Valt Zuid-Soedan nog te helpen?

Bij de zoveelste explosie van etnisch geweld in juli hebben heel wat hulpverleners het land verlaten - en het is de vraag of ze terugkomen. Koos Koen bleef, hij is dan ook veel gewend.

Koos Koen (rechts) assisteert in een kliniek voor ondervoede kinderen in Juba, waar een kind wordt gemeten.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant.

Vier legpuzzels, kilo's kaas, en een boek. Als Koos Koen uit Nederland terugkomt, sjouwt hij altijd extra gewicht mee naar Zuid-Soedan. Het boek heet Oorlog in de kunst. Goya, Picasso en anderen: 'Schilders die laten zien dat het altijd wel ergens oorlog is geweest. In Europa al net zo als in Afrika.'

Voor Koen (44) vat dat de werkelijkheid samen. Leven is oorlog. Het vormt ook de motivatie achter zijn werk als internationale hulpverlener. Hij wil 'mensen helpen', maar dat het liefst in een omgeving waar niet alleen de noden hoog zijn, maar ook duidelijk is dat rauwe conflicten nu eenmaal bij het leven horen.

Zelf is hij allesbehalve rauw, of in zijn persoonlijke leven op zoek naar conflict. Koos Koen is een man van het overleg, van de samenwerking, juist ook met mensen uit andere culturen. En als het werk even gedaan is, zoekt hij rust.

Zoals hier, in het dorpje Rajaf, net aan de andere kant van de brug over de Nijl. Daar ligt Juba, de hoofdstad van Zuid-Soedan. Hier kan hij vissen, en zijn hoofd leegmaken. Hij komt er sinds kort weer. Overdag; nooit na zeven uur, want dan geldt voor hem en zijn collega's van de hulporganisatie Worldvision de avondklok en blijft iedereen binnen.

In juli zag Koos Koen vanaf het dak van zijn kantoor hoe in Juba de politieke leiders elkaar letterlijk met grof geschut naar het leven stonden. Tanks, gevechtshelikopters, zware wapens, alles werd in en boven de straten van de hoofdstad ingezet. Gruwelijke aanvallen op burgers met een 'verkeerde' etniciteit bleven onbestraft, omdat de VN-vredessoldaten hun mandaat voor de bescherming van de bevolking weer eens niet wisten na te komen.

(Tekst gaat verder onder foto).

Koos Koen assisteert in een kliniek.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant.

'Op dag vier van de gevechten', vertelt Koen, 'heb ik er wel over gedacht om hier weg te gaan, om mij tijdelijk te laten evacueren.' Andere collega's, van wie verreweg de meesten overigens geen blanken maar Afrikanen zijn, waren toen al naar het buurland Oeganda vertrokken. Voor sommigen om niet meer terug te komen. 'Ik ga wel in Nepal werken', zo werd opgemerkt. Daar is immers ook hulp nodig. Maar is het veel veiliger.

Koos Koen bleef. Hij doet dit werk nu al een kleine twintig jaar, heeft alles bij elkaar opgeteld in Zuid-Soedan zo'n vier jaar ervaring, en vindt de risico's dus tot nu toe nog te overzien.

Toch geldt Zuid-Soedan momenteel als een van de gevaarlijkste landen ter wereld. Voor de pakweg 12 miljoen eigen mensen, maar zeker ook voor buitenlanders. President Salva Kiir, die in juli zijn voormalige vice-president Riek Machar en diens gewapende milities met geweld uit Juba verdreef, heeft gekozen voor een vlucht naar voren. De internationale gemeenschap die de inwoners van 's werelds jongste en straatarme land wil helpen, heeft zo veel kritiek op Kiir, dat de president besloten heeft dan maar zelf de buitenlanders als de echte boosdoeners aan te wijzen.

Of het nu gaat om medewerkers van de vredesmissie Unmiss, om diplomaten, of om buitenlandse hulpverleners, volgens Kiir en zijn raadgevers zijn zij erop uit om de soevereiniteit af te pakken van het land dat in juli 2011 onafhankelijk werd. Dat is onzin, maar het maakt het werk er bepaald niet makkelijker op. Zelfs Amerikanen, die zich net als Nederlandse bewindslieden jarenlang hebben ingezet om Zuid-Soedan zelfstandig te maken, zijn hun leven niet per se veilig, zo bleek in juli. Wie openlijk kritiek uit op het wanbeleid van de regering-Kiir kan zich maar beter schuilhouden.

(Tekst gaat verder onder foto).

Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant.

Dat geldt ook voor internationale hulpverleners. In gesprekken met hen in Juba blijkt hoe gevoelig de politieke tenen in het land zijn.

'Alsjeblieft', zegt een hulpverlener die anoniem wil blijven, 'schrijf niets over ons dat ons werk in Zuid-Soedan in gevaar kan brengen. Voor je het weet, raken we onze vergunning hier kwijt en gooien ze ons het land uit. Dan kunnen we helemaal niemand meer helpen.'

Het aanzien dat hulpverleners, net als journalisten, ooit hadden als strikt neutrale partij raakt steeds meer in het geding. Bombardementen op ziekenhuizen van Artsen zonder Grenzen in Afghanistan of Jemen, overvallen op humanitaire konvooien in Syrië, of groepsverkrachtingen van vrouwelijke hulpverleners in Juba: van Florence Nightingale, van 'doe goed en zie niet om' is al lang geen sprake meer. Dat weet ook Koos Koen.

Waar in Juba zijn appartement ligt, mag niet in de krant, om mogelijke overvallers niet op slechte gedachten te brengen. Zelfs op het kantoor van Worldvision, midden in de stad, is niets te zien van het logo waarmee internationale hulpverleners zich doorgaans graag afficheren.

De noodhulp die organisaties als die van Koos Koen proberen te geven, blijft ondertussen in een land als Zuid-Soedan van grote betekenis. Circa een miljoen mensen zijn de afgelopen 2,5 jaar in eigen land op de vlucht geslagen. In Juba bijvoorbeeld zitten al tijden zogeheten IDP's, interne ontheemden, in tenten - zelfs op het terrein van een begraafplaats. En ruim eenderde van de Zuid-Soedanese bevolking geldt als 'zwaar voedselonveilig', hulpverlenersjargon voor: ze moeten blij zijn met één karige maaltijd per dag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden