Vallen je ogen dicht bij het kijken van een film? In deze bioscoop is dat juist de bedoeling

In slaap vallen in de bioscoop genant? Bij regisseur Weerasethakul is het juist de bedoeling. Thaise regisseur richt filmhotel in op IFFR: een slaapzaal uit een sprookje.

Het Sleepcinemahotel in het WTC in Rotterdam. Beeld Florian Braakman

'Ik hou van slapen in de bioscoop', zegt Apichatpong Weerasethakul (47), een paar uur voor zijn eigen filmhotel de deuren opent voor bezoekers van het International Film Festival Rotterdam. 'Het herinnert mij aan m'n kindertijd. Met mijn ouders naar films in de bios waar ik weinig van begreep - en dan wegdommelen.'

Met zijn Sleepcinemahotel heeft de Thaise filmmaker een opmerkelijk festivalhoogtepunt gecreëerd: een slaapzaal op de derde verdieping van het WTC Rotterdam, waar dertien betalende bezoekers per keer een nachtje mogen doorbrengen (à 75 euro, inclusief ontbijt) naast een urenlange beeldenstroom die wordt begeleid door het geluid van ruisende golven. Goede nachtrust allesbehalve verzekerd. In slaap vallen bij een film - voor de fanatiekere festivalbezoeker haast niet te voorkomen - wordt daarbij in één klap uit de taboesfeer getrokken. Dromen is immers niets anders dan filmen in je hoofd, zegt Weerasethakul. 'Ik vind het geen belediging als mensen tijdens mijn films in slaap vallen. Integendeel, mijn films geven je de ruimte om, als je na je bioscoopslaapje weer wakker wordt, het verhaal van de film te mengen met je droom.'

Misverstand

Al langer speelde hij met het idee om een hotel te bouwen in een bioscoop, om de droomwerelden van zijn personages zo goed mogelijk te verbinden met de dromen van zijn publiek. Toen een programmeur van het Rotterdam filmfestival hem vroeg een filmhotel te ontwerpen, was dit voor de filmmaker een logisch verzoek.

Voor de Weerasethakul zelf is de eerste nacht overigens geen bed beschikbaar, een misverstand tijdens het boeken. Hij was er graag bij geweest om direct het volume van de golven te controleren ('het liefst lekker hard, alsof je echt aan zee slaapt'), maar legt zich met een begripvolle glimlach bij de situatie neer. 'Als er geen bed over is houdt het op, toch?'

Overstroming

De slaapzaal oogt als hotel uit een fantasieverhaal: bedden op verschillende hoogten, gebouwd op steigerachtige buizenconstructies, met tegen het raam in de achterwand een cirkelvormig filmdoek. Wie voorbij het doek naar buiten kijkt, ziet nog net een sliertje van de naast het WTC gelegen Koopgoot. Op het doek: Nederlands oerbeeld van boten, vliegtuigen, slapende mensen, spelende dieren en vooral heel veel Noordzee, zorgvuldig samengesteld uit de archieven van het EYE Filmmuseum en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. 'Rotterdam is een havenstad', zegt de regisseur. 'Vandaar die zee.'

En, enigszins verontschuldigend: 'Misschien komt het omdat ik een buitenlander ben, maar als ik aan Rotterdam denk, zie ik een stad voor me die eens zal overstromen vanwege klimaatverandering. Deze beelden zijn ook te zien als voorbereiding op wat mogelijk komen gaat.'

Het Sleepcinemahotel Beeld Florian Braakman

Gesnurk

De selectie mist haar effect niet: al om middernacht word ik wakker uit een droom waarin de Koopgoot is veranderd in een rivier vol beukende golven ('kookgoot', schrijf ik onbewust in mijn aantekeningenboekje). Later die nacht beklimt een zwart silhouet de houten trap naar mijn bed en stiekem hoop ik dat een van Weerasethakuls droom-filmcreaturen mij met een bezoekje vereert. Maar als ik mijn ogen open zie ik het ronde doek met de Nederlandse kustlijn. Mijn Amerikaanse buurvrouw Vivian Ostrovsky (72), maker van experimentele films, bekent aan het begin van de nacht dat ze niets fijner vindt dan na een hazeslaapje te ontwaken in de cinema ('vooral in goede films'). Ze ligt een groot deel van de nacht op een stapel kussens direct onder het doek. Het zachte gesnurk van een buurman verderop mengt zich met de geluiden van golven uit de speakers. Ook festivaldirecteur Bero Beyer komt binnen, ergens gedurende de nacht.

In mijn hoofd is de volgende film alweer begonnen. 'Tijdens filmfestivals sluit je de dag rigoureus af als je hoofd het kussen raakt', zei Weerasethakul aan het begin van de avond. 'In mijn hotel krijg je veel meer ruimte om de dag te verteren.'

Vorige levens

Sinds de eeuwwisseling maakt de uit Thailand afkomstige regisseur Apitchatpong Weerasethakul naam met magische, meanderende films, zoals Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (winnaar Gouden Palm in 2010) en Cemetery of Splendour (2015). De grens tussen fictie en werkelijkheid, leven en dood en vooral ook waken en dromen bestaat in zijn films nauwelijks. In 2016 won Weerasethakul de Prins Claus Prijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden