Van Ciske de Rat tot aardappeloproer

Een nieuwe fase van bedrijvigheid is aangebroken voor de Czaar Peterbuurt. Gouden jaren misschien wel. Hoe anders was het bestaan in de tijd van Ciske de Rat, het onhandelbare joch dat door een fataal toeval zijn moeder doodde....

Hollands glorie in de 17de eeuw. Heb je je altijd al afgevraagd waar zich dat nu afspeelde, die scheepsbouw en de handel, en altijd al willen weten waar het brandpunt was van die gouden tijd? Welnu, zegt Vincent Kompier, planoloog, buurtbewoner en parttime stadsgids: ‘Dat was hier.’ Hij wijst vanuit restaurant D’licious in het INIT-gebouw naar buiten, op de Van Gendthallen, oude fabriekshallen van Stork, die dateren van een latere bloeiperiode, de vorige eeuw.

Maar twee eeuwen eerder stond hier het enorme zeemagazijn van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), lange tijd het grootste gebouw van Amsterdam. Hier werd alles opgeslagen wat de schepen van de Compagnie vanuit de hele wereld aanvoerden en wat vervolgens weer naar elders werd verscheept.

Het zeemagazijn was het hoofdgebouw op Oostenburg, dat tussen 1660 en 1665 werd aangelegd, ‘aangeplempt in het IJ’ om alle verspreide VOC-activiteiten te concentreren op één plek. De stad werd uitgebreid tot in het IJ; de huidige spoorlijn en het KNSM-eiland en het Java-eiland moet je wegdenken. Waar nu de spoordijk ligt begon zo ongeveer het water waar de nieuwe schepen van de Compagnie de helling afgleden.

Meer dan 1300 mensen werkten in de hoogtijjaren van de Compagnie op het terrein, vertelt Kompier. Scheepsbouwers, timmerlieden, touwslagers, zeilmakers, smeden, mastenmakers, houtzagers op het blok, enzovoort. Over de hele lengte van het eiland, waar nu de Conradstraat is, liep de lijnbaan, waar touwen werden gedraaid. ‘Dit was het grootste pre-industriële complex van Europa’, aldus Kompier.

Nu staan er busjes en auto’s van hedendaagse werklieden en tientallen fietsen van gebruikers van het INIT-gebouw. Minder romantisch zo op het oog, maar volgens Kompier wel een teken dat er voor het Oostenburgereiland een nieuwe fase van bedrijvigheid is aangebroken. Een ander soort bedrijvigheid, dat wel, ‘creatieve bedrijvigheid’ zoals dat heet. Kompier: ‘Het wemelt hier nu van de ontwerpers, architecten, kunstenaars, theatermakers en journalisten. En je ziet ook dat er leuke winkels, cafés en restaurantjes komen, hier en in de Czaar Peterbuurt. De buurt bloeit op. In de Theaterfabriek komen wekelijks duizenden bezoekers.’

Dat is niet gek voor een buurt die twintig jaar geleden nog gold als een donkere uithoek van Amsterdam. Zelf weigerde Kompier vijftien jaar geleden nog een woning in de Czaar Peterbuurt: te klein, te donker, te armoedig, te ver weg van alles, vond hij. Maar een jaar geleden heeft hij een nieuwbouwappartement gekocht in het Funenpark, op honderd meter van de Czaar Peterbuurt, die door het park aan de achterkant ontsloten wordt.

We maken een wandeling door de buurt, langs de Van Gendthallen, langs het voormalige hoofdkantoor van Stork Werkspoor (nu de thuisbasis van het Werktheater), langs het voormalige hoofdkantoor van de VOC en daarna langs de Oosterspeeltuin, de oudste speeltuin van Amsterdam, de Czaar Peterbuurt in.

Met de VOC ging het goed tot 1790, toen de wereldeconomie inzakte. In 1795 ging de VOC failliet, het rijk nam de restjes over, wat niet hielp. Symbolisch: in 1822 stortte het voormalige zeemagazijn in. Maar het terrein bleef aantrekkelijk. In 1826 begon Paul van Vlissingen, een van de directeuren van de Amsterdamse Stoomboot Maatschappij, een fabriek die machines maakte voor de suikerindustrie. Het bedrijf floreerde en werd in 1840 koninklijk. In 1845 ging het ook weer schepen bouwen. De aanleg in 1874 van het spoor betekende het begin van het einde van de havengebonden activiteiten. Van Vlissingen begon in 1891 de Nederlandse fabriek van werktuig en spoormaterieel, als onderdeel van Stork in Twente. Dat werd later Werkspoor. In 1894 werden de Van Gendthallen gebouwd, haaks op het vroegere zeemagazijn.

Na de Tweede Wereldoorlog volgden nieuwe hoogtijjaren, vanwege de behoefte aan nieuwe machines in de wederopbouwperiode. In 1954 fuseerden Stork en Werkspoor. Het is ook het jaar dat de Ethiopische keizer Haile Selassie het bedrijf bezoekt (zie foto op pagina 7). Stork bouwt de grootste suikerfabriek ter wereld, in Iran in 1975, net voor de islamitische revolutie. Kompier: ‘Stork zat net als de VOC over de hele wereld.’

Maar rond 1995 is het dan toch definitief afgelopen met de industriële activiteiten op het terrein. Dan al hebben de eerste ‘creatievelingen’ zich in de buurt gevestigd, uit het alternatieve circuit vooral. Het voormalige Rijkskledingmagazijn in de Conradstraat wordt in de jaren tachtig gekraakt (en in 1988 ontruimd en gesloopt). Daar komen de nodige artistieke activiteiten uit voort. En in de jaren negentig vestigen zich architectenbureaus en bouwers van filmdecors op het eiland. ‘De film Ja Zuster, Nee Zuster is in een van de Van Gendthallen opgenomen.’ De Van Gendthallen zijn overigens maar ternauwernood van de sloop gered doordat buurtbewoners zich eind jaren negentig met succes inspanden om er een rijksmonument van te maken. Woningbouwvereniging Het Oosten heeft de hallen gekocht, over de bestemming is nog geen duidelijkheid.

Van de jaren tachtig herinnert Kompier zich vooral de donkerte, de verpaupering, de drugsoverlast en de prostitutie, in de buurt die in de jaren tachtig nog als uithoek gold. ‘Een hoog no future-gehalte. De Czaar Peterbuurt was altijd al een armoedige buurt. Met piepkleine huisjes in smalle, donkere straatjes. Ze zijn gebouwd rond 1880, ten tijde van de industriële revolutie, voor de arbeiders. Als je het raam aan de achterkant opendoet, kun je de achterburen bijna een hand geven, zo klein was de ruimte tussen de huizenblokken.’ Dat is nu nog goed te zien in de Blankenstraat, zo blijkt, maar verder wordt de buurt toch almaar meer ontsloten, er is gerenoveerd en er is gesaneerd, maar niet alles is tegen de grond gegooid.

Zo kon het gebeuren dat de Blankenstraat de perfecte locatie bleek voor de opnamen van de film Ciske de Rat. Kompier: ‘Hier is vermeden wat op Wittenburg en Kattenburg is gebeurd. Daar is in de jaren zestig alles afgebroken, onder invloed van de CPN, die vond dat de arbeiders recht hadden op fatsoenlijke woonruimte. Dat lukte, maar het heeft veel karakterloze nieuwbouw opgeleverd. De niet-woonactiviteiten zijn er verdwenen.’

De CPN was populair op de eilanden, niet zo gek gezien de armoede in het gebied. De uitzichtloosheid en een hongersnood leidden zelfs een keer tot een opstand; in 1917 kwamen zeventien personen om het leven tijdens het aardappeloproer, toen vrouwen uit de buurt naar de Prinsengracht togen omdat daar een schip met aardappels zou liggen.

De ontwikkeling van het Oostelijke havengebied en de opening van de Piet Heintunnel in 1995 zijn de redding geweest voor de buurt, denkt Kompier. ‘Sindsdien ligt de buurt niet meer aan de rand van de stad. Dit is een doorgangsgebied geworden, de fietsroute van het Oostelijk havengebied naar de stad. En de komst van de tram is ook goed geweest. Het aantal voorzieningen neemt hier nu toe. Omdat de nieuwbouw op de Oostelijke handelskade en de Piet Heinkade duur is, vestigen zich daar alleen de voorspelbare grote ketenbedrijven. Hier komen nu vooral de kleine startende bedrijfjes en de leukere horeca. En het aardige is: het verleden is niet helemaal weggevaagd.’ Kompier wijst op de voormalige bakkerij aan de Conradstraat, naast het INIT-terrein. ‘Die bakkerij was onderdeel van de Stelling van Amsterdam, net als het Rijkskledingmagazijn. Dit soort legeronderdelen lagen allemaal aan de rand van de stad, net als de cavaleriekazerne in de Sarphatistraat.’

Kompier voorspelt nieuwe gouden jaren voor de buurt, terwijl hij het ene na het andere atelier ontdekt in de dwarsstraatjes tussen de Czaar Peterstraat en de 1e Kraijenhoffstraat. ‘Het gaat helemaal de goede kant op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden