Van Abbe omhelst de privéverzamelaar

Het Van Abbemuseum treedt zelfbewust naar voren met jubileumtentoonstelling.

DOMENIEK RUYTERS

Tentoonstelling in het Van Abbemuseum in Eindhoven. 3 september 2011 tot 8 januari 2012.

Een jaar geleden beweerde Rem Koolhaas in het Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum dat hij het heel wel voor mogelijk hield dat instituten als het museum te maken zouden kunnen hebben met wat in de fysica halfwaardetijd heet. Net als radioactieve stof zou het museum met de tijd onvermijdelijk aan relevantie gaan verliezen, vermoedde hij. Hoe langer het bestaat, des te onbelangrijker het wordt.

Gezien de moeilijke situatie waarin musea in Nederland zich bevinden, zou je gaan denken dat Koolhaas gelijk heeft. Teruglopende budgetten, vergrijzing van het publiek, een groeiend maatschappelijk isolement als witte tempel in zwart kleurend stedelijk gebied, verouderde verzamel- en tentoonstellingsprogramma's, toenemende uitholling van zijn wetenschappelijke functie. Het lijkt soms alsof musea geen goed meer kunnen doen.

Nu de politiek de kunst steeds meer tot de markt vindt horen, is het niet ondenkbaar dat we in de eindtijd zijn beland van wat een halve eeuw geleden nog de trotse tempels van het openbaar kunstbezit waren. Het is zelfs heel goed mogelijk dat er over twintig jaar de helft minder aan kunstmusea in Nederland over is. En dat wat er overblijft niet meer het algemeen belang dient, maar een particulier gesponsorde nichemarkt. Het spook van de halfwaardetijd is voor het Van Abbemuseum in Eindhoven geen reden geweest de eigen leeftijd weg te moffelen en in het openbaar te doen alsof het de eeuwige jeugd bezit.

In de jubileumtentoonstelling Vanuit hier treedt het museum zelfbewust naar voren als een deftige grijsaard van 75 jaar. Op een video is te zien hoe in 1936 politiek Eindhoven bij de oprichting ervan apetrots was. De sigarenmaker Henri van Abbe, de opdrachtgever en geldschieter, werd uitgebreid toegejuicht en koninklijk onderscheiden.

In Vanuit hier wil museumdirecteur Charkes Esche de privaat-publieke samenwerking die aan de basis van zijn museum ligt, graag in herinnering roepen. Een belangrijk onderdeel van het programma is The Collectors Show, waarin werk van plaatselijke privéverzamelaars wordt getoond in de toren van het museum.

De installatie naar een ontwerp van Piet Hein Eek toont niet bepaald de beste kunst van kunstenaars als Francis Picabia, Marc Bijl en Haddassah Emmerich. Maar dat lijkt ook niet de bedoeling. Esche lijkt vooral duidelijk te willen maken dat ook dit museum, dat afgelopen jaren bekendstond als links bolwerk, niet meer zonder particuliere inbreng kan.

Het jubileumprogramma haalt op allerlei manieren de banden met de stad aan. Zo mocht de in Eindhoven wonende artistieke vrijbuiter Dick Verdult een tentoonstelling inrichten met zijn gevarieerde geëngageerde collectie films, litho's, collages en sculpturen, inclusief volautomatisch film-, geluids- en lichtshow.

Verdults tentoonstelling is vanwege de vrolijke artistieke verkenningen, die alle kanten op schieten, erg vermakelijk. Toch is ze slechts een bijprogramma. De hoofdact in Vanuit hier is voor Eindhoven, waarin werk wordt getoond dat ooit, soms heel lang geleden, speciaal voor dit museum is gemaakt. In de oudbouw zijn fraaie installaties te zien van kunstenaars als Jason Rhoades, Hans Haacke en Gerard Byrne, die zich soms direct, vaker op meer indirecte wijze, verhouden tot het museum, de stad en zijn bewoners. Indrukwekkend is de kokende Brabantse grond in een machine van Gerrit van Bakel.

Er is een klassieker van Jan Dibbets, die 24 uur lang fotografeerde vanuit een van de twee vensters van dit museum. Een verrassing is een spiraalvormige installatie van Aldo van Eyck, met een geïntegreerd textielwerk van Joost van Rooijen. Het werk was verloren gegaan, maar is speciaal voor de gelegenheid gereconstrueerd.

Door de afwezigheid van alle bekende meesterwerken uit de museumcollectie is Vanuit hier geen gewone jubileumtentoonstelling. Het Van Abbe presenteert zich eerder als een 'experimentator' en producent dan als een bedreven collectioneur. Het verzamelen van kunsthistorische ijkpunten heeft het voor de gelegenheid zelfs helemaal uitbesteed aan de lokale privéverzamelaars. Je kunt er de aankondiging in zien van een mogelijk nieuw bedrijfsmodel voor dit museum, dat bij een toekomstig krimpend budget scherper moet kiezen tussen produceren of verzamelen.

Typerend is het beroep dat het museum doet op het publiek bij de verwerving van een Richard Long uit de museumcollectie. De bruikleengever die de vloer-sculptuur dertig jaar geleden ten behoeve van het museum verwierf, wil die ineens verkopen. In plaats van de benodigde 30 mille zelf op te brengen, hoopt het museum op giften van het publiek in een speciale crowdfunding-actie. Wellicht om leuke andere dingen te kunnen doen met jongere kunstenaars.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden