Vakantie in de Krajina

De Krajina, het aan Bosnië grenzende deel van Kroatië, was een jaar geleden het toneel van een der grootste volksverhuizingen uit de Joegoslavische oorlog....

HANS MOLEMAN

De kleuter is wat van de Mercedes weggedribbeld, naar het verwoeste huis aan de rand van de parkeerplaats. 'Mammie, kijk eens, d'r liggen poppen binnen. Ze zijn helemaal zwart.'

'Kom onmiddellijk hier', roept moeder boos. 'Daar moet je niet komen, dat is vies'. Haar man, die ongeïnteresseerd een sigaretje staat te roken bij de auto, krijgt het ook te verduren. 'Ik had je toch gezegd dat we hier niet moesten pauzeren. Wir gehen jetzt weiter.'

Scène uit een vakantie in Kroatië, zomer 1996. Plaats van handeling: de E71, de snelste route van de hoofdstad Zagreb naar de Adriatische kust, naar Split en Dubrovnik. Een rustplaats langs de weg, waar ooit een welvarend restaurant de toeristen van hun natje en droogje voorzag.

Nu is de gostiona uitgebrand. Het metalen staketsel van het zonnescherm ligt kreupel over het terras. Een paar meter verder racen de auto's voorbij, richting de verkoelende zee. Ze komen uit zuidelijk Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Polen, uit Nederland ook, of uit Kroatië zelf.

Een enkele toerist maakt de vergissing te stoppen op de macabere parkeerplaats. Op de lange ruk naar de vakantiebestemming moet toch ergens worden gepauzeerd. Misschien weten ze niet eens dat dit de Krajina is, het gebied dat het Kroatische leger precies een jaar geleden heroverde op de Serviërs.

De streek schuin onder Zagreb leent zich nog niet zo voor een toeristisch verblijf, met zijn verbrande huizen en ontvolkte, geplunderde dorpen. Dat heeft de Kroatische regering er niet van weerhouden de Krajina weer volop in gebruik te nemen als toeristische aanvoerroute naar de kust. De E71 is van een verse laag asfalt voorzien, de wegmarkering is opnieuw in de verf gezet. Waar vorig jaar augustus nog lange kolonnes Servische vluchtelingen een goed heenkomen zochten voor de oprukkende Kroatische troepen, dendert nu zonzoekend Europa langs.

De toeristen trekken blind door etnisch zuiver terrein. Met een paar uur hebben ze de Krajina achter zich. Dan doemt het blauwe water op, waar Kroatië oogt zoals het zichzelf het liefst ziet. Een land van zon en zee, dat vijf donkere oorlogsjaren definitief achter zich heeft gelaten en zo snel mogelijk weer wil meegenieten van de Europese welvaart.

Het herstel van het toerisme gaat daarom boven alles. Toerisme was de belangrijkste bron van inkomsten in Joegoslavië voor de oorlog het land verscheurde. De scheuring heeft een ongelijke verdeling opgeleverd van de trekpleisters: de Serviërs en de Bosniërs hebben het minder aantrekkelijke binnenland, de Kroaten Die Adria, de lucratieve, langgerekte kust. Plus de fraaie meren en watervallen van Plitvice, midden in de Krajina.

En dat alles 'Wenige Autostunden von zuhause', zoals de nieuwe folder van de Kroatische VVV's werft. 'Wist u eigenlijk hoe dicht Kroatië bij het centrum van Europa ligt. Van Muëchen naar Zagreb is 576 km, van Wenen 371 km, van Graz slechts 188 km.' De toeristische autoriteiten laten wijselijk in het midden dat het na Zagreb nog een lang eind is over een krappe tweebaansweg door de desolate Krajina, voordat de zee in zicht komt.

In de vetste jaren trok Kroatië (de folder: 'Een van de jongste landen van Europa, met 4,8 miljoen inwoners en een parlementaire democratie') zo'n tien miljoen toeristen. 'We verwachten nu nog betere jaren.'

Precies een jaar geleden, begin augustus 1995, werd het gewelddadige voorwerk verricht voor het herstel van de goede oude tijd. Het Kroatische leger bereidde zich in juli voor op een bliksemactie ter bevrijding van de Krajina, dat in het begin van de oorlog door de Serviërs was bezet. De operatie 'Storm' was een groot succes: in amper een week rolden de Kroaten de Krajina op. Met minimale verliezen.

Het was een slimme zet van president Franjo Tudjman. Hij wist dat de Serviërs in de Krajina militair zwak stonden. Tudjman wist ook dat hij op de stilzwijgende instemming van Europa en de Verenigde Staten kon rekenen. Die zagen graag dat de halsstarrige Serviërs een lesje werd geleerd. Bovendien hadden ze Kroatië hard nodig als aanvoerlijn voor de vredestroepen in Bosnië.

De Kroatische leiders liepen over van zelfvertrouwen toen de aanval zo'n snel succes bleek. Hier had niet alleen Kroatië gezegevierd, maar de gehele Europese beschaving, zo viel in die euforische augustusmaand in Zagreb te beluisteren. Tudjman en zijn partij, de sterk nationalistische HDZ, claimden opeens het West-Europese cultuurgoed te hebben verdedigd tegen de 'barbaarse' Serviërs. Dat zijn immers Slaven. Halve Russen. De claim werd geuit met hetzelfde verbijsterende gemak als waarmee de leiders de fascistische collaboratie van Kroatië in de Tweede Wereldoorlog plegen te verdoezelen.

In die staat van overmoed organiseerde het leger een paar dagen na operatie Storm excursies per bus voor journalisten naar de bevrijde Krajina. De 'Tudjman Tours', zoals de propagandatochten al snel heetten bij de buitenlandse pers, waren bedoeld om te tonen hoe het volgens minister Susak van Defensie 'professionele, gedisciplineerde' Kroatische leger de Krajina van de Slavische tirannie had bevrijd.

De bussen reden langs Servische dorpjes als Plaski, waar de orthodoxe kerk nog ongeschonden was, en Kroatische dorpen als Saborsko, waar van het katholieke godshuis een ruïne resteerde. De boodschap was duidelijk: het beschaafde Kroatië, met zijn West-Europese cultuur, verwoest de bezittingen van de vijand niet.

Maar de regie van de propaganda faalde naarmate de tocht vorderde. Langs de weg doken dronken Kroatische soldaten op, die brandschattend een spoor van terreur door het bevrijde gebied trokken. De legergids voor in de bus werd er stil van. Het waren slechts incidenten, de schuldige militairen zullen worden gestraft, suste de regering later.

Het bleken echter geen incidenten. Het was een bewuste campagne om de terugkeer van de 150 duizend Servische vluchtelingen praktisch onmogelijk te maken. De Kroatische misdadigers die de Russische tactiek van de verschroeide aarde toepasten, zijn ongemoeid gelaten.

Op een enkeling na, zoals ex-sodaat Ivica Petric. Een Kroatische krant meldde onlangs dat hij zes jaar cel kreeg wegens moord op een achtergebleven Serviër in het dorpje Zrmanja bij Knin, de hoofdstad van de Krajina. Zes andere Kroatische ex-militairen die waren aangeklaagd wegens moord op zestien oudere Serviërs in twee andere dorpen, werden vrijgesproken 'wegens gebrek aan bewijs'.

Bijna een jaar later rijd ik de route van de Tudjman Tours opnieuw. Het Kroatische spookdorp Saborsko is duidelijk veranderd. Het is een langgerekte bouwstraat geworden. Langs de weg door het zachtglooiende landschap staat overal nieuwbouw. Door het wederopbouwprogramma van de Kroatische regering zijn de ruïnes afgebroken en verrijzen er op de oude fundamenten nieuwe casco's in rode steen. De bewoners moeten hun huizen zelf afbouwen.

In Plaski staat de orthodoxe kerk er nog net zo bij als toen. De deur ligt eruit, binnen liggen bakken met cementgrondstof. 'De Serviers waren vorig jaar begonnen met een restauratie. De kerk is niet aangeraakt sinds ze gevlucht zijn', zegt de Kroatische overbuurman. Hij heeft het café bij het kerkplein weer in bedrijf genomen. 'De vorige eigenaar was een radicale Serviër, die is gevlucht.' Het dorp, vroeger overwegend Servisch, herbergt nu veel Kroaten, maar her en der staan nog huizen leeg.

De binnenweggetjes achter Plaski bieden een lugubere aanblik. De boerderijen die vorig jaar in brand stonden, zijn nu verkoolde skeletten waar het onkruid heerst. Kapot huisraad ligt er nog precies zo bij als vorig jaar, toen het plunderen net was afgelopen. Overal heerst doodse stilte. Een Kroaat in een dure Duitse cabriolet racet voorbij.

Wat verder passeert de E71. Het is druk, het begin van het weekend. Ik voeg me in de lange stoet van auto's naar de kust. De weg voert omhoog, de bossen en de bergen in van het Nationaal Park Plitvice. De Servische bunkers bij de ingang van het park zijn verdwenen. In Plitvice kan worden overnacht, zo heeft de VVV in Zagreb verzekerd. Hotel Bellevue is weer in bedrijf.

Op de parkeerplaats van het hotel is het vol. Kroatische, Duitse, Italiaanse, Nederlandse kentekens. De toeristenwinkel en de snackbar aan de overkant van de weg zijn open, het plein ernaast wordt ingenomen door campers. De toeristenwinkel verkoopt T-shirts van de Plitvice Marathon, die later deze zomer wordt gehouden. De menukaart van het restaurant prijst de machtige Plitvice-schnitzel aan.

De volgende dag blijkt dat het park de oorlog relatief onbeschadigd is doorgekomen. Plitvice is een uniek gebied, met zijn trapsgewijze tussen de bergen gedrapeerde meren en watervallen. Het staat zelfs op de lijst van beschermde natuurgebieden van de Unesco. Het bootje dat over het meer naar het begin van de waterval-wandeling vaart en de ijsco-kar bij de steiger doen goede zaken. Werklieden zijn andere scheepjes van roest aan het ontdoen. 'Mooi is het hier hè, zegt een Oostenrijker tegen zijn vrouw, als we over een pad van houten stammetjes de eerste waterval naderen.

Luka uit Zagreb is met zijn vriendin ook een weekendje weg naar Plitvice. Voor het eerst sinds de oorlog. Hij is een Kroatische yup; marketingdeskundige, specialiteit: schoenen en vlees. Zijn zilverkleurige Audi met telefoon is vlak bij de hotelingang geparkeerd. Plitvice is goed tegen de stress van het werk, zegt hij. Een beetje wandelen, een beetje niksen.

Het is volgens hem goed dat de regering de buitenlandse toeristen weer naar Kroatië lokt. Het leven moet weer normaal worden, en dat kan niet zonder het geld dat zij binnenbrengen. Maar de regering overdrijft wel een beetje. Toen Luka uit Zagreb de snelweg naar Karlovac wilde opdraaien, werd hij door de politie tegengehouden. Al het lokale verkeer moest een B-weg nemen, om ruim baan te maken voor de jakkeraars van Duitsland naar de kust.

Hij heeft zoals meer jongeren uit Zagreb tegenstrijdige gevoelens over zijn land. Aan de ene kant is er nationale trots. Trots dat het nationale voetbalteam hoog eindigde bij de Europese kampioenschappen deze zomer. 'Toen voelden we ons goed. Kroatië mag een klein land zijn, we spreken een woordje mee.' Hij grinnikt. 'Ik heb ook Forza Hrvatska lopen roepen op straat.'

Zo was de herovering van de Krajina voor Luka op zichzelf ook iets om trots op te zijn. 'Ons leger heeft de Serviërs verjaagd. Dat was een efficiënte operatie. Maar vervolgens stond de legerleiding toe dat er geplunderd en gemoord werd. Dat was zo ongelofelijk stom. Zo verknal je je gunstige imago weer.'

Ze weigeren het te snappen, de leiders in Zagreb, denkt hij. 'Ze zeggen dat we een democratie zijn, dat Kroatië bij het beschaafde Europa hoort. En wat doet Tudjman? Hij trekt een mal wit uniform aan dat stijf staat van de medailles, waardoor hij op een Zuid-Amerikaanse dictator lijkt. Hij probeert de kritische media het leven onmogelijk te maken. Hij dwarsboomt de democratisch gekozen oppositie in de gemeenteraad van Zagreb.'

Tudjman en de zijnen zijn bang de macht kwijt te raken, hun privileges, hun duistere zakendeals. 'De HDZ-kliek kan nu jagen in het donker, ze willen niet op hun vingers worden gekeken.' Kroatië wil qua welvaart op Duitsland lijken, qua levensstijl op Italië, maar het blijft voorlopig Balkan, besluit Luka. 'En zo rommelen we maar verder.'

De jonge generatie zou volgens hem wel anders willen. 'Maar ook wij vinden geld verdienen het belangrijkste.' Hij wijst met een cynisch lachje naar zijn Audi. 'Dat geldt ook voor mij.'

We gaan nog even kijken in Petrovo Selo, Petrusdorp, het Servische dorp aan de voet van de bergen die uitkijken op de hoogvlakte van Bihac. Vorig jaar bracht de regeringsbus ons triomfantelijk naar deze Moslim-enclave, die net bevrijd was van jaren van Servische omsingeling. In het dorp waren toen beelden te zien uit een wrede cyclus. Moslims uit de tien kilometer verder gelegen stad Bihac waren druk bezig de huizen van hun gevluchte omsingelaars te plunderen. Boerenkarren volgeladen met huisraad en zakken voedsel, met tanige, zwaaiende mensen erbovenop.

Nu is het doodstil in het dorp. De huizen staan er net zo bij als toen de bewoners in overhaaste vlucht voor het Kroatische leger naar Servië trokken. Deuren staan open, overal liggen restanten inboedel die de overwinnaars niet de moeite waard vonden. Over een balkon hangt nog steeds een stapel beddengoed, nu verbleekt door zon en regen.

Alleen het politiebureau lijkt op het eerste gezicht bewoond, samen met het café ertegenover. In de schaduw van een boom zitten een paar mannen aan het bier. Ze jennen de uitbater als ik informeer of dit ook voor de oorlog al zijn café was. Jazeker, zegt hij. 'Dat is niet waar. Je hebt er een Serviër voor gedood.' Beng, doet een uit de kluiten gewassen politieagent. De cafébaas lacht als een boer met kiespijn.

Er blijken toch een paar gezinnen in Petrovo Selo te wonen. Het zijn Kroaten uit Vaganac, een dorp een paar kilometer verderop. Ze zijn tijdelijk in de beste Servische huizen getrokken. 'Ik verhuis zodra mijn eigen huis weer is opgebouwd', zegt een vrouw. 'Dit najaar, hoop ik.' In een zijstraatje is een man iets uit een landbouwmachine aan het slopen. 'Dit heeft Ivan Strk uit Vaganac gedaan', staat met grote letters gekalkt op de deur van een leeggehaalde garagewerkplaats.

Even later komt de politieman me tegemoet. Hij wil weten wat ik hier eigenlijk kom doen. Een verhaal over de nieuwe Krajina, verklaart mijn tolk. We krijgen het voordeel van de twijfel. Als we maar weten dat fotograferen verboden is in Petrovo Selo. We lopen verder, naar de plaats waar een jaar geleden het lijk van een Servische soldaat langs de weg lag. Er staat nu een houten kruis met de aanduiding 'NN 7'.

Bij het café komt een witte Renault 4 aanrijden. Een stevige jongen met gemillimeterd haar stapt uit, doet een paar wankele stappen en ploft aan ons tafeltje neer. Zijn ogen staan wazig van de drank. Ongevraagd steekt hij van wal. 'Ik ben naar Bihac gereden, alleen. En naar Plitvice, alleen.' Op de vraag hoe hij heet, geeft hij geen antwoord. 'Ik ben sergeant in het leger. Ik heb gevochten voor de bevrijding van de Krajina. Niemand luistert naar me, niemand begrijpt me.'

Hij richt z'n aandacht geheel op m'n tolk. Zou ze niet met hem mee willen? Ze probeert hem te negeren, met een mengeling van medelijden en afgrijzen. Dan draait hij zich naar mij. Ouwe rockmuziek, daar houdt hij van, brabbelt hij. 'Deep Purple is goed. Bruce Springsteen.' Hij probeert wat te neuriën. 'Smoke on the water. Sweet home Alabama'. Hij valt stil, staart een tijdje voor zich uit, zwalkt weer naar zijn auto. In een stofwolk verdwijnt hij richting E71. 'Post-traumatische-stress-stoornis', luidt de diagnose van de tolk. 'Zo lopen er meer rond. Ze zuipen zich klem om te vergeten wat ze hebben gedaan.'

Het herstel van het toerisme in het eerste jaar na de oorlog vordert aardig, vertelt de receptionist van hotel Bellevue bij mijn vertrek. In Plitvice zitten ze al weer op de helft van het vooroorlogse niveau. Aan de kust gaat het nog beter. Forza Hrvatska.

Hans Moleman

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden