Wim en Hans Faber

Interview Wim en Hans Faber

Vader Wim en zijn broer Hans Faber over de moordzaak: ‘Wat als straks Annes dood is vergeten?’

Wim en Hans Faber Beeld Linelle Deunk

De rapporten zijn vernietigend, de politiek heeft ‘onthutst’ gereageerd, dader Michael P. zit vast. En nu ligt er een boek van de familie van Anne Faber over de moordzaak. Want de echte verantwoordelijken lijken ermee weg te komen, vrezen vader Wim en zijn broer Hans Faber.

Op tafel bij Wim ­Faber ligt een wit boek met gouden letters. ANNE, staat er. Precies dezelfde letters als op haar geboortekaartje.

‘Normaal’, zegt zijn broer Hans, ‘is een schrijver gelukkig als zijn boek er eenmaal ligt.’

Maandenlang sloot hij zich op om direct en glashelder te beschrijven hoe alles veranderde na 29 september 2017. De dag waarop zijn nichtje Anne – Wims dochter – werd verkracht, ­gedood en begraven door Michael P.

Ze weten dat de zaak naar de achtergrond zal verdwijnen. Als in mei het hoger beroep van P. is geweest, zal de rest van ­Nederland hen langzaam vergeten. Zal het verhaal van Anne ­Faber een vage herinnering worden. En zullen de schuldigen hun leven voortzetten.

Daarom moest dit boek er wel ­komen. Daarin beschrijft oud-journalist Hans Faber het leed van de familie, de zoektocht naar de waarheid, de onvoorstelbare gruwelen van Annes dood, de censuur daarvan in politiek en media, de confrontatie met ­Michael P. en het uitblijven van de afrekening.

Dit boek, zeggen de twee broers, is een monument en een waarschuwing ineen.

De rouw

‘Lieve, lieve allemaal’, sprak Elze. Ze stond in het midden van de grote groep mensen. Het geroezemoes verstomde, de blikken draaiden haar kant op. ‘Wat mooi om jullie allemaal te zien op de geboortedag van onze Anne. Het is verdrietig, maar ook fijn om op deze dag samen te zijn. Anne zou vandaag 27 zijn geworden, maar blijft voor altijd 25. Ook als alle leeftijdsgenoten van Anne er straks net zo uitzien als Wim en ik, dan zal Anne in onze gedachten nog altijd in de bloei van haar leven zijn. Even grappig, slim, beeldschoon, lief, sprankelend en stralend, even jong… 25 jaar oud.’

Terwijl ze sprak gingen obers rond met glazen cava. Ook Wim kreeg een glas in zijn handen geduwd. Het voelde vreemd. Wat hem betreft was een fles wodka meer op zijn plaats geweest.

Wim: ‘Die fles wodka is typerend voor het dubbele gevoel dat ik had om daar te zijn. Het was in restaurant Vuur, de plek waar we elke dag samenkwamen om naar Anne te zoeken. Het was vanzelfsprekend om daar weer heen te gaan. Maar ja, wat moet je op zo’n moment doen? Vieren? Herdenken? Huilen? Neervallen?’

Hans: ‘Wat Elze (moeder van Anne en ex-vrouw van Wim, red.) hier zegt, is dat ze, ondanks alles, haar gevoel niet is verloren.’

Wim: ‘Toen ik erheen reed, zag ik de plek waar Anne haar laatste selfie maakte. Moet je dan cava drinken? Daar twijfel ik aan. Maar ik twijfel ­eigenlijk overal aan.’

In het boek beschrijft Hans hoe zowel Elze als Wim na het verdwijnen van Anne niets meer voelt. Als machines opereren. Broer Wim dempt zijn verdriet een tijdlang met sterke drank. Wodka.

‘Verdoving’, zegt Wim. ‘Vluchtgedrag. Om de drank te compenseren rende ik elke week een halve marathon. Ik heb weinig troost aanvaard, nog steeds niet. Ik wil eerst antwoorden.’

De schuldigen

Wim klampte zich maandenlang vast aan een ritueel. Hij stond op, pakte zijn laptop, klapte hem op de eettafel open en tikte op Google ‘Anne Faber’ in. Via de nieuws-zoekfunctie zag hij de laatste verhalen. Pas als hij alles had gelezen, maakte hij zijn ontbijt klaar. Maandenlang ging het zo. ‘Ben je weer aan het hamsteren?’, had Alice (van Slachtofferhulp, red.) tijdens een van de wandelingen in het Sonsbeekpark tegen hem gezegd. ‘Je blijft jezelf helemaal volzuigen met informatie. Net zolang tot je helemaal vastzit.’

Hans: ‘Dat zag ik natuurlijk gebeuren. En ik begreep zijn behoefte enorm. Maar het is zo veel en zo groot, dat ik ook dacht: je hoeft het niet in je eentje te doen. Anders blaas je jezelf op.’

Wim: ‘Mijn probleem was dat ik al heel snel doorhad dat er van alles was misgegaan. Ik wilde weten waarom.’

Hans: ‘Er is een periode geweest dat we extra op Wim hebben gelet. Maar het had geen enkele zin om hem tegen te houden. Bovendien kreeg hij gelijk. Er zijn allerlei fouten gemaakt. Maar die conclusie maakte hem ook prikkelbaar. Hij werd boos op de mensen die hij liefheeft.’

Wim: ‘Op een gegeven moment herkende ik het mechanisme: het ­risico is verwijdering, dat mensen om je heen weggaan. Ik heb nog steeds moeite om lichtheid te verdragen.’

De gruwelen

Over het meest gruwelijke, dat wat het meest pijn doet, wordt gezwegen. Tijdens de vele gesprekken die ik met professionals, familieleden en vrienden had, is veel besproken, maar viel het stil als het over Annes leed ging. Een diepgaand gesprek over wat er werkelijk is gebeurd, heeft nooit plaatsgevonden, niet met Elze, niet met Rogier (de zoon van Wim en Elze, red.), niet met mijn vriendin Barbara, niet met vrienden, niet met de professionals en evenmin met mijn psycholoog. 

Wim: ‘De psycholoog vroeg me terug te gaan naar de momenten die Anne heeft meegemaakt.’

Hans: ‘Wij hebben allebei het hele politierapport gezien. Ik weet dat hij het heeft gelezen, hij weet dat ik het heb gelezen: die hele lange lijst met verwondingen. Maar je kunt het niet uitspreken. Je brein werkt zo dat je er niet over kunt praten.’

Wim: ‘Ik merkte dat ik het niet kon denken.’ Eerder vertelde Wim dat hij álles wilde doorleven wat zijn dochter had moeten doorstaan. Dat hij niet wilde wegkijken.

Wim: ‘Ik probeerde Annes pijn over te nemen. Naast haar te staan. Maar ik weet nu dat je op een bepaald punt niet verder komt. Dan kun je het niet meer bevatten en is dat de grens. Daar moet ik in berusten.’

De censuur

‘Weet je wat me opvalt?’, zei Wim op een gegeven moment. ‘Die journalisten zijn de hele tijd op Twitter bezig. Iedereen kan live volgen wat er in de rechtszaal gebeurt. Maar als het over de details van de moord en verkrachting gaat, zijn ze stil…’

‘Ze houden rekening met de ­nabestaanden. Met ons’, zei ik. ‘Dat begrijp ik’, zei Wim. ‘Ik zeg ook niet dat ik wil dat die details worden gedeeld. Het enige wat ik me afvraag, is hoe mensen dan kunnen beoordelen of een eis of straf terecht is. Ik bedoel: iedereen heeft het over Anne en P., maar niemand weet wat er echt is gebeurd. Niemand ziet de feiten onder ogen. Is dat een blijk van beschaving? Of kijken we met z’n allen liever weg?’

Wim: ‘Hiddema heeft dit in de Tweede Kamer terecht aangestipt. Ik vind dat de Kamervoorzitter hem niet had mogen terugfluiten, ondanks de pijn voor de familie.’

Kamerlid Theo Hiddema (FvD) besprak onlangs gruwelijke details van P.’s eerdere verkrachtingen tijdens het debat over de fouten rond zijn detentie. Annes moeder Elze liep weg uit de zaal. Hiddema kreeg forse kritiek.

Wim: ‘Hiddema had gewoon moeten zeggen wat hij wilde. Hoe pijnlijk ook, alles wat hij zei, klopte. Het allerergste vind ik wegkijken en doen alsof het allemaal maar een abstract gebeuren is. Zo geef je iedereen de mogelijkheid om het niet te hoeven weten. We moeten het beest in de bek kijken.’

Hans: ‘Ik zat in de Kamer en voelde het ongemak bij de aanwezigen.’

Wim: ‘Je zag meteen de shock in de Kamer, toen ze dit hoorden. Het was bijna paniek. Dat is een teken dat er iets niet in de haak is, dat politici onvoldoende geïnformeerd zijn. Zelf ben ik niet naar het Kamerdebat gegaan omdat ik al wist wat er zou gebeuren. Dat er niet genoeg doorgevraagd zou worden en dat de echte verantwoordelijken ermee weg kwamen: de bestuursvoorzitter van ­Fivoor (de kliniek in Den Dolder, red.), de directeur van de gevangenis in Vught, de rechters.’

De confrontatie

Een week voor de zitting plaatsvond zat ik op de bank bij Carmen, een coach en therapeut die ik (Hans, red.) wel vaker raadpleegde. Ik vertelde haar over P. Ze hoorde me aandachtig aan. Na een halfuur te hebben gepraat, vroeg ze: ‘En? Hoe wil je nu in die rechtszaal zitten? Wat wil je uitstralen als je daar zit?’ ‘Dat ik me niet laat intimideren.’ ‘Dat moet je nou juist níét doen!’, zei Carmen. ‘Dat is macht ­tegen macht. Dat is hij gewend. Z’n hele leven al. Dat ga je niet winnen.’ 

Wim: ‘Ik zat niet in de zaal. Ik vind dat niemand van mij kan verlangen om met P. in één ruimte te zijn, terwijl ik op mijn stoel blijf zitten.’

Hans: ‘P. zat onder de pijnstillers. Eén keer keek ik opzij en keek hij mijn richting op. Maar hij loenst, dus ik weet niet of hij mij aankeek.’

Wim: ‘Ik heb wezenloos gekeken. Het contrast tussen die overgeciviliseerde wereld van de rechtszaal, waarin iedereen op zijn stoeltje zit en netjes tijdens zijn beurt spreekt, versus de totale chaos van wat er werkelijk had plaatsgevonden. Dat heb ik intens gevoeld.’

Een half jaar na Annes dood vroeg de recherche aan Wim of hij een excuusbrief van de familie van P. wilde ontvangen. ‘Daar had ik geen behoefte aan’, zegt Wim. ‘Pas later werd me duidelijk dat zijn familie bij zijn eerdere rechtszaak niet had meegewerkt aan het omgevings­onderzoek, waardoor het moeilijker werd hem tbs op te leggen. Dat ze dus medeverantwoordelijk zijn voor alles. Het lijkt zo onschuldig, een brief, maar het wordt heel anders met die wetenschap.’

De afrekening

Anne krijgen we er niet mee terug, maar door open te zijn over wat haar, haar ­nabestaanden en vrienden is overkomen, kunnen toekomstige drama’s en trauma’s hopelijk worden voorkomen. Daarom dit boek.

Wim: ‘Tot nu toe heeft niemand de verantwoordelijkheid genomen. Ja, minister Dekker, maar hij was geen minister toen het gebeurde. Er liggen allerlei verbeterplannen, morgen is alles anders. Maar het waren niet alleen systemen die faalden, er waren mensen bij betrokken.

Hans: ‘Ik hoop dat werknemers in de forensische zorg hun vak serieus gaan nemen. Ik hoop dat rechters die een zaak behandelen en op tijd naar huis willen, toch extra ­onderzoek doen naar de verdachten. Ik hoop dat advocaten hun cliënten niet langer adviseren te zwijgen om zo tbs te ontlopen. Als ze het boek lezen, dan weten ze: dit is wat je kunt veroorzaken. Dit is wat er kan gebeuren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden