Vakantie: verveling of avontuur?

Volwassenen verwachten iets anders van vakantie dan kinderen. Het moet zonnig zijn, ontspannend maar toch ook avontuurlijk, lui maar ook cultureel, met blauw zwemwater en zonder andere Nederlanders, en liefst hand in hand met iemand op wie je verliefd bent....

Kinderen hebben maar weinig nodig. Een beetje zand, zon en water. Het mag van hen ook best in de buurt zijn. Voor de allerjongsten is een dagje naar het strand al een drastisch avontuur, zoals Janine Schrama ons prachtig duidelijk maakt in Hé, stoute zee!, dat ze zowel schreef als illustreerde.

De tekst is voor peuters: 'Broem broem, zegt het autootje./ Op het dak ligt een speelgoedbootje./ Daan neemt ook zijn orka mee./ Die mag zwemmen in de zee.' Het ietwat onhandige rijm doet aan Nijntje denken. Je struikelt er een beetje over. Het dwingt je te zoeken naar de juiste manier om ze voor te lezen. Maar net als bij Dick Bruna, maken de illustraties alles goed. Niet babyachtig, maar trefzeker, kleurig, zonnig en vrolijk geschilderd. Ze laten mooi zien hoe wanhopig de peuter Daan zijn orka nakijkt, die door de stoute zee is meegenomen. Een prachtig vakantieboek voor de allerkleinsten.

'Voor alle kinderen die stilletjes in een hoekje zitten', staat voorin Julia en de domme schapen. En voor hen (tot een jaar of acht) die níet stil in een hoekje zitten, zou je erbij willen zeggen. Wat een fantasierijk prachtboek is dit, geschreven en geïllustreerd door de Zweedse Pija Lindenbaum.

Julia en de domme schapen gaat over Julia die zich een beetje ontheemd voelt. Ze is namelijk niet thuis, ze logeert al dagen in een huis dat het Hotel heet. Er zijn geen kinderen en er is geen zandbak. Er zijn alleen grote mensen die vreemd praten en de hele dag in badpak en zwembroek rondlopen. Een illustratie toont Julia op het balkon van zo'n Torremolinos-achtige witte flat, waar het zonnige leven zich rond het betegelde zwembad afspeelt.

Het is warm, wat je ook doet. Dan spring je toch in het zwembad?, zegt mamma. Alle kinderen zwemmen graag, zegt pappa.

Van Julia hoeft dat niet. Ze houdt van graven, bijvoorbeeld in de zandbak van de crèche. Aan de achterkant van het hotel ontdekt ze een paadje naar een plek met wat zand. Zand! Ze graaft een kanaal voor een vrachtschip en wat kuilen voor zeemeerminnen.

Tot zover is er sprake van een aardig, prachtig geïllustreerd kinderstrandboek. Maar dan ontdekt Julia een klein eiland, waarop plukjes wolk liggen. Wolk? Het blijken oververhitte schaapjes te zijn, die nodig door Julia moeten worden geholpen. Ze dompelt ze in het water om ze te koelen, legt ze te drogen en laat ze fijn door het zand scharrelen.

De schapen zeggen 'Fttt-ftt-huhu'. Julia maakt daaruit op dat ze moeten worden gemolken. Er staan emmertjes tussen de struiken. Ze melkt de schapen, zoekt eten, voert ze en helpt de dieren (en zichzelf) en passant van hun watervrees af.

Een fantastische dag. Toch zal ze blij zijn als ze weer met Floor, Marleen en Matthijs in de zandbak van de crèche kan spelen.

Ook de ongeveer elfjarige Jonas en Rosa uit Hoe overleef ik mijn vakantie? hebben niet om een lang verblijf in het buitenland gevraagd. De schrijfster Francine Oomen maakt een geheel eigen soort kinderboeken, waarin verhaal en fantasie met praktische raad worden gemengd. De geestige illustraties zijn van Annet Schaap. Hoe overleef ik de brugklas? en Hoe overleef ik mijn eerste zoen? zijn eerdere voorbeelden van dit genre.

De ouders van Jonas en Rosa vieren vakantie op het eiland Corsica. Jonas heeft wel toffe ouders, maar Rosa is ontevreden. Haar ouders zijn pas gescheiden, haar broer woont bij zijn vader - hij is ouder dan twaalf en mocht dus zelf kiezen - en haar moeder heeft een nieuwe vriend. Aan Rosa is niets gevraagd, ze mist haar vader erg en geeft haar moeder de schuld van alles. Ze is dwars en heeft er helemaal geen zin in aardig te doen tegen moeders vriend.

Jonas heeft medelijden met Rosa en probeert contact te zoeken. Allebei vinden ze de vakantie saai. Jonas wil meer drukte en avontuur. Ze spreken af voor de volgende ochtend. Ze doen wat croissants en potjes jam in een rugzak en gaan vroeg op pad.

Het wordt iets avontuurlijker dan ze hadden gedacht. Ze worden door onweer overvallen en verdwalen. Hier geeft de schrijfster haar eerste tips. Welke schoenen kun je het beste dragen op een lange wandeling? Wat is handig om mee te nemen? Kaart, kompas, zonnebrand, zaklamp: Oomen somt ze op, en legt de werking uit.

De kinderen vinden een schuilplaats in een grot en begrijpen dat ze niet voor het donker terug kunnen zijn. Jonas heeft een briefje achtergelaten dat hij is wandelen, Rosa niet. Zou haar moeder ongerust zijn, of zou ze juist blij zijn dat ze van haar af is?

Voor de avonturiers is de tocht daarmee nog lang niet ten einde. Ze maken nog veel meer mee. Jonas belandt in een dierenval, Rosa raakt gewond bij het oversteken van een rivier (volgt goede raad over het oversteken van een rivier en eerste hulp bij kleine verwondingen). En ze zoeken eten (tips over eetbare vruchten, het maken van een vuurtje en zelfs een nogal achteloos gebrachte tip over het maken van een val, het doden en villen van een daarin gevangen konijn, dat je op een vuur kunt roosteren).

Wat Jonas en Rosa beleven, is nogal ruig en bepaald niet zoetsappig. De kans lijkt klein dat kinderen al die tips in de praktijk nodig hebben. Maar dromen over zo'n tocht kan geen kwaad. Dit is écht een leuk boek om door een eindeloze vakantie heen te komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden