zonder zo’n specialisatie mag je in Nederland niet als praktiserend arts aan de slag. Ex-tropenartsen zijn gemiddeld een stuk ouder dan andere specialisten in opleiding, omdat ze al de tropenopleiding hebben gevolgd én uitgezonden zijn. Leeftijd speelt een belangrijke rol bij de toelating tot een specialisatie. Daarom besluit maar 2 procent van alle afgestudeerde geneeskundestudenten om tropenarts te worden. ‘Zonde’, vindt Barend Gerretsen, coördinator van de tropenopleiding.

Gerretsen – zelf jarenlang actief geweest als tropenarts – ziet een kwart van de studenten die beginnen aan de tropenopleiding alsnog afhaken, omdat ze toegelaten worden tot een specialisatie. ‘Die kans laten ze niet liggen, ook al kunnen ze hun droom om naar een ontwikkelingsland te gaan dan niet verwezenlijken.’

Volgens Gerretsen zijn de specialisatieopleidingen huiverig om voormalig tropenartsen toe te laten. ‘Die studenten zijn ouder, maar ook ‘eigenwijzer’ door wat ze hebben meegemaakt en dus minder kneedbaar in de opleiding.’

Toch weerhoudt dat Anouk Remmelzwaal (31) er niet van om binnenkort als tropenarts op missie te gaan voor de hulporganisatie ‘Dokters voor de Wereld’. ‘Je wordt niet rijk van de tropen, maar daar doe ik het ook niet voor.’

Over de tanende carrièreperspectieven als ze terug is in Nederland maakt Remmelzwaal zich nog niet druk. ‘Dat zie ik dan wel weer.’

Tijdens de tropenopleiding heeft ook Remmelzwaal – net als Wout van der Meij – zich op een expertise toegelegd. ‘Moeder- en kindzorg wordt steeds belangrijker in ontwikkelingslanden. Ik vind het geweldig om iets voor jonge kinderen én hun moeders te betekenen. Daarom wil ik ook later iets in de kindergeneeskunde blijven doen.’

Wout van der Meij gaat als vrijwilliger naar India, maar hij krijgt wel een vergoeding van 500 euro per maand van een Nederlands klooster, dat ook de kosten van de tropenopleiding (6.000 euro) voor hem heeft betaald.

De beloning voor een tropenarts is afhankelijk van de organisatie waardoor de arts wordt uitgezonden. Op de site van de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde (NVTG) staan vacatures voor tropenartsen in onder meer Tanzania, Sierra Leone, Peru en Sudan. Het salaris varieert van 250 tot 500 euro per maand. ‘Als tropenarts heb je idealen. Daarvoor moet je wel investeren in jezelf’, zegt Van der Meij.

Steven van de Vijver denkt er net zo over. Hij wil na Congo graag weer naar de tropen. Als hij de huisartsenopleiding heeft afgerond, ziet hij een toekomst voor zich in de sloppenwijken bij verstedelijkte gebieden in Afrika of Zuid-Amerika. ‘Steeds meer mensen trekken in ontwikkelingslanden van het platteland naar de stad. De hulp van tropenartsen is daar in de toekomst keihard nodig.’

Tot het zover is handelt Van de Vijver het huisartsenspreekuur in Amsterdam-Osdorp af. ‘In Osdorp kun je de wereld óók beter maken.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden