REPORTAGE

Van begrijpend lezen tot hele gebouwen ontwerpen

Mismanagement, omvallende roc's: het is sappig nieuws. Maar wat doen ze normaal gesproken op het mbo? We gingen kijken op het Albeda College.

Studenten van het Albeda College in Rotterdam. Ze doen een mbo-opleiding in de richting handel en commercie. Beeld null
Studenten van het Albeda College in Rotterdam. Ze doen een mbo-opleiding in de richting handel en commercie.

Mijn eerste bezoek eindigde in de bus. Locatie Van Graftstraat van het Rotterdamse Albeda College, diep in Rotterdam-Zuid. Met een groep jongens was ik naar de halte gelopen. Ze volgden de bouwopleiding en wezen me de weg door het schoolgebouw; langs praktijklokalen van automontage en werkplaatsen voor timmerlieden.

Buiten kozen we niet de dichtstbijzijnde halte, maar liepen we een blok verder. 'Anders zit de bus vol', zei een Marokkaanse jongen. Hij keek nors. De bouwopleiding was niet naar zijn zin. Eerder had hij al andere opleidingen op niveau 4 geprobeerd, maar 'omstandigheden' hadden hem gedwongen zijn studie een graad lager voort te zetten. Bouw wordt hier op niveau 2 en 3 aangeboden. We stapten op de bus richting Zuidplein.

Een paar weken later stond ik bij een halte verder op de route te wachten. Toen snapte ik waarom we eerder waren omgelopen.

Bij aankomst was ik nog alleen, maar binnen tien minuten werd ik vergezeld door een flinke groep studenten van het nabij gelegen Scheepvaart en Transport College.

Niet veel later arriveerde de tweede groep, kort daarop ook nog een basisschoolklas die op excursie was. Ineens stonden we met zeker zestig mensen op een kleine stadsbus te wachten die al stampvol Albedastudenten bleek te zitten. Vijf baldadige jongens sprongen in het achterste deel van de bus, de rest moest wachten. Vanuit de Rotterdamse haven beukte een snijdende kou het bushokje binnen.

Verbouwereerd bleef ik staan. Hier zaten twee scholen waar dagelijks vele honderden studenten naartoe gaan, maar die nauwelijks te bereiken zijn. Dat college, zo verstopt in Rotterdam-Zuid, symboliseert de positie van het hele middelbaar beroepsonderwijs in het Nederlandse onderwijslandschap: groot, maar onbekend.

Studenten techniek van het Albeda College bezig met landmeting. Beeld null
Studenten techniek van het Albeda College bezig met landmeting.

Supermarkten

Want groot is het. Ruim een half miljoen studenten gaan naar het middelbaar beroepsonderwijs. De meesten komen van het vmbo of hebben even havo of vwo gevolgd en doen nu een opleiding aan een van de 43 Regionale Onderwijs Centra die ons land kent. 'Supermarkten' werden die roc's smalend genoemd toen halverwege de jaren negentig de plannen werden gesmeed om alle beroepsopleidingen, het volwassenenonderwijs en het vormingswerk te fuseren.

Ze kwamen er toch. Zo ontstond in 1997 ook dit Albeda College, een samenvoeging van katholieke, protestants- christelijke en openbare scholen uit de regio Rotterdam en omstreken. In cijfers:

120 beroepsopleidingen
50 locaties
22 duizend studenten

Voor het perspectief: eenderde van de Nederlandse gemeenten heeft minder inwoners dan het Albeda College studenten heeft.

Divers

Niet vreemd dat die grote instellingen ook meteen de meest diverse onderwijsvorm zijn. Bijvoorbeeld in afkomst: 20 procent van de studenten is van niet-Westerse afkomst, tegenover 13 procent onder universitaire studenten.

Vooral de verschillen in onderwijsniveaus zijn enorm. Op één roc zitten studenten van de niveaus mbo 1 tot mbo 4. Nog afgezien van deelnemers aan inburgeringscursussen, reïntegratie- of volwassenenonderwijs. En die niveaus doen ertoe.

Op bezoek bij een les detailhandel niveau 1 in Rotterdam Lombardijen ontmoet ik een groep van vijftien jongeren met een leerachterstand. Die hadden ze al op het vmbo, waar ze vandaan komen. Daarom zijn ze doorgestuurd naar het praktijkonderwijs, dat helemaal op de arbeidsmarkt is afgestemd. Ze liepen stage, en kregen les in bijvoorbeeld sociale omgang en het invullen van formulieren. Nu, op het mbo 1, lezen ze in de les Nederlands een tekstje over de teloorgang van V&D. Een vraag: V&D werd in 1887 opgericht. Wat betekent oprichten? 'Groot maken', antwoordt een Marokkaanse jongen. Een andere jongen zegt iets in het Frans. 'En in het Nederlands?', vraag docent Mehmet Eryigit.

Het is een oefening begrijpend lezen, die begint met het duiden van verwijswoorden en eindigt met een gedachteoefening waarbij zij zelf manager zijn en het warenhuis moeten redden. Ruben Kazadi (19), de jongen die in het Frans antwoordde, woont vijf jaar in Nederland. Als hij even later achter een computer in het lokaal zit, pakt hij zijn witte smartphone en toont de achtergrondfoto. 'Dat ben ik als kind, toen we nog in Congo woonden.'

Hij leest graag de krant, zegt hij. De Telegraaf en het AD, meestal op internet. Een goede oefening, blijkt: in een paar jaar tijd leerde hij goed Nederlands spreken. Maar de voeg- en lidwoorden blijven lastig. Op het computerscherm komen ze een voor een voorbij. 'Heb jij dit/deze kaartje gestuurd?' Kazadi vult 'dit' in, denkt na en verandert zijn antwoord in 'deze'.

"Je hebt bagage nodig in het leven. Later moet ik mijn kind kunnen opvoeden, dat lukt me niet met de hulp van God alleen." Ruben Kazadi woont vijf jaar in Nederland en volgt mbo 1 (oftewel de entree-opleiding).

Bagage

In Afrika ging hij tot zijn 6de naar de basisschool. Daarna was het afgelopen met zijn schoolloopbaan. 'Op het vmbo zeiden ze: werken in een winkel is iets voor jou.' Hij liep stage bij Plus, Action, en nu bij het Kruidvat, de winkel waar hij eerder al een bijbaantje had. Heel soms, als zijn ouders het financieel even wat minder hebben, springt hij thuis bij.

'In het Frans zeggen we dat je bagage nodig hebt in het leven', zegt hij over zijn vastberadenheid om zijn school af te maken. 'Later als ik vader ben, moet ik mijn kind kunnen opvoeden. En dat lukt me niet met de hulp van God alleen.'

Dat is niveau 1.

In een Albedalocatie in Schiedam, hemelsbreed 12 kilometer verderop, houdt een klas mbo-4-studenten presentaties over hun afstudeerproject. 'Mijn afstudeerproject wordt een nieuwe bibliotheek', vertelt Marina Anic haar toehoorders even later. Een dia toont de huidige bibliotheek bij Rotterdam Blaak. 'Die ga ik slopen en er een nieuwe voor in de plaats bouwen. Het wordt een duurzaam gebouw, met een groen dak.'

Om af te studeren moeten de studenten bouwkunde hun eigen gebouw ontwerpen. Ze bedenken een functie voor het gebouw, een plek waar ze het neer gaan zetten. Ze duiken in bestemmingsplannen, analyseren de stedebouwkundige situatie, berekenen welke materialen er nodig zijn en maken met behulp van gespecialiseerde computerprogramma's de bouwtekeningen.

'Je hebt de functies dwars door je hele gebouw verspreid', zegt docent Milton Babel kritisch, nadat een andere student heeft verteld over zijn plan om een vmbocollege te gaan bouwen. Volgens collega Bert Vording kan ook de presentatie beter. 'Je gebruikt continu verkleinwoordjes, daar ga ik me als luisteraar behoorlijk aan ergeren. Net als aan woorden als 'chillen' en 'vet', trouwens.'

Zo is het op niveau 4.

Antwoord

De brede roc's waren jarenlang het antwoord op alles: ze zijn efficiënt en door de regionale inbedding hebben potentiële werkgevers in de regio één aanspreekpunt. Bovenal zou die brede opzet emancipatorisch werken. Een student die het niveau niet aankan, zet een stapje terug zonder meteen van school te hoeven. Andersom stromen goede leerlingen zo door naar een hoger niveau.

Daar komen beleidsmakers nu voorzichtig van terug. Niet alleen heeft schaalvergroting tot bureaucratische molochs geleid en tot ontspoorde instellingen, ook is het onderwijs, volgens de Onderwijsinspectie, ondanks jaren van verbetering nog kwalitatief ondermaats en sluit het onvoldoende aan op de wensen van de arbeidsmarkt.

Bovendien trekken lage niveau's het imago van het hele beroepsonderwijs omlaag. 'Naar het hbo en de universiteit mag je, naar het mbo moet je', vatte minister Jet Bussemaker vorig jaar de teneur samen in een interview met de Volkskrant. Het middelbaar beroepsonderwijs moet volgens haar innovatiever en kleinschaliger.

En zo worden de brede roc's langzaam weer gedemonteerd. Dit is even opletten geblazen: het niveau-1-onderwijs heet sinds dit schooljaar de 'entreeopleiding', die bij het Albeda onder de noemer 'startcollege' apart wordt aangeboden. De niveaus 2 en 3 moeten volgens Bussemaker op den duur 'middelbaar vakonderwijs' gaan heten. De naam mbo is dan alleen nog gereserveerd voor het meer theoretische niveau 4. Tegelijkertijd schroeft de overheid de exameneisen voor de taal- en rekenvakken op, waardoor studenten daar voortaan op kunnen zakken. De opleidingen worden korter en intensiever.

Landmeting bij de vestiging Schiedam van het Albeda College. Beeld null
Landmeting bij de vestiging Schiedam van het Albeda College.

Sportzaak

Angelo van Wanrooij (18) zit helemaal achteraan in de les vaktheorie detailhandel. Het is maandagochtend. Zijn duim zit in het gips. 'In het gras blijven steken', zegt de keeper van SSS Klaaswaal.

Zijn geblesseerde hand bemoeilijkt Van Wanrooij het schrijven. Geconcentreerd vult hij winstberekeningen in op een stencil. De overige vier dagen werkt hij als verkoper in een kleine sportzaak in Dordrecht. Daar liep hij ooit binnen als klant en inmiddels volgde hij er al twee stages: tijdens zijn vmbo en later tijdens zijn mbo-2-opleiding.

Gildesysteem

Het merendeel van de mbo'ers zit, afgezien van stages, de hele week op school. Een deel volgt de zogenoemde beroepsbegeleidende leerweg (bbl). 'In feite werkt de bbl als een soort gildesysteem', zegt economie leraar Alain Roelse, die een deel van zijn onderwijs in deze studievorm geeft. Studenten werken vier dagen per week en leren zo hun vak. Eén dag per week spijkeren zij in de schoolbanken hun theorie bij. Omdat ze naast hun studie moeten werken, ontvangen ze geen studiefinanciering.

Aanvankelijk begon Van Wanrooij aan een reguliere opleiding, waarbij hij de volle vijf schooldagen in de banken zat. Daar had hij snel genoeg van. 'Toen ik mijn niveau 2 had afgemaakt, zei mijn baas dat ik ook vást bij hem kon komen werken en daarnaast een dag per week naar school gaan.' Dat was het droomscenario waarover hij ook weleens had nagedacht. 'Veel liever dat dan naar school.'

Vanuit school krijgt hij opdrachten mee. Soms moet hij met een vaste medewerker naar het magazijn, zodat hij kan ervaren hoe het er daar aan toegaat, een andere keer moet hij een verslag schrijven over de omgang met een klant. De opdrachten zijn onderdeel van de werkdag. 'Als het te druk is, doe ik het thuis.'

'Veel van onze bbl-leerlingen zitten liever niet de hele week in de klas, of ze kwamen op de middelbare school moeilijk mee omdat ze niet echt van leren houden', zegt Roelse. 'Tegelijk zijn ze volwassener dan anderen omdat ze al meer werkervaring hebben.'

Bbl'ers moeten een baan hebben om te kunnen studeren en dat maakt hen kwetsbaar. In crisistijd bezuinigen werkgevers al snel op investeringen in hun personeel, en studenten merken dat. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat in 2013 het aantal leerbanen met 18 duizend afnam, wat neerkomt op 122 miljoen euro op ruim een miljard. Roelse: 'Winkels als Blokker en Albert Heijn nemen steeds minder bbl'ers aan. Ook hier zie je dat het middensegment het moeilijk heeft.'

Studenten van het Albeda College in Rotterdam. Ze doen een mbo-opleiding in de richting handel en commercie. Beeld null
Studenten van het Albeda College in Rotterdam. Ze doen een mbo-opleiding in de richting handel en commercie.

Contrast

Het mbo-onderwijs ligt in Den Haag onder een vergrootglas, zegt hoogleraar onderwijssociologie Marc Vermeulen. 'De gedachte is dat mbo'ers minder rationele keuzes maken dan mensen die naar het hbo of de universiteit gaan.' Daarbij trekken mbo's nu eenmaal veel probleemjongeren aan. 'De voorlichtingsfolders over overgewicht en onveilige seks worden altijd naar de roc's gestuurd. Eigenlijk is het mbo een soort verlengde van de middelbare school.'

Die aandacht voor het mbo staat volgens Vermeulen in schril contrast met de kennis over deze onderwijsvorm. 'Veel mensen hebben werkelijk geen idee hoe een mbo werkt. Niet op de laatste plaats omdat ze zelf een hbo- of universitaire opleiding hebben gevolgd.'

Hij spreekt uit ervaring. Nadat Amarantis, het grootste roc van het land, op een haar na failliet was gegaan, kreeg Vermeulen de opdracht de problemen te onderzoeken. 'Ik was op het ministerie van Financiën om een groep ambtenaren bij te praten over het onderzoek en over mogelijke oplossingen voor de problemen van Amarantis. Binnen vijf minuten had ik door: die snappen helemaal niet waarover ik het heb. Toen ben ik maar gaan uitleggen hoe een roc in elkaar steekt.'

Hetzelfde geldt voor de wetenschap. 'De onderwijskunde laat het mbo behoorlijk links liggen.'

Met deze boodschap, dat het mbo de grote onbekende is van het Nederlandse onderwijs, benaderde ik tientallen studenten, docenten en bestuurders die ik op het Albeda College ontmoette. Ik kwam meekijken om de lezer met ze te laten kennismaken, vertelde ik.

Of ik daarbij ook naar de positieve kanten van het mbo wil kijken, vraagt Melissa Brussaard (22), bbl-studente detailhandel op niveau 3. Wat ze daar precies mee bedoelt? 'Je hoort altijd alleen maar over die domme mbo'ers. Maar ik zeg maar zo: bijna iedereen die in de detailhandel werkt, komt van het mbo. Eigenlijk houden we dus de hele economie op gang.'

Guido van Eijk verkent de komende tijd voor Vonk de wereld van het mbo, de grote onbekende in het onderwijs. Op Twitter: @guidovaneijck.

Studenten handel en commercie van het Albeda College. Beeld null
Studenten handel en commercie van het Albeda College.

Ambities, bouwplannen en derivaten

Half februari kwam in het nieuws dat het Roc Leiden ophoudt te bestaan. De instelling kampt met grote financiële problemen, die het gevolg zijn van grootse bouwplannen.

Er was behoefte aan 37 vierkante meter schoolgebouw. Dat werden twee kolossen van in totaal 80 duizend vierkante meter. Uit onderzoek van de overheid bleek bovendien dat de projectontwikkelaar alle risico's op het roc had weten af te schuiven. De docenten en negenduizend studenten gaan waarschijnlijk naar de concurrent, het ID College.

Leiden was niet de enige plaats waar het de afgelopen tijd misging. Veel aandacht trokken de problemen bij Amarantis. Deze onderwijsgroep met zestig mbo's en middelbare scholen in de regio's Amsterdam, Utrecht, Almere, Amersfoort en Zaandam, was goed voor ruim dertigduizend studenten en 3.300 medewerkers. In 2012 werd bekend dat de onderwijskolos kampte met een tekort van 92 miljoen euro, het gevolg van ambitieuze nieuwbouwprojecten, het bezit van riskante derivaten, mismanagement en gebrekkig toezicht. Het roc werd opgesplitst in vijf scholengroepen. Gezien de problemen rees de vraag of de samenleving nog wel greep heeft op de enorme scholengemeenschappen, die bovendien voor een groot deel zelfstandig beslissen hoe zij hun rijksgeld besteden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden