ANALYSEAnderhalvemeteronderwijs

Van alle kanten nog veel bezwaren tegen les op de anderhalve meter

Na de les worden de tafeltjes schoon gemaakt. Basisschool 't Talent in Schijndel geeft alweer les aan zo'n 3 kinderen per klas. De kinderen rouleren. Elk groepje gaat anderhalf uur per dag naar school. Beeld Marcel van den Bergh

Het kabinet lijkt het onderwijs weer langzaam op te willen starten. Dat wordt een ingewikkelde evenwichtsoefening. Veel schoolleiders, docenten en ouders worstelen met de risico’s en de praktische haalbaarheid.

Hoe groot is het besmettingsgevaar op scholen?

Tja, als dat toch eens bekend was. Maar helaas, resultaten van gedegen onderzoek ontbreken. Ook de studie van het RIVM, waar minister Arie Slob (Onderwijs) reikhalzend naar uitkeek, blijkt nog niet klaar.

Er zijn geruststellende geluiden. In China troffen onderzoekers van de WHO geen enkele casus waarbij een kind een volwassene had besmet. Het RIVM kent zulke gevallen ook niet. Britse en Australische wetenschappers vonden in de wetenschappelijke literatuur geen bewijs dat schoolsluiting in Azië veel effect had op het inperken van de uitbraak van dat andere beruchte coronavirus: sars.

Ons eigen Outbreak Management Team besprak vorige week een model dat het aantal ziekenhuisopnames en opnames op de intensive care voor Nederland voorspelt. Daarin was ook een scenario doorgerekend waarbij kinderdagverblijven en basisscholen weer open zouden gaan. ‘Hoewel er meer transmissie verwacht wordt onder basisschoolkinderen en hun ouders, leidt dit waarschijnlijk niet tot veel extra ic-opnames’, meldt het verslag van de bijeenkomst.

Toch zijn er ook andere signalen. Uit een Britse berekening blijkt dat het dichtgooien van de scholen de verspreiding van covid-19 in Europa met twintig procent heeft vertraagd. De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention waarschuwen in een onderzoek naar besmette Amerikaanse kinderen dat zij over het algemeen minder ziek worden, maar dat mensen met minder of geen verschijnselen ‘waarschijnlijk een belangrijke rol spelen in de overdracht van de ziekte’.

Is anderhalvemeteronderwijs praktisch te organiseren?

Handen wassen bij binnenkomst, geen ouders in het schoolgebouw, opgesplitste klassen. Talloze ideeën rolden al uit talloze – veelal digitale – brainstormsessies van schoolbestuurders, directeuren en leerkrachten. Daar moet toch iets van te maken zijn?

Nou, dat blijkt knap lastig. Zeker als scholen de opdracht zouden krijgen zich aan de anderhalvemeterregels te houden.

‘Jonge kinderen vinden dat moeilijk’, zegt Judith Sliedregt, directeur van twee basisscholen van de Limburgse scholenstichting Lijn 83. ‘Ze vleien zich vaak gedachteloos tegen een leerkracht aan.’

Ook problematisch: de lokalen zijn op de meeste scholen te klein om dertig leerlingen voldoende afstand te laten houden. Groepen opsplitsen is lastig, omdat extra lokalen en extra personeel ontbreken.

De ene helft van de klas in de ochtend lesgeven, de andere helft in de middag? ‘Onhaalbaar’, zegt directeur Niels Schieman van de Vrije School in Den Haag. ‘Dan zit je alsnog met vijftien kinderen die in de pauze eens lekker tegen elkaar aan gaan raggen.’

Bovendien is het de vraag of in tweeën splitsen wel voldoende is. Uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond blijkt dat klassen op veel scholen in drie of vier groepen verdeeld moeten worden om goed afstand te kunnen houden.

Schieman vreest dat het onderwijs er niet beter op wordt. Leerkrachten kunnen in een halve dag de halve lesstof aanbieden. ‘Ze hebben daarnaast weinig tijd voor afstandsonderwijs. Dat valt dan weg.’

Ander probleem is de uitval van leerkrachten. ‘Als de scholen weer open gaan kunnen leerkrachten met lichte klachten niet komen werken’, zegt ook Judith Sliedregt. ‘Nu werken ze wel. Vanuit huis.’

Wat haar betreft gaan de scholen pas open als ze helemaal open kunnen, met alle leerlingen bij elkaar. ‘Zolang dat niet kan, gaan we door op deze weg.’

Schieman is hooguit te porren voor een tussenoplossing. Leerlingen komen elke drie dagen twee uur naar school voor taal en rekenen. In groepjes van tien, zodat ze afstand kunnen houden. Hij beseft dat ouders dan nog niet naar hun werk kunnen. ‘Maar meer kan niet. Dan hebben de leerkrachten geen tijd voor het afstandsonderwijs.’

Willen docenten en ouders dat de scholen opengaan?

Uit een peiling van de Algemene Onderwijsbond blijkt dat er bij onderwijspersoneel nog veel zorgen zijn over de risico’s. ‘Sommige leraren zien het gefaseerd openstellen van scholen als experimenteren met de veiligheid van onderwijspersoneel’, schrijft de bond in de samenvatting van het onderzoek.

Ook ouders lijken niet eensgezind, zo blijkt uit een enquête van tv-programma EenVandaag. Ongeveer de helft van de ruim duizend ondervraagde ouders met een kind op de basisschool ziet graag de deuren weer openen. Vier op de tien houdt de scholen liever nog even dicht.

‘Onder ouders zitten complotdenkers die dat hele coronavirus een hoax vinden’, zegt Niels Schieman van de Vrije School in Den Haag. ‘Anderen zouden hun kind het liefst in een spacepak hijsen als het naar school moet. Tussen die uitersten moeten we manoeuvreren.’

Bestuurder Jeroen Goes van Stichting Fluvium in Geldermalsen vindt dat er nog te veel onzekerheid is. ‘De minister-president zegt dat dit drama nog maanden gaat duren, de matrixborden in het park vertellen me dat ik thuis moet blijven en ondertussen mogen de kinderen weer naar school? Zolang er zo’n dubbele boodschap is, zullen er ouders zijn die hun kinderen thuis houden.’

Goes begrijpt ook niet waarom haast geboden zou zijn. ‘Kinderen gaan een paar weken niet naar school. Op een mensenleven is dat niet zo veel. Laten we er niet te paniekerig over doen.’

In deze omstandigheden zou hij de scholen het liefst tot de zomer gesloten houden. ‘Het onderwijs is gebaat bij rust. Bouw het afstandsonderwijs verder uit. Blijf letten op leerlingen die in de knel zitten. En dan kijken we over een paar maanden wel verder, als meer zekerheid is over de risico’s. We kunnen toch niet verlangen dat oma haar kleinkinderen niet mag zien, maar wel voor de klas moet? Of dat een leraar een kleuter niet mag troosten?’

Lees ook:

In Schijndel gaan leerlingen weer naar school: ‘De juf is de juf en mijn papa is… mijn papa’
Ze komen maar anderhalf uur in de twee dagen, maar ze komen. De kinderen van de Schijndelse basisschool ‘t Talent hebben weer les. Op ruim 1,5 meter van elkaar. Leerkrachten zijn blij ze weer, al is het maar even, ‘in het echt’ te zien. Al zijn er natuurlijk ook bedenkingen.

Een onaf onderzoek, bezorgde leraren en leerlingen die kwijt zijn

Kunnen de scholen na de meivakantie weer voorzichtig open? Aanvankelijk stelde minister Slob dat de uitkomsten van een RIVM-onderzoek cruciaal zouden zijn bij de beslissing. Alleen: dat onderzoek is nog niet af.

Een groot deel van de leraren maakt zich grote zorgen over de risico’s, mochten de scholen straks weer opengaan. Dit blijkt uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond.

Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn scholen het contact verloren met circa 5.000 leerlingen. De kinderen zijn onbereikbaar voor onderwijs op afstand. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen wier ouders slecht Nederlands spreken en kinderen van arbeidsmigranten die zijn teruggekeerd naar hun vaderland. Lees hier de reportage over basisschool De Buikslotermeer in Amsterdam-Noord. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden