Vader van de kunstnier

De Nobelprijs heeft hij nooit gekregen, wel zijn eigen festival. 'Levende legende' Willem Kolff, voor even terug in Nederland: 'Een werkend apparaat maken, dat is het enige dat counts.'..

'Dit is belangrijk, even luisteren.'

Tussen hapjes yoghurt door en brood zonder korstjes, laat Willem Kolff zich niet van zijn betoog afbrengen. De 92-jarige uitvinder van de kunstnier, de hartlongmachine en het kunsthart – aanspreektitel dokter – laat zich niet de mond snoeren. Al zeker niet als vragen en interrupties nagenoeg langs hem afglijden doordat zijn gehoorapparaatjes in de slaapkamer zijn achtergebleven.

Als dat euvel is hersteld, valt het desondanks niet mee, te communiceren met een kauwende beroemdheid die liever vertelt dan vragen beantwoordt. Die bovendien na ruim vijftig jaar verblijf in de VS weliswaar nog behoorlijk Nederlands spreekt, maar af en toe wel naar woorden zoekt. En het tijdschema is krap bemeten, radio en tv staan al te dringen.

Hier in een hotel in de oude Hanzestad Kampen wordt een ster gelanceerd, geen jonge idol maar een voorzichtig met een stok schuifelende iets gebogen man met een pluizig ringbaardje die op z'n Amerikaans gekleed gaat: lichte hardloopschoenen onder een stemmig zwarte broek.

Maar ook zijn lichamelijke malheur is hem aan te zien. Hij oogt broos, de oren willen niet meer, de vroeger onafscheidelijke bril is verdwenen omdat hij daarmee toch nauwelijks iets ziet. En tot overmaat van ramp heeft Kolff last gekregen van een oorontsteking en is een brug tussen twee kiezen kapotgesprongen. De 'vader van de kunstorganen', zoals hij wel wordt aangeduid, is zelf een wandelend uithangbord voor de feilbaarheid van het menselijk lichaam.

Dat belet hem niet middelpunt te zijn bij het vorige week in Kampen georganiseerde Kolff-festival. Onder meer met twee fandagen: voor nierpatiënten die in groepjes de hand mochten drukken van hun held. Tweehonderd belangstellenden uit het hele land meldden zich – reiskosten betaald door de Nierstichting – voor 'Ontmoet de legende'.

Geen bescheiden aanduiding, maar het verhaal van de ontdekking van de kunstnier en daarmee van het principe van de nierdialyse i ¿ s dan ook legendarisch, passend in een oude traditie van de bevlogen arts, de visionair die de wereld van de geneeskunde verandert. Willem Kolff is van dat oude stempel: eigenzinnig en bovenal begaan met het lot van zijn patiënten, een erfenis, zo zegt hij zelf, van zijn vader, die een tbckliniek leidde.

Eind jaren dertig, Kolff is dan in Groningen nog in opleiding tot internist, kan hij zich moeilijk neerleggen bij de afschuwelijke dood van een jonge boerenzoon die is geveld door nierontsteking. Het bloed van zijn patiënt loopt langzaam vol met afvalstoffen, maar de jonge dokter staat machteloos.

Het betekent een keerpunt in zijn leven. Dat beetje ureum dat zich bij een nierpatiënt in het bloed ophoopt, kan dat niet worden weggewassen? Hij is niet de eerste die dat denkt, maar wel de eerste die tot daden komt. 'Mooie ideeën zijn leuk', zegt hij, 'maar een werkend apparaat maken dat bij de mens functioneert, dat is het enige dat counts.'

Op zijn eerste zelfstandige post als internist, in het kleine stadsziekenhuis van Kampen, neemt Kolff revanche op de natuur. In de avonduren ontwerpt hij de eerste kunstmatige nier. De directeur van de plaatselijke emailfabriek past het ontwerp aan en samen bouwen ze van hout, oud metaal en email een trommel die door een reinigend zoutbad draait. Daaromheen winden ze een buis van cellofaan, eigenlijk bedoeld als worstenvel. Een waterpompje uit een oude Ford van de plaatselijke garage, om het bloed voort te pompen, completeert het allegaartje. Middenin de nacht van 17 maart 1943 neemt Kolff de proef op de som: de eerste patiënt, anders ten dode opgeschreven, wordt aangesloten op het merkwaardige bouwsel. Diens toestand verbetert licht, maar niet voldoende om te overleven. Kolff en zijn assistent Jacob van Noordwijk weten desondanks genoeg: het werkt. 'Bij de volgende patiënten ging het net zo, we hadden er een die bijvoorbeeld bijkwam uit zijn coma, zijn testament maakte en vervolgens stierf.' Pas vijftien patiënten verder, in 1945, na tal van verbeteringen aan de apparatuur, zijn de kinderziektes – zo scheurt het cellofaan in het begin door uitdroging – zover overwonnen dat een patiënte daadwerkelijk overleeft. Nota bene een sympathisante van het nationaal-socialisme. Kolff, zelf actief in het ver-zet, haalt er, ook nu nog, zijn schouders over op. Geneeskunde, meent hij, staat open voor iedereen.

Een dergelijk lange aanloop met menselijke proefkonijnen, zou hem nu niet meer in dank worden afgenomen. 'Godzijdank was er toen nog geen ethische commissie, ik bepaalde zelf wat ik dacht dat goed was', zegt Kolff. 'De patiënt staat bij mij altijd voorop. In 1982 plantten we een kunsthart in bij Barney Clark. Die leefde 112 dagen, anders was hij nog diezelfde avond overleden. Als patiënten zelf willen, en héél belangrijk, je kunt ze een beter leven bieden, dan moet je zo'n ingreep uitvoeren.'

Zijn eigengereide aanpak, waarbij de patiënt en zijn eigen inzicht centraal stonden, maar waarbij regeltjes en ethische discussies weleens werden afgesneden, bracht hem meermalen in conflict met de FDA, de toezichthoudende instantie in de Verenigde Staten. De experimentele kunstogen, waar Kolff ondanks zijn gevorderde leeftijd nog altijd aan meewerkt, worden daarom in Portugal ingebouwd; in de VS mag het niet.

In 1950 besluit Kolff te emigreren. Een professoraat in Groningen of Amsterdam ligt in het verschiet, maar de eerste ideeën voor de ontwikkeling van de hartlongmachine, essentieel bij hartoperaties, hebben al bij hem postgevat. 'Kampen was te klein.' In de VS vindt hij een gunstig klimaat voor toegepast medisch onderzoek, wat leidt tot de hartlongmachine, het kunsthart, de kunstarm en nog tal van meer of minder uitgewerkte hulpmiddelen.

Zijn bezieling voor het grensvlak van geneeskunde en techniek bezorgt Kolff in zijn nieuwe vaderland bovendien een grote naam en faam. Hij komt in de top-100 van Time van belangrijkste tijdgenoten en wordt toegelaten tot de Inventor's Hall of Fame. Daarnaast ontvangt hij tal van prestigieuze wetenschappelijke prijzen zoals de Lasker Award in 2002 en dit jaar nog de Russ Prize voor engineering.

Een belangrijke prijs ontbreekt nog op zijn palmares, een heikel onderwerp. 'Over de Nobelprijs praat ik net zo lief niet. Ik weet dat ik verschillende malen op de nominatie heb gestaan.'

Nederland was zijn langgeleden geëmigreerde held lange tijd wat uit het oog verloren. Goed, er was een borstbeeldje bij het ziekenhuis in Kampen, Kolff is Commandeur in de Orde van Oranje Nassau en eredoctor in Twente, toch zullen maar weinig Nederlanders hem van naam kennen. In Kampen wordt hard gewerkt om daar verandering in te brengen.

Hoewel de uitvinder wel vaker terugkeert naar de bakermat van zijn succes, was zijn komst dit jaar omgeven met een stortvloed aan publiciteit, een tentoonstelling in het zojuist gerenoveerde Stadsziekenhuis en een uitgezette wandeling langs gebouwen waar Kolff een binding mee kreeg.

Volgend jaar worden ook buitenlandse nierpatiënten verwacht. Op termijn moet het Kolff-festival dan verder groeien tot een ode aan kunstorganen in het algemeen. Enige haast is daarbij geboden. Op de naamgever zelf, en de publiciteit die hij oproept, zal Kampen niet al te lang meer kunnen rekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.