VAN 2 KANTEN

Vorig jaar, toen Lucas (32) na een geslaagde date 'iets' kreeg met Sarah (34), vroeg hij aan een vriend: hoe weet je nu dat het goed is?...

TEKST CORINE KOOLE . FOTOGRAFIE KRISTA VAN DER NIET

'Ik vond veiligheid bij het straatjochie dat psycholoog werd'

'Lucas was door een gemeenschappelijke vriendin wel erg positief afgeschilderd. Maar zo lang als ze beloofd had, was hij niet en hij was ook niet echt mijn type, maar het kletsen lukte heel goed. We zaten in een klein, beetje hip en duur restaurant. De avond vloog alle kanten op. Ik at vis en dronk en dacht: wat is het toch leuk om zo ongedwongen met iemand te kunnen zijn, wat ben ik op mijn gemak bij deze man. En wat is liefde anders dan je bij iemand op je gemak voelen? Nee, dat laatste dacht ik niet. Maar wel wist ik, ook toen al, dat contact het allerbelangrijkst is en op zijn minst een aanzet tot verliefdheid kan zijn. De meeste gesprekken stokken halverwege. Dat je ze steeds een duwtje moet geven. Wat doe je, waar hou je van? Dan zat ik tegenover een man aan een tafeltje beleefd te zijn. Niet dat het geen leuke mannen waren, maar het lukte me zelden om een conversatie op een natuurlijke manier te laten stromen. Dat je niet de neiging hebt over zijn schouder naar een ander tafeltje te kijken, maar ineens ziet dat er alweer een uur voorbij is. Ooit ben ik gek geweest op een, nou niet een dikke, maar toch wel stevige jongen. Eerst moest ik niets van hem weten, maar toen bleek dat ik heel goed met hem kon praten, werd ik van het ene op het andere moment dol op hem. En alle mannen die op hem leken vond ik ook ineens veel mooier. Is dat niet fascinerend? En het bewijs dat ware liefde voor mij om andere dingen gaat dan om bruine ogen.

Lucas en ik maakten een nieuwe afspraak, maar konden zo lang niet wachten en op een woensdagavond na het werk zijn we naar het strand gegaan. Het was mooi weer, voorjaar 2006, met eten en wijn spraken we weer moeiteloos de hele avond vol. Over ons werk, over zijn jeugd, zijn achtergrond - hij bleek een straatschoffie toen hij jong was. Mijn interesse was gewekt, maar we bleven daten met anderen, want we zaten nu eenmaal allebei op internet en dan blijven de reacties komen. We waren beheerst verliefd. Tot ik op een dag zei: 'Ik geloof dat ik niet meer zo'n zin heb om deel uit te maken van jouw marktonderzoek, zoals jij dat noemt.' En hij zei: 'Oké, dan maak ik een casestudy van je.'

Zo is het gekomen. Niks: ik hou van je, meer dan van wie ooit, en altijd mijn hele leven en volslagen in de war. Nee, zo is het gekomen en zo is het gebleven. Comfortabel. Prettig. Aangenaam. Niet: spannend, super erotisch of tintelend. Ik had voor Lucas wel veel vriendjes gehad, maar niets hield stand.

Dit is de essentie: ik houd van Lucas omdat ik met hem alle schakeringen van het leven kan bespelen en bepraten. Het is drukker geworden, dat wel. Samen beleef je alles twee keer: de eerste keer in het echt en de tweede keer in de evaluatie. Wij kletsen wat af. Als hij een dag niet bij me is, bel ik hem op om te vragen wat hij gegeten heeft. Nooit geweten dat het zo leuk is om een man te hebben met wie je alles kunt bespreken. Die zowel geïnteresseerd is in de problemen met mijn ouders, als in de kleinste details van mijn werk. Met wie ik een daverend meningsverschil kan hebben over het begrip 'metafoor', maar met wie ik nooit twist over de dopjes van de tandpasta. Bij wie ik kan uitfreaken omdat ik een pieletje mis van de hogedrukspuit, net nu ik het terras wil schoonmaken. Ik sta als een kleuter te razen, verongelijkt, boos. Hij zegt: 'Dan kopen we toch een nieuw pieletje.' En ik zeg: 'Ja, maar dat is het niet, ik ben ook heel erg moe de laatste tijd, en ik werk te hard en ik vind het allemaal even niet meer leuk.' Hij doet dan nog een paar vergeefse pogingen mij uit mijn zeurbui te halen en zegt dan: 'Nou zoek je het zelf maar uit.' Blijkt dat dan weer precies te zijn wat ik nodig heb. Een luisterend, maar geen zalvend oor. Een man die ook weet te relativeren. Ik heb nooit rust gevonden bij mijn gescheiden, intellectuele ouders die gestudeerd hebben en naar klassieke muziek luisterden en naar Frankrijk met vakantie gingen. De veiligheid die ik thuis tevergeefs zocht, vond ik bij het straatjochie dat psycholoog is geworden, dat nooit literatuur leest en met zijn ouders zomer na zomer op de camping in Zeeland stond. Met hem is de liefde zo simpel. Dat is nog het meest verrassende. Daar word ik blij van. Dat hij met me meegaat naar een feest waar hij niemand kent. Dat hij zegt: ik zal erover nadenken en dan na een dag zegt: 'Dat feest, ik ga met je mee.' Meer niet. Dat is liefde. Twee benen op de grond en twee armen om me heen.'

'De eenvoudigste momenten zijn onze mooiste momenten'

'Het is de behoefte om bij elkaar te zijn. Merken dat het samen prettiger is. Ik hou van haar. Maar ik heb altijd gewoon kunnen eten. Ik denk aan haar, maar niet de hele dag. Ik ben nooit gek geweest van verliefdheid, ik word niet krankzinnig als ik haar een dag niet zie. Volwassen, zo zou je deze relatie kunnen noemen - als ik niet zo veel volwassenen kinderachtige dingen had zien doen. Maar als 'volwassen zijn' inhoudt dat je ook in de liefde je integriteit bewaart, dan zijn wij volwassen. Vorig jaar, toen we elkaar net kenden, vroeg ik aan een vriend: hoe weet je nu dat het goed is? Ik was nog een beetje in de war van mijn vorige mislukte relatie, wilde niet opnieuw dezelfde fouten maken. Hij zei: 'Als het vanzelf gaat; als het energie geeft, maar geen energie kost.'

En zo is onze relatie. Alles gaat vanzelf. Al sinds de eerste ontmoeting. Naarmate de avond in dat moderne restaurant vorderde, vorderde ook het gesprek, kreeg het meer inhoud, werd het steeds persoonlijker. We bleven elkaar zien, het werd steeds leuker en vrolijker en we kregen 'iets'. In diezelfde tijd kwam ik een vriend tegen die ook net een nieuwe vriendin had. Hij was helemaal ondersteboven van haar, zo verliefd was hij nog nooit geweest. Ze waren er allebei totaal van overtuigd dat ze de ware voor elkaar waren. Even dacht ik: zo kan het dus ook. Al wist ik dat zo'n complete idolate uitlevering niets voor mij is, en ik meer het voorzichtige type ben van de 'niet goed geld terug'-garantie, toch dacht ik even: oei. Drie maanden later was zijn relatie uit en stond die van ons in volle bloei.

Zij laat mij zijn wie ik ben. Toen ik 11 was, kwam het schoolhoofd naar me toe, ging bijna op mijn tenen staan en zei: 'Jij bent een crimineel, jij zult altijd een crimineel blijven en je eindigt in de goot.' En dat alles omdat ik samen met een vriendje de sloten van twee crossfietsjes had opengebroken en vervolgens had verwisseld. Zag je na schooltijd die jongetjes ieder met een fiets op hun nek naar huis lopen. Op dat moment verloor het gezag voor mij zijn laatste restje aanzien. Ik trek me weinig van anderen aan. Ik ben een betweter. Geen schreeuwlelijk, maar wel: erg eigenwijs. Uitgesproken meningen. Laatst fulmineerde ik in een gesprek met Sarah tegen het verschijnsel onderwijzeres. Ja, hoe gaat dat. Zij kende iemand die onderwijzeres was en ik riep dat onderwijzers niet deugen, omdat ze de heersende normen zo geïnternaliseerd hebben dat ze bij mij altijd verkeerd schieten. Sarah zegt dan gewoon: 'Hé, kan het wat minder, je bent nu wel erg rigide.' Dan wordt een extreme opmerking van mij niet gesmoord in ergernis of onbegrip, maar kunnen we gewoon weer verder onder een heldere hemel. Dat is belangrijk. Dat je altijd weer verder kunt. Sarah maakt alles bespreekbaar. Geen omtrekkende bewegingen, gewoon op een vriendelijke manier zeggen wat je vindt. Ze is toch zo leuk. En het gekke is: daar zit een stijgende lijn in. Ik denk minstens een keer per week: wat is ze toch leuk.

De eenvoudigste momenten zijn daarom ook onze mooiste momenten. Wanneer we samen zijn. Want dat zijn de momenten waarop dat gebrek aan franje zich het duidelijkst manifesteert. Gister zat ik De Wouter tapes te bekijken. Zij kwam thuis. Ging op de bank zitten. We praatten wat over het programma en toen het afgelopen was, zetten we de televisie uit, pakten allebei een boek en gingen lezen. Dat is het voor mij. Liefde. Dan denk ik: wat hebben we het goed, wat is dit mooi. En, de rust die deze verhouding geeft is weliswaar nooit adembenemend, maar ook niet benauwend. We zijn allebei actief, werken hard, doen veel aan sport. Ik kan goed leven zonder de grilligheid uit mijn jeugd, ik weet natuurlijk ook veel beter wat ik zelf wil. Ik wil een nog betere psycholoog worden, een die anderen helpt hun doelen te realiseren. Een relatie staat nooit op zichzelf. Als die niet past in de rest van je leven, is ze gedoemd te mislukken. Van Sarah weet ik: zij geeft me kracht mijn dromen te realiseren, en dat niet alleen, zij is mijn sparring partner. En onder de rust ligt een veel dynamischer laag van wederzijds stimuleren en elkaar het leven gunnen dat we gekozen hebben. Ik hoef niet zo nodig thuis te komen in een huis vol kaarsjes. Natuurlijk is dat soort dingen leuk. Maar als ik ze nodig zou hebben voor mijn geluk, zou ik niet zien wat ik nu allemaal al heb.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden