Vader lacht het hardst om absurd theater voor jeugd

Jeugdtheaterfestival: vooral veel slappe lach...

utrecht Nu de acteurs van ’t Barre Land zelf kinderen opvoeden – ze zaten met hun gezinnen dit weekend in de zaal – klinkt het logisch dat ze ook een keer theater willen maken voor een jonger publiek. Het jeugdtheaterfestival Tweetakt, deze week in Utrecht, bood de groep de gelegenheid: ’t Barre Land regisseerde derdejaarsstudenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht in een zelf gemaakte vertaling van het toneelstuk Le rhinocéros (1959) van de Franse absurdist Eugène Ionesco.

Het tekstgerichte toneelgezelschap blijft zo ook bij een voorstelling voor publiek vanaf 9 jaar trouw aan zijn missie: het ontsluiten van weerbarstig toneelrepertoire. De keuze voor Le rhinocéros is moedig, maar niet makkelijk. Het stuk gaat over een man, Hendrik, die iedereen om zich heen in een neushoorn ziet veranderen en denkt dat hij de enige normale is.

De thuishaven van ’t Barre Land – de Snijzaal – leent zich met zijn ramen en deuren goed voor binnenstormende dorpelingen en suggestieve doorkijkjes naar buiten (‘Kijk, daar loopt een neushoorn’). De jonge studentspelers, gehuld in kartonnen dozen, krijgen soms echter zelf ook de slappe lach van de onzin die hun personages uitkramen. Bovendien staan ze nog onvoldoende boven hun tekst om de betekenis achter de absurditeit in luchtig en muzikaal spel naar boven te halen. De suggestie van stampende neushoorns mag fraai zijn door de ineenstorting van een gestapeld decor vol kabouterplankjes en een kluwen acteurs onder meters papier, de clou van het stuk komt niet over. ‘Ik snap er niets van’, was het jeugdig commentaar na afloop. ‘Dit is nu absurdisme!’, antwoordde een vader die zei in tijden niet meer zo gelachen te hebben.

Echt over mens én dier gaat Mijnheer Porselein (6+) van het Gentse Studio Orka, een intieme samenscholing in een hutje in het stadspark rond de schouwburg in Utrecht. Met postbode Bruno gaan we op bezoek bij de familie Porselein: rare, maar lieve snuiters met een grote compassie voor zieke en gestresste dieren. In de geest van de eekhoorn-en-mier-verhalen van Toon Tellegen komen in origineel, vrolijk en beeldend theater existentiële angsten aan bod als eenzaamheid, verlies en dood. De toon is licht en troostend, de dialogen zijn gevat en grappig, de animaties met opgezette dieren zijn vindingrijk én geloofwaardig. Zodat we uiteindelijk vol overtuiging aansluiten in het begrafenisstoetje van mol Robbie. Een molshoop is nooit meer gewoon een molshoop.

Annette Embrechts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden