Valse vertellers, lekkere weglezers

Eindelijk gerechtigheid voor Julian Barnes, maar hoe is het mogelijk dat de Man Booker-jury Alan Hollinghurst over het hoofd zag? Hans Bouman over hoogtepunten en miskleunen.

Het jaar 2011 ging in de Engelstalige boekenwereld op rumoerige wijze van start met de publicatie van Margaux Fragoso's Tiger, Tiger (Tijger, tijger): het verslag van een vijftien jaar durende liefdesrelatie tussen een oudere man en een piepjong meisje. Hoewel vormgegeven als een roman, betrof het hier een autobiografisch geïnspireerd relaas.


Sommige critici, onder meer in Groot-Brittannië, vergeleken het boek met Lolita, om vervolgens - hoe verrassend - tot de conclusie te komen dat Fragoso geen Nabokov was. Inderdaad kent de roman een niet altijd even consistent vertelperspectief en liepen de kinderlijke beleving en de wijsheid achteraf van de schrijfster elkaar soms in de weg. Wat niet wegneemt dat Tiger, tiger een indrukwekkend en bij vlagen hartverscheurend debuut is, met onmiskenbare literaire kwaliteiten.


In beginsel nog veel groter waren de literaire kwaliteiten van het postuum gepubliceerde The Pale King van David Foster Wallace (1962-2008). 'In beginsel', want het betrof hier een nog in de verste verte niet voltooide roman. Zelf merkte Wallace ooit op dat zijn werk in wording zou uitdraaien op een manuscript van 5.000 pagina's, waaruit hij vervolgens 90 procent zou wegsnijden.


Zelfs voor de grootste Wallace-kenner was het onmogelijk uit te maken hoe de nu gepubliceerde onvoltooide roman zich verhield tot wat de schrijver uiteindelijk voor ogen had gestaan. The Pale King imponeerde en intrigeerde door de ambitie die eruit sprak, maar liet de Wallace-liefhebbers tegelijkertijd in verwarring achter. Uiteindelijk was het minder een roman dan een indrukwekkende voetnoot bij een indrukwekkend schrijverschap. Het is geen toeval dat zowel Jennifer Egan als Jeffrey Eugenides in hun recente romans nauw verhulde hommages brengen aan Wallace.


Naast vertalingen van actuele romans zag 2011 fraaie Nederlandstalige uitgaven van bijna vergeten meesterwerken uit het verleden - hulde aan vertalers Marijke Emeis en Nele Ysebaert. Met Een speciaal soort voorzienigheid (A Special Providence, 1969) werd opnieuw een prachtige (en wederom uiterst sombere) roman van de Amerikaanse auteur Richard Yates uit het stof gehaald. De triomf van de roman zit hem in de wijze waarop Yates zijn twee gedesillusioneerde hoofdpersonen - zoon en moeder - tot complete en complexe personages maakt.


Een tweede bijzondere vertaling van een ouder literair werk betrof Sherwood Andersons Winesburg, Ohio, uit 1919. Het boek bestaat uit 24 verhalen die alle in het plattelandsdorp uit de titel zijn gesitueerd. Het zijn indrukwekkende portretten van hulpeloze kleinburgers, die zich krampachtig vastklampen aan hun eigen waarheid, die hun dromen hebben zien verdampen en gevangen zitten in een zinloos en verstikkend bestaan.


Na negen jaar was er in 2011 eindelijk weer een roman van Jeffrey Eugenides, Huwelijk. Het boek draait om de driehoeksverhouding tussen de slimme en belezen Madeleine Hanna, de ernstige, door religie en spiritualiteit gefascineerde Mitchell Grammaticus en de bij vlagen briljante, maar steeds heftiger aan bipolaire stoornissen lijdende Leonard Bankhead (in wie we karakteristieken van David Foster Wallace herkennen).


Huwelijk vertelt een fascinerend en bij vlagen aangrijpend verhaal, maar triomfeert vooral door de wijze waarop het deze drie personages uitwerkt.


De Man Booker Prize van dit jaar kende een wat merkwaardige shortlist, gedomineerd door 'lekkere weglezers', maar had in Julian Barnes een waardige winnaar. Na driemaal net naast de prijs te hebben gegrepen en voor zijn meesterlijke A History of the World in 10¿ Chapters niet eens te zijn genomineerd, kreeg Barnes voor The Sense of an Ending (Alsof het voorbij is) eindelijk de erkenning die hem al jaren toekomt.


De roman, met de onbetrouwbare verteller Tony Webster als centrale figuur, is een soeverein literair vormgegeven bespiegeling over de aard van de herinnering. De boodschap: wij zijn ons geheugen en ons geheugen zijn de herinneringen die we onszelf toestaan of die we kunnen verdragen.


En dan nu naar de drie absolute topboeken van 2011. De grootste literaire miskleun van het jaar was ongetwijfeld de beslissing van de Booker-jury om Alan Hollinghursts A Stranger's Child (Kind van een vreemde) geen plaats op de shortlist toe te kennen. Deze elegant geschreven roman bestaat uit vijf delen, die spelen tussen 1913 en 2008. In het eerste deel maken we kennis met de charismatische jonge dichter Cecil Valence. Als hij tijdens de Eerste Wereldoorlog om het leven komt, worden zowel Cecil als zijn gedichten gaandeweg steeds meer gemythologiseerd.


Hollinghurst speelt bekwaam met het feit dat de lezer meer weet dan de personages. A Stranger's Child is een boek over de ongrijpbaarheid van een werkelijkheid die wordt vervalst en gemythologiseerd door misverstanden, leugens en falende geheugens; over een verleden dat afhankelijk van de veranderende behoeften telkens opnieuw wordt herschreven.


Dé verrassing van het jaar was Skippy Dies (Skippy tussen de sterren) van Paul Murray. De roman speelt op een kostschool in Dublin. Hoofdpersoon Daniel Juster, bijgenaamd Skippy, valt in de eerste scène van het boek plotseling gorgelend op de grond en sterft. Daarna springt het boek enkele maanden terug in de tijd en krijgen we een afwisselend hilarisch en beklemmend verslag van het leven op een kostschool, waarin vriendschap, verliefdheid, terreur, machtspolitiek, seksueel misbruik, jeugdige overmoed, optimisme, drugsgebruik en tal van andere aspecten over elkaar heen buitelen.


Het eindresultaat: een verraderlijk soepel weglezende, regelmatig buitengewoon grappige, maar tegelijk ongenaakbaar schurende en bijtende roman.


A Visit from the Goon Squad van Jennifer Egan verscheen in de Verenigde Staten al in 2010, maar drong pas tot Nederland door toen haar in 2011 de National Book Circle Critics Award en de Pulitzer Prize werden toegekend. Dit najaar verscheen ook de Nederlandse vertaling: Bezoek van de knokploeg.


De roman telt in totaal dertien hoofdstukken, met telkens andere hoofdpersonen, gesitueerd in telkens een andere periode - van de late jaren zeventig tot grofweg 2020 - en met telkens een ander vertelperspectief. Egan hanteert daarbij met veel brille zowel de eerste als de tweede en derde persoon en het voorlaatste hoofdstuk bestaat zelfs uit een zeventig pagina's lange PowerPoint-presentatie.


A Visit from the Goon Sqad getuigt van lef, ambitie en een verbijsterende technische virtuositeit. Een minstens even belangrijke verdienste is echter het feit dat de lezer dit veelstemmige mozaïekwerk als een eenheid ervaart, en bij elk nieuw hoofdstuk, elke introductie van een nieuw personage, nieuwe omstandigheden, een nieuwe locatie, een nieuw tijdperk en een nieuw vertelperspectief, met toegenomen enthousiasme verder leest.


Kortom: Jennifer Egan schreef het boek van het jaar 2011.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden