Val

‘Het gaat mij om een zo lang mogelijke vrije val’, zegt Fenna Vogelsang (25), die sinds ze parachutespringt een ander mens is geworden....

'Laatst was ik met een paar vriendinnen op de kermis. Een van hen had al kaartjes gekocht voor de Booster, zo’n lange arm met die stoeltjes eraan die ronddraait. Ik liet me niet kennen natuurlijk, maar ik moest de hand van een vriendin vasthouden en ik zat helemaal te trillen. Ik vertrouw zo’n ding niet, ik zou het liefst alle schroefjes controleren.

Bij het parachutespringen ben ik nooit bang geweest. In het begin had ik vóór het springen wel even wat spanning in mijn buik, maar meer ook niet. Je hebt het allemaal zelf in de hand, je hebt je eigen materiaal bij je.

Het is zo’n geweldig gevoel. Op het moment dat de deur van het vliegtuig opengaat, ben je alleen maar daarmee bezig. Al het andere is weg. De deur gaat open, je voelt een windvlaag, je kijkt waar je bent. Ik zit meestal op een hoogte van 10.000 voet, zo’n 3,5 kilometer. Het gaat mij om een zo lang mogelijke vrije val, dus ik heb die hoogte nodig. Beneden zie je het veld waar je gaat landen, er ligt een groot oranje zeil in een t-vorm dat de windrichting aangeeft.

Dan ga je zijwaarts op een soort stepje staan en houd je je met een hand vast aan een beugel. En dan laat je los. Vanaf het moment dat ik spring, heb ik een vrije val van een halve minuut. In die tijd maak ik figuren in de lucht en probeer ik een zo groot mogelijke snelheid te bereiken. Mijn record is 333 kilometer per uur. Toen voelde ik mijn helm wel op en neer gaan.

‘Het is een ongelooflijk lekker gevoel om naar beneden te vallen, en de aarde zo snel op je af te zien komen – je bent letterlijk zo ver weg van alles en iedereen. Ik werk op een crèche en ben buitensportinstructeur op een zorginstelling. Ik ben altijd met anderen in de weer, het is fijn om eens met jezelf bezig te zijn, en alles helemaal zelf in de hand te hebben.

Op 3.500 voet krijg ik een seintje dat ik mijn parachute open moet maken. Ja, dat lukt altijd, bovendien heb je ook nog een reserveparachute. En als ik het zelf niet doe, gebeurt het iets lager alsnog automatisch. Na de vrije val vlieg ik rustig door. Je hebt mensen die nog gaan draaien of over het gras scheren, maar ik geniet gewoon van het uitzicht.

De eerste sprong kreeg ik van mijn vader als eindexamencadeau. Een duosprong, dan spring je met iemand anders mee. Een jaar later heb ik er nog een gemaakt. Toen wist ik: dit wil ik alleen kunnen.

Ik loop ook een paar keer per week hard, maar springen is zo onvergelijkbaar anders. Ik denk er elke dag aan. In het begin voelde ik me twee weken geweldig na een sprong, nu moet ik vaker springen. Ik verdien niet zoveel, maar ik koop bijna geen kleren en ga weinig stappen. En een sprong kost maar 23 euro – al komt daar nog het materiaal bij.

De mooiste van mijn 282 sprongen was die tijdens een kamp in Amerika. Daar ben ik van een luchtballon gesprongen. Als je uit een vliegtuig springt, heb je het lawaai van de wind en het vliegtuig zelf. Nu was het stil en werd ik niet weggeblazen. In een paar seconden ging ik van 0 naar 250 kilometer per uur, geweldig was dat.

Mensen van vroeger herkennen me bijna niet. Tot mijn 17de was ik verlegen, stil en braaf. Ik durfde nergens heen, want ik had altijd heimwee. Nu slaap ik overal en ik wil een jaar op wereldreis. Het springen heeft daar iets mee te maken, dat kan niet anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden