Van bierviltje tot Utrechtse Grand Départ

Elf jaar probeerde Utrecht de Tourstart binnen te halen. Journalist Jeroen Wielaert, bedenker én lobbyist, geeft inzicht in de campagne. Hoe een wild plan, dat nog bijna mislukte, werkelijkheid werd. 'Jopie bedankt!'

Het begon met een Tourstart in Groningen, die resulteerde in een initiatief, uitgewerkt op twee bierviltjes in een Utrechtse kroeg.


Er waren bar weinig Groningers geweest die geloofden dat het kon: de Tourstart onder de Martinitoren. Toch gebeurde het, begin mei 2002. In de aanloop naar die koers, op 5 januari, zei ik in het Utrechtse café De Vooghel tegen mijn kroegmaat Jan Fokkens, een joviale Limburger: 'Het zou toch wat zijn? De Giro in Groningen, maar dan de Tour naar Utrecht!'


We pakten er een paar bierviltjes bij en gingen aan de hoek van de omvangrijke stamtafel zitten. Met mijn ervaring als Tourvolger voor Veronica en de NOS was het niet moeilijk om te bedenken wat er nodig zou zijn aan hallen, hotels en infrastructuur. Viltje twee was voor de sponsoren. Daar kwam ten eerste Rabobank op te staan, met het hoofdkantoor tegenover de Jaarbeurs. Het duurde niet lang tot we tot deze conclusie kwamen: 'Het moet kunnen in Utrecht.'


Binnen een week was burgemeester Annie Brouwer het met ons eens, gesteund door wethouder Hans Spekman. Ze zouden de Brief aan Parijs schrijven. Het pionierswerk lieten ze aan de nieuwe stichting Tour sous le Dom, aangevoerd door Jan Hagen, de toenmalige voorzitter van hockeyclub Kampong. Naast Fokkens en ik kwamen de jonge notaris Piet de Quay en docent Frans Frank Ponten erbij.


Begin juli 2002 was de Tourstart in Luxemburg. In het Village Départ wurmde ik me met Ponten een weg naar Jean-Marie Leblanc om hem te spreken over de kandidatuur en hem enig materiaal over Utrecht te overhandigen. Het contact was kort. 'Kom later in het jaar maar eens terug,' zei de Tourbaas. Later, dat was de herfst, de winter. Dat leverde het inzicht op dat in die seizoenen het belangrijkste werk wordt gedaan.


Inmiddels had zich een binnenlandse concurrent gemeld: Rotterdam, met de voormalige burgemeester van Utrecht, Ivo Opstelten. Eind januari 2003 reikte Opstelten in het Rotterdamse stadhuis de Zilveren Camera voor het jaar 2002 uit aan Robin Utrecht, maker van de schokkende foto van de neergeschoten Pim Fortuyn. Ik was erbij voor het Radio 1 Journaal van de NOS.


Met de burgemeester liep ik langs de afbeelding van de dode politicus. 'Waarom heeft u zich na Utrecht gekandideerd voor de Tour?'


'Ach, dat kunnen wij beter,' zei Opstelten minzaam.


'U spreekt met de initiatiefnemer van Utrecht,' antwoordde ik.


'Ach, dat wist ik niet,' zei de burgervader. Direct vervolgde hij: 'Het enige voordeel dat ze daar hebben, is het hoofdkantoor van de Rabobank.'


Naast de kandidatuur van Rotterdam had Utrecht nog een ander probleem. Onder de bevolking was een gebrek aan geloof in het welslagen van het initiatief. 'Kunnen wij niet, is ons státsjie te klain voor,' sprak de Utrechtse volksmond. Er was ook twijfel onder ambtenaren. 'Megalomaan', luidde een oordeel. Toch schaarde het hoofd sportzaken Ary Hordijk zich achter de plannen.


De Utrechtse moraal kreeg een aanzienlijke opsteker toen Jan Janssen ambassadeur werd voor de stad - andermaal op initiatief van de stichting Tour sous le Dom. De eerste Nederlandse Tourwinnaar had bij het Franse BIC samen gereden met Tourbaas Leblanc. Ze waren bevriend gebleven tijdens de carrière van Leblanc, van renner naar journalist tot Tourdirecteur. Handig contact wel.


Zo waren er meer contacten en toenaderingen. Ook met Joop Atsma, de voorzitter van de KNWU en prominent CDA'er. Ik trof hem bij toeval op Terschelling, tijdens een paar uitwaaidagen in 2004. Gekleed in dikke truien bespraken we de inlandse concurrentiestrijd. Atsma zei niet zo blij te zijn met Rotterdam. Daarom kwam er een keuzecommissie van de wielerbond. De keus viel op Utrecht. Het werd door Atsma bekendgemaakt op 20 januari 2005, in een telefoongesprek met Brouwer. 'Jopie bedankt! Jopie bedankt!' galmde het door de burgemeesterskamer.


Incognito

Op 19 mei 2005 werd Jan Janssen 65. Leblanc paarde het verjaardagsbezoek aan een inspectie van Utrecht. Hij werd er incognito rondgereden door een paar ambtenaren, kreeg een rondleiding door het Spoorwegmuseum en ging met zijn vrouw op bezoek bij burgemeester Brouwer. Leblanc was opgemerkt door een paar studenten. Snel ging het gerucht: 'De Tourbaas is in de stad geweest.'


In de Tour van 2005 reed ik met kroegmaat Jan Fokkens naar de finish van de etappe naar Gerardmer, die was gewonnen door Pieter Weening. Terzijde van de perszaal troffen we Leblanc bij de traditionele borrel met zijn kernteam.


'Hoe vond u Utrecht?' vroeg ik.


'Ik was heel tevreden,' antwoordde Leblanc met een brede grijns, 'Als Den Bosch het kan (een Tourstart organiseren, red.) kan Utrecht het zeker.'


Zoiets hadden we in 2002 al zitten bedenken. Prettig om de bevestiging van de Tourbaas zelf te vernemen.


Op 13 januari 2006 treinde een grote Utrechtse delegatie naar Parijs. Met Jan Janssen ging ik vanuit Antwerpen vooruit. Burgemeester Brouwer had onder anderen de Utrechtse commissaris van de koningin Boele Staal bij zich. Leblanc ontving in een zaaltje van het toenmalige kantoor van de directie in Issy-les-Moulineaux. Er werd kip geserveerd, wijn gedronken. Brouwer overhandigde het bidboek van Utrecht. De sfeer was hartelijk.


Ivo Opstelten had ondertussen volkomen maling aan de bondscommissie. Op advies van oud-renner Teun van Vliet zette hij in op het bewerken van een nieuw contact: Christian Prudhomme, die in 2006 Leblanc zou opvolgen. Brouwer had op haar beurt een ontmoeting met Prudhomme in het Village Départ in Straatsburg, gegidst door Hennie Kuiper, die andere prominente oud-coureur, werkzaam in de pr van Rabobank.


Utrecht kwam begin juli 2007 naar de Tourstart in Londen met een omvangrijk Business Peloton, een groeiend collectief uit het zakenleven. Burgemeester Brouwer moest verstek laten gaan wegens een knieblessure.


Opstelten maakte goed gebruik van de ruimte die hij kreeg. Hij trok graag op met zijn socialistische collega uit Londen: Ken Livingstone. Daarna zei hij tegen de Nederlandse pers: 'Je moet een thema hebben.' Er vonden in Londen nog een paar bilateraaltjes plaats. Rotterdam had een flinke voorsprong genomen.


De Marseillaise

Prudhomme werd in Nederland onthaald door verrassingen op hoogte. Hij vloog per helikopter boven Rotterdam, bewonderde het panorama van de haven en landde in de Kuip. In Utrecht verrasten ze hem met de Marseillaise die opklonk uit de Domtoren - een idee van mijn vrouw Loes. Het was op 27 november 2007. De Tourdirecteur kreeg bij een diner in het Museum van Speelklok tot Pierement een brief uitgereikt met regeringssteun voor Utrecht, ondertekend door premier Balkenende.


Dat was pijnlijk voor Rotterdam, maar daar wisten ze ook wat er in Londen was besproken.


Aleid Wolfsen werd in 2008 de nieuwe leidsman in Utrecht. Hij schaarde zich met wethouder Rinda den Besten onwennig maar enthousiast in de lobbygroep die naar het Grand Départ in Brest ging. De delegatie had in een Bretonse hotelkamer nader contact met één van de hoogste functionarissen van de Tour. Daar onststond de indruk dat het in orde was. Het vertrouwen groeide; het moest 2010 worden.


Op 20 november kwam het nare telefoontje. Het werd Rotterdam 2010. Tóch Rotterdam. De handtekening van Balkenende betekende niets. Weer zo'n leermoment: in Parijs laten ze zich niks zeggen door een buitenlandse premier.


Continuez! Continuez!

Op een stormachtige decemberdag volgde de officiële bekendmaking in het Rotterdamse Luxor-theater. Namens Utrecht waren ook Ary Hordijk en Jan Janssen erbij. Vooraf pakte Christian Prudhomme me bij de schouders en zei met grote nadruk: 'Continuez! Continuez!' In zijn toespraak voor een zaal vol blije Rotterdammers zei hij nooit de Marseillaise van de Dom te zullen vergeten.


In januari 2009 interviewde ik Prudhomme in Parijs voor een boek over Frankrijk en de Tour. Opnieuw viel me zijn jongensachtige enthousiasme op. In die geest verwoordde hij ook zijn onverminderde belangstelling voor Utrecht. Het was goed voor het herstel van het vertrouwen.


Een paar maanden later kwamen Prudhomme en zijn assistent Cyrille Tricart naar Utrecht om de banden weer aan te halen. Ik had een korte ontmoeting met hen op het station. De Tourdirecteur vertelde dat Utrecht moest denken aan een jaar na 2013. Een half uur later kreeg ik een sms-bericht van hem met het verzoek om hier vooral over te zwijgen. Ik stuurde de boodschap terug dat ik niet wist wie hij was.


Het kwam nu aan op het warm houden van de contacten en in het openbaar te blijven zwijgen, in het belang van het proces. Er was een soort herenakkoord dat Utrecht de aangewezen stad was voor een terugkeer van de Tour naar Nederland. Het moest alleen niet te lang duren. Wolfsen zei dat in april 2011 bij een nieuw bezoek uit Parijs.


Tijdens een diner in het Wilhelminaparkrestaurant vertelde hij Prudhomme dat Utrecht niet verder wilde gaan dan tot 2016. De lobby begon door zijn langdurigheid iets larmoyants te krijgen, maar de Tourdirectie was onder de indruk van de vasthoudendheid van Wolfsen c.s.


De bezoeken werden intenser, de plannen concreter. Daags na Luik-Bastenaken-Luik 2012 keek ik in een restaurant recht in het gezicht van Prudhomme. Hij zat aan tafel met onder anderen Thierry Gouvenou, de beoogde opvolger van wedstrijddirecteur Jean-François Pescheux, die zelf al in 2008 incognito op inspectie was geweest in de Domstad.


Het was een wonderlijke, veelbetekenende ervaring. Ik ging tegenover Prudhomme zitten. Tricart zei onder de indruk te zijn van de bouwactiviteiten in het centrum van Utrecht. Ze waren ook blij met de grote hoeveelheid jongeren die ze steeds weer tegenkwamen. Dat moest een goed thema worden: de jeugd.


Het Grand Départ van 2012 in Luik werd bijgewoond door een groep raadsleden uit Utrecht. Ze gaven zich volledig gewonnen. De Tour kon geen politiek probleem meer zijn in het midden van Nederland.


Lance Armstrong

Toch kreeg de lobby andermaal zware tegenwind. De aanhoudende stroom onthullingen over het dopinggebruik van Lance Armstrong en Rabobank bezorgden de wielersport imagoschade. Rabobank kondigde in oktober 2012 aan te stoppen met de profploeg. In maart dit jaar kwam de onthutsende mededeling dat de bank zich ook terugtrok als sponsor voor de Tour in Utrecht.


Het dopingtumult en de economische crisis vormden een fnuikende combinatie. Er braken dagen vol koortsachtig intern overleg aan. Wolfsen hield vol dat de Tour een groot feest moest worden. Wethouder Hans Spigt betoogde dat de investering het drievoudige zou opbrengen. Nóg was er een raadsmeerderheid voor het voortzetten van de campagne. Wel werd de eis gesteld dat er 5 miljoen euro uit het bedrijfsleven moest worden gehaald, als aanvulling op de 5 miljoen die voor de Tour was gereserveerd door de gemeente.


Het klimaat rond de sport veranderde door de Tour zelf. Het goede rijden van Bauke Mollema en Laurens ten Dam wekte voor het eerst sinds jaren grote Tourkoorts in Nederland. Het was de beste afleiding voor de inspanningen om het budget aan te vullen. Nu moest blijken dat Utrecht het ook zonder Rabobank kan.


Op donderdag 31 oktober kreeg de betrokken raadscommissie in een besloten vergadering de informatie dat het basisbedrag was gehaald. Het bleef wel zaak om aanvullende sponsoring te vinden. Op dat moment werden eventuele bijdragen van het Rijk en de provincie nog niet meegeteld. Het werd me allemaal verteld door een deep throat uit de raad.


Op dinsdag 5 november kreeg ik een gemeentelijk mailtje over adressen die nodig waren voor een uitnodiging. Het was nu zonneklaar: het Grote Moment naderde. Aleid Wolfsen verging het net als met Ivo Opstelten in 2008: vlak voor het eind van zijn termijn kreeg hij de zekerheid dat de Tour naar zijn stad zou komen.


Vrijdag 8 november kwam Christian Prudhomme de oude afspraak na: de primeur was voor mij, voor de NOS. Bijna twaalf jaar nadat de eerste plannen op die bierviltjes waren gekrabbeld. Nu kon ik het zelf bijna niet geloven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.